BWBR0009355
Geldig vanaf 1998-03-01
Artikel 17
Lozingenbesluit Wvo vaste objecten
1. Indien afvalwater vrijkomt bij werkzaamheden van de afschermingsklassen II tot en met VI, zijn voorts de volgende voorschriften van toepassing:
a. de vloer van de hulpconstructie is vloeistofdicht;
b. de vloer is zodanig geconstrueerd dat er sprake is van een vrije afstroming van afvalwater naar één of meer in de vloer aanwezige afvoerpunten;
c. het afvalwater wordt vanaf de afvoerpunten lekdicht naar een bezinkbassin geleid;
d. na het doorlopen van het bezinkbassin bedraagt het gehalte aan onopgeloste bestanddelen in het effluent ten hoogste 50 mg/l; dit gehalte wordt niet door verdunning bereikt, en
e. teneinde het gehalte aan onopgeloste bestanddelen, bedoeld in onderdeel d, te bepalen neemt degene die loost, op de eerste dag van de werkzaamheden, een steekmonster van het effluent en rapporteert de resultaten van de analyse zo spoedig mogelijk aan de beheerder.
2. De analyse van het steekmonster, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, wordt uitgevoerd volgens NEN 6621.
3. Het bezinksel wordt uit het bezinkbassin, bedoeld in het eerste lid, verwijderd, zo dikwijls als voor de goede werking van dat bassin noodzakelijk is.
4. Het bezinksel en de bij de verwijdering daarvan vrijkomende afvalstoffen mogen niet worden geloosd.
a. de vloer van de hulpconstructie is vloeistofdicht;
b. de vloer is zodanig geconstrueerd dat er sprake is van een vrije afstroming van afvalwater naar één of meer in de vloer aanwezige afvoerpunten;
c. het afvalwater wordt vanaf de afvoerpunten lekdicht naar een bezinkbassin geleid;
d. na het doorlopen van het bezinkbassin bedraagt het gehalte aan onopgeloste bestanddelen in het effluent ten hoogste 50 mg/l; dit gehalte wordt niet door verdunning bereikt, en
e. teneinde het gehalte aan onopgeloste bestanddelen, bedoeld in onderdeel d, te bepalen neemt degene die loost, op de eerste dag van de werkzaamheden, een steekmonster van het effluent en rapporteert de resultaten van de analyse zo spoedig mogelijk aan de beheerder.
2. De analyse van het steekmonster, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, wordt uitgevoerd volgens NEN 6621.
3. Het bezinksel wordt uit het bezinkbassin, bedoeld in het eerste lid, verwijderd, zo dikwijls als voor de goede werking van dat bassin noodzakelijk is.
4. Het bezinksel en de bij de verwijdering daarvan vrijkomende afvalstoffen mogen niet worden geloosd.