BWBR0009295
Geldig vanaf 1998-04-09
Artikel 8
Regeling toelatingseisen voertuigonderdelen
1. De kleur van het uitstralende licht van het achterlicht moet rood zijn en de gemeten kleurcoördinaten moeten liggen binnen de grenzen van de chromatische coördinaten (CIE-publikatie 15.2 van 1986) die in tabel 6 zijn weergegeven.
2. De kleur van achterlichten met verwisselbare lichtbron wordt gemeten, met gebruikmaking van een lichtbron met een kleurtemperatuur van 2856°K, overeenkomend met lichtbron A.
3. De kleur van achterlichten met een niet-verwisselbare lichtbron wordt gemeten aan de hand van het door het achterlicht uitgezonden licht bij een testspanning van 6 volt effectief.
2. De kleur van achterlichten met verwisselbare lichtbron wordt gemeten, met gebruikmaking van een lichtbron met een kleurtemperatuur van 2856°K, overeenkomend met lichtbron A.
3. De kleur van achterlichten met een niet-verwisselbare lichtbron wordt gemeten aan de hand van het door het achterlicht uitgezonden licht bij een testspanning van 6 volt effectief.