BWBR0008847
Geldig vanaf 1997-07-25
Artikel 5.2
Voorschrift Algemene wet bestuursrecht 1997
5.2.1. Beschikkingen kunnen in een aantal categorieën worden ingedeeld. De belangrijkste worden hierna vermeld. Het is mogelijk dat een beschikking onder meerdere categorieën is te rangschikken.
5.2.2. Een beschikking op aanvraag volgt op een verzoek van belanghebbende een besluit te nemen. Zo is bijvoorbeeld een beslissing van een inspecteur op een verzoek om vermindering loonbelasting/premie volksverzekeringen of aanvraag voor een vergunning in het douanerecht als een beschikking op aanvraag aan te merken. De inspecteur is bij het geven van een beschikking op aanvraag gebonden aan een wettelijke beslistermijn (zie § 5.4).
5.2.3. Ambtshalve beschikkingen zijn beschikkingen die niet op aanvraag worden gegeven. De grootste groep ambtshalve beschikkingen wordt gevormd door de belastingaanslagen. Het doen van aangifte is immers geen aanvraag in de zin van art. 1:3, derde lid, Awb(zie § 1.7).
In de AWRis met betrekking tot belastingaanslagen bepaald dat de bevoegdheid tot het vaststellen van de aanslag vervalt door verloop van drie jaren na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan. Voor naheffings- en navorderingsaanslagen geldt dat de bevoegdheid tot het vaststellen ervan vervalt door verloop van vijf jaren na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan. Indien voor het doen van aangifte uitstel is verleend, worden deze termijnen met de duur van dit uitstel verlengd.
5.2.4. Een financiële beschikking is een beschikking die strekt tot het vaststellen van een financiële verplichting of aanspraak. Hieronder vallen bijvoorbeeld belastingaanslagen en beschikkingen inzake bestuurlijke boeten. Financiële beschikkingen kunnen zowel op aanvraag (zie § 5.2.2) als ambtshalve worden gegeven (zie § 5.2.3).
5.2.5. Beslissingen die genomen worden ter voorbereiding van een beschikking worden met uitzondering van de voorlopige aanslag niet aangemerkt als zelfstandige beschikkingen. Het gaat hier bijvoorbeeld om beslissingen die onderdeel vormen van het vaststellen van een aanslag. Het afgeven van een zogenaamde ruling in de vennootschapsbelasting wordt daarom gezien als een niet zelfstandige beslissing. De beslissing ter zake van een ruling vormt onderdeel van de uiteindelijke aanslag.
5.2.6. In bijlage Iwordt ingegaan op de afwijkingen die gelden bij de toepassing van de bepalingen van het CDW.
In bijlage IIis van een aantal veel voorkomende beslissingen per belastingmiddel ( AWR,VpB, IB, VB, LB, OB en Douane) aangegeven of sprake is van een beschikking op aanvraag of van een ambtshalve beschikking. Daarbij is tevens aangegeven of de beschikking voor bezwaar vatbaar is of niet. Bedoelde lijst is niet uitputtend bedoeld en heeft uitsluitend indicatieve betekenis. Voor het invorderingsproces is de lijst met beslismomenten in bijlage IIIopgenomen. Bijlage II en II zijn niet opgenomen.
5.2.2. Een beschikking op aanvraag volgt op een verzoek van belanghebbende een besluit te nemen. Zo is bijvoorbeeld een beslissing van een inspecteur op een verzoek om vermindering loonbelasting/premie volksverzekeringen of aanvraag voor een vergunning in het douanerecht als een beschikking op aanvraag aan te merken. De inspecteur is bij het geven van een beschikking op aanvraag gebonden aan een wettelijke beslistermijn (zie § 5.4).
5.2.3. Ambtshalve beschikkingen zijn beschikkingen die niet op aanvraag worden gegeven. De grootste groep ambtshalve beschikkingen wordt gevormd door de belastingaanslagen. Het doen van aangifte is immers geen aanvraag in de zin van art. 1:3, derde lid, Awb(zie § 1.7).
In de AWRis met betrekking tot belastingaanslagen bepaald dat de bevoegdheid tot het vaststellen van de aanslag vervalt door verloop van drie jaren na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan. Voor naheffings- en navorderingsaanslagen geldt dat de bevoegdheid tot het vaststellen ervan vervalt door verloop van vijf jaren na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan. Indien voor het doen van aangifte uitstel is verleend, worden deze termijnen met de duur van dit uitstel verlengd.
5.2.4. Een financiële beschikking is een beschikking die strekt tot het vaststellen van een financiële verplichting of aanspraak. Hieronder vallen bijvoorbeeld belastingaanslagen en beschikkingen inzake bestuurlijke boeten. Financiële beschikkingen kunnen zowel op aanvraag (zie § 5.2.2) als ambtshalve worden gegeven (zie § 5.2.3).
5.2.5. Beslissingen die genomen worden ter voorbereiding van een beschikking worden met uitzondering van de voorlopige aanslag niet aangemerkt als zelfstandige beschikkingen. Het gaat hier bijvoorbeeld om beslissingen die onderdeel vormen van het vaststellen van een aanslag. Het afgeven van een zogenaamde ruling in de vennootschapsbelasting wordt daarom gezien als een niet zelfstandige beslissing. De beslissing ter zake van een ruling vormt onderdeel van de uiteindelijke aanslag.
5.2.6. In bijlage Iwordt ingegaan op de afwijkingen die gelden bij de toepassing van de bepalingen van het CDW.
In bijlage IIis van een aantal veel voorkomende beslissingen per belastingmiddel ( AWR,VpB, IB, VB, LB, OB en Douane) aangegeven of sprake is van een beschikking op aanvraag of van een ambtshalve beschikking. Daarbij is tevens aangegeven of de beschikking voor bezwaar vatbaar is of niet. Bedoelde lijst is niet uitputtend bedoeld en heeft uitsluitend indicatieve betekenis. Voor het invorderingsproces is de lijst met beslismomenten in bijlage IIIopgenomen. Bijlage II en II zijn niet opgenomen.