BWBR0008847
Geldig vanaf 1997-07-25
Artikel 1.7
Voorschrift Algemene wet bestuursrecht 1997
Voor het belastingrecht geldt een aantal uitzonderingen op de algemene regels van de Awb:
1. De aanvang van de bezwaar- en beroepstermijn blijft gesteld op de dag volgend op die van de dagtekening van (het afschrift van) de beschikking, en niet op de dag na die waarop het besluit is bekendgemaakt. Door deze bepaling blijft de huidige praktijk gehandhaafd.
2. Het doen van aangifte is geen aanvraag in de zin van art. 1:3, derde lid, Awb.
Voorts geldt met betrekking tot beslistermijnen dat - voor zover in de belastingwet niet anders is bepaald, de inspecteur een beschikking op aanvraag geeft binnen een jaar na ontvangst van de aanvraag en dat de termijn waarbinnen de inspecteur uitspraak moet doen op een bezwaarschrift is bepaald op een jaar met de mogelijkheid deze termijn met maximaal een jaar te verlengen. Omdat de Belastingdienst er naar streeft te werken conform de regels van de Awbwordt van deze uitzonderingen in de praktijk zo min mogelijk gebruik gemaakt.
1. De aanvang van de bezwaar- en beroepstermijn blijft gesteld op de dag volgend op die van de dagtekening van (het afschrift van) de beschikking, en niet op de dag na die waarop het besluit is bekendgemaakt. Door deze bepaling blijft de huidige praktijk gehandhaafd.
2. Het doen van aangifte is geen aanvraag in de zin van art. 1:3, derde lid, Awb.
Voorts geldt met betrekking tot beslistermijnen dat - voor zover in de belastingwet niet anders is bepaald, de inspecteur een beschikking op aanvraag geeft binnen een jaar na ontvangst van de aanvraag en dat de termijn waarbinnen de inspecteur uitspraak moet doen op een bezwaarschrift is bepaald op een jaar met de mogelijkheid deze termijn met maximaal een jaar te verlengen. Omdat de Belastingdienst er naar streeft te werken conform de regels van de Awbwordt van deze uitzonderingen in de praktijk zo min mogelijk gebruik gemaakt.