6.1.1. Het bezwaarschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;
d. de gronden van het bezwaar (de motivering).
Indien het bezwaarschrift in een vreemde taal (niet zijnde het Nederlands of, in bepaalde gevallen, het Fries, zie § 5.3.4.) is gesteld, en een vertaling voor een goede behandeling van het bezwaar noodzakelijk is, dient de indiener zorg te dragen voor een vertaling. Is geen vertaling overgelegd terwijl deze wel nodig is, dan wordt belastingplichtige de mogelijkheid geboden alsnog een vertaling te overleggen.
De Belastingdienst zal de huidige (soepele) praktijk met betrekking tot de aan een bezwaarschrift te stellen vormvereisten continueren.
Met betrekking tot een bezwaarschrift waaruit niet direct duidelijk blijkt waarom belanghebbende zich niet met de beslissing kan verenigen (pro-forma bezwaarschrift) geldt dat de indiener wordt verzocht het bezwaarschrift binnen vier weken (nader) te motiveren. Voldoet belanghebbende niet binnen deze termijn aan zijn motiveringsplicht, dan ontvangt hij binnen een week een rappel waarbij hem alsnog een termijn van twee weken wordt gegeven om het bezwaarschrift te motiveren. Hij wordt daarbij tevens gewezen op een mogelijke niet-ontvankelijkverklaring bij het niet voldoen aan de motiveringsplicht.
6.1.2. De termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is zes weken.
Deze termijn vangt aan:
- met ingang van de dag na die van dagtekening van een aanslagbiljet of van het afschrift van een voor bezwaar vatbare beschikking. Als de dag van dagtekening is gelegen vóór de dag van de bekendmaking, vangt de termijn aan op de dag na die van de bekendmaking, ofwel
- met ingang van de dag na die van de voldoening of de inhouding onderscheidenlijk de afdracht.
De eenheid bevestigt de ontvangst van het bezwaarschrift in beginsel schriftelijk.
6.1.3. Een bezwaar- of beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een bezwaar- of beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen (
art. 6:9 Awb).
Indien een bezwaarschrift binnen zeven weken na de dagtekening van de aanslag of de beschikking waartegen het bezwaar zich richt door de inspecteur is ontvangen, wordt het aannemelijk geacht dat het bezwaarschrift tijdig ter post is bezorgd, tenzij uit het bezwaarschrift blijkt of anderszins is komen vast te staan dat de termijn is overschreden. Dit laatste doet zich bijvoorbeeld voor als het bezwaarschrift door belanghebbende is voorzien van een dagtekening waaruit blijkt dat het bezwaarschrift buiten de termijn ter post moet zijn bezorgd.
Opgemerkt wordt dat verzending per fax niet geldt als verzending per post; (van) een per fax verzonden bezwaar- of beroepschrift dient (de eerste pagina) blijkens de ontvangstapparatuur van de Belastingdienst, uiterlijk op de laatste dag van de bezwaar- of beroepstermijn om 23.59 uur te zijn ontvangen.
6.1.4. Indien het bezwaarschrift wordt ingediend bij de Belastingdienst, terwijl de Belastingdienst niet het bevoegde bestuursorgaan is, dan wel bij een onbevoegde eenheid, wordt het, nadat daarop de datum van ontvangst is aangetekend, zo spoedig mogelijk doorgezonden aan het bevoegde bestuursorgaan, c.q. de bevoegde eenheid. De eenheid doet hiervan schriftelijk mededeling aan de afzender.
Als uit het bezwaarschrift niet blijkt bij welk orgaan het thuis hoort en dit ook niet uit het geschrift is af te leiden, wordt het teruggezonden aan de afzender.
Het tijdstip van de indiening bij de onbevoegde eenheid c.q. het onbevoegde bestuursorgaan is bepalend voor de vraag of het bezwaarschrift tijdig is ingediend indien:
- bij de bekendmaking van de beschikking waartegen het bezwaar zich richt, is verzuimd melding te maken bij welk bestuursorgaan, binnen welke termijn, bezwaar kan worden gemaakt, dan wel
- de onbevoegdheid van het orgaan voor de indiener van het bezwaarschrift op een andere grond onduidelijk kon zijn.
6.1.5. In het belastingrecht staat alleen bezwaar en beroep open tegen beschikkingen die in de belastingwet als voor bezwaar vatbaar zijn aangemerkt. Het is in het belastingrecht dan ook niet mogelijk om in bezwaar te gaan tegen niet-zelfstandige beslissingen met uitzondering van de voorlopige aanslag (zie § 5.2.5.).
Een beslissing inzake de procedure ter voorbereiding van een beschikking is evenmin vatbaar voor bezwaar, tenzij deze beslissing de belastingplichtige, los van het voor te bereiden besluit, rechtstreeks in zijn belang treft (
art. 6:3 Awb).
Deze bepaling is in de
Awbopgenomen om te voorkomen dat loutere procedurebeslissingen, zoals bijvoorbeeld het bericht dat de beslistermijn wordt verdaagd, ook aan bezwaar kunnen worden onderworpen. Voor het belastingrecht geldt dat deze beslissingen sowieso niet voor bezwaar vatbaar zijn aangezien het belastingrecht een gesloten systeem van rechtsmiddelen kent (zie § 6.2.9).
6.1.6. De inspecteur verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk als:
a. het bezwaarschrift is ingediend ná afloop van de bezwaartermijn.
b. het bezwaarschrift is ingediend vóór het begin van de bezwaartermijn, tenzij de beschikking ten tijde van de indiening wel al genomen is of de indiener redelijkerwijs kon menen dat dit wel reeds het geval was. In dat geval kan de behandeling worden aangehouden tot het begin van de bezwaartermijn.
Tegen de uitspraak waarbij het bezwaar niet-ontvankelijk wordt verklaard, kan beroep worden ingesteld.
De niet-ontvankelijkverklaring blijft achterwege ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaarschrift indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest (
art. 6:11 Awb).
De inspecteur kan het bezwaar niet-ontvankelijk verklaren als de indiener van het bezwaarschrift niet heeft voldaan aan de aan een bezwaarschrift te stellen vormvereisten. Het bezwaar kan echter pas niet-ontvankelijk worden verklaard, nadat de indiener eerst in de gelegenheid is gesteld om zijn verzuim(en) te herstellen en de daarvoor gestelde termijn is verstreken (zie § 6.1.1).
In alle gevallen waarin het bezwaar niet-ontvankelijk is verklaard, wordt het voor zover mogelijk (ambtshalve) in behandeling genomen.
6.1.7. De belastingplichtige kan zijn bezwaarschrift schriftelijk intrekken. De inspecteur bevestigt de intrekking schriftelijk. Tijdens het horen (zie § 6.2 e.v.) kan de intrekking ook mondeling geschieden. Van de intrekking wordt melding gemaakt in het verslag dat van het horen moet worden gemaakt( zie § 6.2.5).