BWBR0008847
Geldig vanaf 1997-07-25
Artikel 2.4
Voorschrift Algemene wet bestuursrecht 1997
2.4.1. Onder aanvraag wordt verstaan: een verzoek van een belanghebbende om een besluit te nemen. De aanvrager verzoekt de Belastingdienst een beschikking af te geven. Te denken valt aan aanvragen voor een beschikking vermindering loonbelasting, verzoeken om toepassing van de fiscale eenheid in de vennootschapsbelasting en de diverse vergunningen in het douanerecht.
2.4.2. Verzoeken om algemene informatie en het indienen van klachten worden niet gezien als aanvraag; de reactie hierop is over het algemeen geen rechtshandeling (er is geen rechtsgevolg) zodat geen beschikking tot stand komt.
2.4.3. Indien de verstrekte informatie bindend is voor de Belastingdienst kan wel sprake zijn van rechtsgevolg, bijvoorbeeld ingeval de inspecteur vooraf duidelijk zijn standpunt bepaalt waaraan hij bij de aanslagregeling gebonden is.
In veel gevallen maakt de standpuntbepaling vooraf echter deel uit van het traject dat uiteindelijk wordt voltooid met het vaststellen van de belastingaanslag. In dat geval mist een dergelijke standpuntbepaling zelfstandigheid en is geen sprake van een beschikking. Zie ook bijlagen I, IIen III.
2.4.4. Het doen van aangifte (w.o. het indienen van een T-biljet of J-biljet) moet worden gezien als het voldoen aan de verplichtingen op grond van de AWRen niet als het doen van een aanvraag in de zin van de Awb. De aanslag is daarom geen beschikking op aanvraag maar een ambtshalve beschikking.
Dit neemt niet weg dat doen van aangifte door de belastingplichtige in bepaalde gevallen gelijkenis vertoont met het doen van een aanvraag. Ter voorkoming van misverstanden is in artikel 8, tweede lid, AWRopgenomen dat het doen van aangifte geen aanvraag is in de zin van artikel 1:3, derde lid van de Awb.
De aanvraag van een beschikking wordt verder behandeld in § 5.3.
2.4.2. Verzoeken om algemene informatie en het indienen van klachten worden niet gezien als aanvraag; de reactie hierop is over het algemeen geen rechtshandeling (er is geen rechtsgevolg) zodat geen beschikking tot stand komt.
2.4.3. Indien de verstrekte informatie bindend is voor de Belastingdienst kan wel sprake zijn van rechtsgevolg, bijvoorbeeld ingeval de inspecteur vooraf duidelijk zijn standpunt bepaalt waaraan hij bij de aanslagregeling gebonden is.
In veel gevallen maakt de standpuntbepaling vooraf echter deel uit van het traject dat uiteindelijk wordt voltooid met het vaststellen van de belastingaanslag. In dat geval mist een dergelijke standpuntbepaling zelfstandigheid en is geen sprake van een beschikking. Zie ook bijlagen I, IIen III.
2.4.4. Het doen van aangifte (w.o. het indienen van een T-biljet of J-biljet) moet worden gezien als het voldoen aan de verplichtingen op grond van de AWRen niet als het doen van een aanvraag in de zin van de Awb. De aanslag is daarom geen beschikking op aanvraag maar een ambtshalve beschikking.
Dit neemt niet weg dat doen van aangifte door de belastingplichtige in bepaalde gevallen gelijkenis vertoont met het doen van een aanvraag. Ter voorkoming van misverstanden is in artikel 8, tweede lid, AWRopgenomen dat het doen van aangifte geen aanvraag is in de zin van artikel 1:3, derde lid van de Awb.
De aanvraag van een beschikking wordt verder behandeld in § 5.3.