BWBR0008844
Geldig vanaf 1998-07-17
Artikel 6
Besluit premiedifferentiatie WAO
1. Indien blijkt dat een in artikel 4, tweede lid, bedoelde arbeidsongeschiktheidsuitkering geheel of ten dele ten onrechte is toegekend, wordt bij de berekening van het individuele werkgeversrisico-percentage in het kalenderjaar waarin het besluit tot toekenning van de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt ingetrokken of herzien, het in artikel 4, tweede lid, bedoelde totaalbedrag verminderd met een bedrag dat gelijk is aan het bedrag van de te veel betaalde arbeidsongeschiktheidsuitkering.
2. Indien de in artikel 107a, tweede lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboekbedoelde schadevergoeding is ontvangen, wordt, op verzoek van de werkgever, bij de berekening van het individuele werkgeversrisicopercentage met ingang van het kalenderjaar waarin de schadevergoeding is ontvangen, gedurende een tijdvak van vier jaren, het in artikel 4, tweede lid, bedoelde totaalbedrag verminderd met een compensatiebedrag.
3. Het in het tweede lid bedoelde compensatiebedrag wordt vastgesteld door het bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering aan de betrokken werknemer jaarlijks gedurende vier jaar te vermenigvuldigen met een getal dat is verkregen door het bedrag van de in het tweede lid bedoelde schadevergoeding te delen door het loon over het tijdvak van 104 weken, bedoeld in artikel 629, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. Het getal bedoeld in de eerste zin bedraagt niet meer dan 1.
4. In afwijking van het derde lid wordt in de gevallen waarin ziekengeld wordt uitgekeerd aan de verzekerde, bedoeld in artikel 29 van de Ziektewet, het in het tweede lid bedoelde compensatiebedrag vastgesteld door het bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering aan de betrokken werknemer te vermenigvuldigen met een getal dat is verkregen door het bedrag van het ontvangen verhaal dat is verkregen op grond van artikel 52a van de Ziektewette delen door het aan betrokken werknemer op grond van de Ziektewetuitgekeerde ziekengeld.
5. De uitkomst van de in het derde en vierde lid bedoelde berekening wordt naar beneden afgerond op twee cijfers achter de komma.
2. Indien de in artikel 107a, tweede lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboekbedoelde schadevergoeding is ontvangen, wordt, op verzoek van de werkgever, bij de berekening van het individuele werkgeversrisicopercentage met ingang van het kalenderjaar waarin de schadevergoeding is ontvangen, gedurende een tijdvak van vier jaren, het in artikel 4, tweede lid, bedoelde totaalbedrag verminderd met een compensatiebedrag.
3. Het in het tweede lid bedoelde compensatiebedrag wordt vastgesteld door het bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering aan de betrokken werknemer jaarlijks gedurende vier jaar te vermenigvuldigen met een getal dat is verkregen door het bedrag van de in het tweede lid bedoelde schadevergoeding te delen door het loon over het tijdvak van 104 weken, bedoeld in artikel 629, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. Het getal bedoeld in de eerste zin bedraagt niet meer dan 1.
4. In afwijking van het derde lid wordt in de gevallen waarin ziekengeld wordt uitgekeerd aan de verzekerde, bedoeld in artikel 29 van de Ziektewet, het in het tweede lid bedoelde compensatiebedrag vastgesteld door het bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering aan de betrokken werknemer te vermenigvuldigen met een getal dat is verkregen door het bedrag van het ontvangen verhaal dat is verkregen op grond van artikel 52a van de Ziektewette delen door het aan betrokken werknemer op grond van de Ziektewetuitgekeerde ziekengeld.
5. De uitkomst van de in het derde en vierde lid bedoelde berekening wordt naar beneden afgerond op twee cijfers achter de komma.