BWBR0008844
Geldig vanaf 1998-07-17
Artikel 1
Besluit premiedifferentiatie WAO
1. In dit besluit wordt verstaan onder:
a. Wet: de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
b. Arbeidsongeschiktheidskas: de Arbeidsongeschiktheidskas, bedoeld in artikel 73 van de Wet;
c. premieplichtig loon: het loon waarover op grond van artikel 78, eerste lid, van de Wet, met toepassing van artikel 9, eerste lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering, premie wordt geheven;
d. premiejaar: het kalenderjaar waarin de in artikel 78, eerste lid, van de Wet, bedoelde gedifferentieerde premie wordt geheven;
e. kleine werkgever: een werkgever te wiens laste, in het tweede kalenderjaar dat aan het premiejaar vooraf is gegaan, een premieplichtig loon is gekomen dat gelijk is aan of minder bedraagt dan 25 maal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer in dat kalenderjaar;
f. grote werkgever: een werkgever te wiens laste, in het tweede kalenderjaar dat aan het premiejaar vooraf is gegaan, een premieplichtig loon is gekomen dat meer bedraagt dan 25 maal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer in dat kalenderjaar;
g. Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
h. minimumpremie: de gedifferentieerde premie, bedoeld in artikel 9, die een werkgever ten minste verschuldigd is;
i. maximumpremie: de gedifferentieerde premie, bedoeld in artikel 9, die een werkgever ten hoogste verschuldigd is;
j. sector: een sector als bedoeld in artikel 97k van de Werkloosheidswet.
2. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan op aanvraag van een werkgever vaststellen, dat hij voor het premiejaar wordt ingedeeld in afwijking van het eerste lid, onderdeel e, of het eerste lid, onderdeel f, indien uit door die werkgever bij de aanvraag verstrekte gegevens blijkt, dat als vaststaand mag worden aangenomen, dat het in het premiejaar ten laste van die werkgever komende premieplichtige loon tenminste 25% zal afwijken van 25 maal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer in het tweede kalenderjaar dat aan het premiejaar vooraf is gegaan en de omvang van het verwachte premieplichtige loon leidt tot een andere indeling. Een aanvraag als bedoeld in de eerste zin wordt ingediend uiterlijk 6 weken nadat de werkgever schriftelijk in kennis is gesteld van de door hem in het premiejaar verschuldigde gedifferentieerde premie, bedoeld in artikel 78, eerste lid, van de Wet.
3. Het gemiddelde premieplichtige loon, bedoeld in het eerste lid, onderdelen een f, wordt vastgesteld door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
4. Bij de vaststelling van het ten laste van een werkgever komende premieplichtige loon, bedoeld in het eerste lid, onderdelen een f, worden de via de werkgever betaalde arbeidsongeschiktheidsuitkeringen buiten aanmerking gelaten.
a. Wet: de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
b. Arbeidsongeschiktheidskas: de Arbeidsongeschiktheidskas, bedoeld in artikel 73 van de Wet;
c. premieplichtig loon: het loon waarover op grond van artikel 78, eerste lid, van de Wet, met toepassing van artikel 9, eerste lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering, premie wordt geheven;
d. premiejaar: het kalenderjaar waarin de in artikel 78, eerste lid, van de Wet, bedoelde gedifferentieerde premie wordt geheven;
e. kleine werkgever: een werkgever te wiens laste, in het tweede kalenderjaar dat aan het premiejaar vooraf is gegaan, een premieplichtig loon is gekomen dat gelijk is aan of minder bedraagt dan 25 maal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer in dat kalenderjaar;
f. grote werkgever: een werkgever te wiens laste, in het tweede kalenderjaar dat aan het premiejaar vooraf is gegaan, een premieplichtig loon is gekomen dat meer bedraagt dan 25 maal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer in dat kalenderjaar;
g. Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
h. minimumpremie: de gedifferentieerde premie, bedoeld in artikel 9, die een werkgever ten minste verschuldigd is;
i. maximumpremie: de gedifferentieerde premie, bedoeld in artikel 9, die een werkgever ten hoogste verschuldigd is;
j. sector: een sector als bedoeld in artikel 97k van de Werkloosheidswet.
2. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan op aanvraag van een werkgever vaststellen, dat hij voor het premiejaar wordt ingedeeld in afwijking van het eerste lid, onderdeel e, of het eerste lid, onderdeel f, indien uit door die werkgever bij de aanvraag verstrekte gegevens blijkt, dat als vaststaand mag worden aangenomen, dat het in het premiejaar ten laste van die werkgever komende premieplichtige loon tenminste 25% zal afwijken van 25 maal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer in het tweede kalenderjaar dat aan het premiejaar vooraf is gegaan en de omvang van het verwachte premieplichtige loon leidt tot een andere indeling. Een aanvraag als bedoeld in de eerste zin wordt ingediend uiterlijk 6 weken nadat de werkgever schriftelijk in kennis is gesteld van de door hem in het premiejaar verschuldigde gedifferentieerde premie, bedoeld in artikel 78, eerste lid, van de Wet.
3. Het gemiddelde premieplichtige loon, bedoeld in het eerste lid, onderdelen een f, wordt vastgesteld door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
4. Bij de vaststelling van het ten laste van een werkgever komende premieplichtige loon, bedoeld in het eerste lid, onderdelen een f, worden de via de werkgever betaalde arbeidsongeschiktheidsuitkeringen buiten aanmerking gelaten.