BWBR0008844
Geldig vanaf 1998-07-17
Artikel 10
Besluit premiedifferentiatie WAO
1. Voor de toepassing van artikel 4, tweede en derde lid, wordt een arbeidsongeschiktheidsuitkering die is ingegaan op of na 1 januari 1993 gelijkgesteld met een arbeidsongeschiktheidsuitkering als bedoeld in artikel 76f van de Wet.
2. Het gemiddelde premieplichtige loon en het totale gemiddelde premieplichtige loon, bedoeld in artikel 4, tweede en derde lid, worden voor het premiejaar 1998 berekend over het tijdvak van vier kalenderjaren, eindigend één jaar voor aanvang van het premiejaar.
3. Voor de premiejaren 1998, 1999, 2000, 2001, 2002 en 2003 wordt bij de berekening van het gemiddelde premieplichtige loon, bedoeld in artikel 4, tweede en derde lid, het vierde lid van artikel 4buiten toepassing gelaten en worden de op grond van artikel 4berekende opslagen en kortingen vermenigvuldigd met een breuk, waarvan de teller wordt gevormd door het gemiddelde werkgeversrisicopercentage over de periode van respectievelijk één, twee, drie, vier en vijf jaar, te rekenen vanaf het jaar 1996 en de noemer door het gemiddelde werkgeversrisicopercentage, bedoeld in artikel 4, derde lid.
4. De uitkomst van de in het derde lid bedoelde berekening wordt naar beneden afgerond op twee cijfers achter de komma.
5. Onder arbeidsongeschiktheidsuitkering als bedoeld in artikel 4, zesde lid, wordt uitsluitend verstaan, de arbeidsongeschiktheidsuitkering die is ingegaan op of na de dag van inwerkingtreding van dit besluit.
6. De artikelen 4aen 4bzoals deze luiden op 31 december 2002 zijn niet van toepassing op arbeidsongeschiktheidsuitkeringen die zijn ingegaan vóór 1 januari 1998.
7. Een besluit tot intrekking of herziening van een besluit tot toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering, wordt voor de toepassing van artikel 6slechts in aanmerking genomen indien het besluit op of na de dag van inwerkingtreding van dit besluit is getroffen.
8. Artikel 6, tweede, derde en vierde lid, is uitsluitend van toepassing in die gevallen waarin de arbeidsongeschiktheidsuitkering van de verzekerde ingaat op of na 1 januari 2002.
9. Bij de toepassing van artikel 6, tweede en derde lid, wordt, indien ten aanzien van de arbeidsongeschiktheidsuitkering van de betrokken werknemer artikel 76f van de Wetvan toepassing is, zoals dit artikel luidde op 31 december 2003, voor «vier jaren» respectievelijk «vier jaar» gelezen «vijf jaren» respectievelijk «vijf jaar».
10. Bij de toepassing van artikel 6, derde lid, wordt, indien ten aanzien van de arbeidsongeschiktheidsuitkering van de betrokken werknemer artikel 76f van de Wetvan toepassing is, zoals dit artikel luidde op 31 december 2003, voor «het tijdvak van 104 weken» gelezen: het tijdvak van 52 weken.
11. Voor het premiejaar 2006 worden de op grond van artikel 4berekende opslagen en kortingen vermenigvuldigd met een breuk, waarvan de teller wordt gevormd door het rekenpercentage, bedoeld in artikel 2, en de noemer door het gemiddelde werkgeversrisicopercentage, bedoeld in artikel 4, derde lid.
2. Het gemiddelde premieplichtige loon en het totale gemiddelde premieplichtige loon, bedoeld in artikel 4, tweede en derde lid, worden voor het premiejaar 1998 berekend over het tijdvak van vier kalenderjaren, eindigend één jaar voor aanvang van het premiejaar.
3. Voor de premiejaren 1998, 1999, 2000, 2001, 2002 en 2003 wordt bij de berekening van het gemiddelde premieplichtige loon, bedoeld in artikel 4, tweede en derde lid, het vierde lid van artikel 4buiten toepassing gelaten en worden de op grond van artikel 4berekende opslagen en kortingen vermenigvuldigd met een breuk, waarvan de teller wordt gevormd door het gemiddelde werkgeversrisicopercentage over de periode van respectievelijk één, twee, drie, vier en vijf jaar, te rekenen vanaf het jaar 1996 en de noemer door het gemiddelde werkgeversrisicopercentage, bedoeld in artikel 4, derde lid.
4. De uitkomst van de in het derde lid bedoelde berekening wordt naar beneden afgerond op twee cijfers achter de komma.
5. Onder arbeidsongeschiktheidsuitkering als bedoeld in artikel 4, zesde lid, wordt uitsluitend verstaan, de arbeidsongeschiktheidsuitkering die is ingegaan op of na de dag van inwerkingtreding van dit besluit.
6. De artikelen 4aen 4bzoals deze luiden op 31 december 2002 zijn niet van toepassing op arbeidsongeschiktheidsuitkeringen die zijn ingegaan vóór 1 januari 1998.
7. Een besluit tot intrekking of herziening van een besluit tot toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering, wordt voor de toepassing van artikel 6slechts in aanmerking genomen indien het besluit op of na de dag van inwerkingtreding van dit besluit is getroffen.
8. Artikel 6, tweede, derde en vierde lid, is uitsluitend van toepassing in die gevallen waarin de arbeidsongeschiktheidsuitkering van de verzekerde ingaat op of na 1 januari 2002.
9. Bij de toepassing van artikel 6, tweede en derde lid, wordt, indien ten aanzien van de arbeidsongeschiktheidsuitkering van de betrokken werknemer artikel 76f van de Wetvan toepassing is, zoals dit artikel luidde op 31 december 2003, voor «vier jaren» respectievelijk «vier jaar» gelezen «vijf jaren» respectievelijk «vijf jaar».
10. Bij de toepassing van artikel 6, derde lid, wordt, indien ten aanzien van de arbeidsongeschiktheidsuitkering van de betrokken werknemer artikel 76f van de Wetvan toepassing is, zoals dit artikel luidde op 31 december 2003, voor «het tijdvak van 104 weken» gelezen: het tijdvak van 52 weken.
11. Voor het premiejaar 2006 worden de op grond van artikel 4berekende opslagen en kortingen vermenigvuldigd met een breuk, waarvan de teller wordt gevormd door het rekenpercentage, bedoeld in artikel 2, en de noemer door het gemiddelde werkgeversrisicopercentage, bedoeld in artikel 4, derde lid.