BWBR0008844
Geldig vanaf 1998-07-17
Artikel 11
Besluit premiedifferentiatie WAO
1. Bij de vaststelling van het individuele werkgeversrisicopercentage, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van werkgevers van overheidswerknemers als bedoeld in artikel 1, onderdeel l, onder ten 1°, en onder ten 3°, van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen, wordt het premieplichtig loon voor wat betreft de jaren 1993 tot en met 1995 bepaald aan de hand van het gecorrigeerd ambtelijk inkomen over die jaren. Onder het ambtelijk inkomen, bedoeld in de eerste zin, wordt verstaan, het ambtelijk inkomen, bedoeld in artikel C1 van de Algemene burgerlijke pensioenwet, zoals dit artikel luidde voor 1 januari 1996.
2. Het in het eerste lid bedoelde gecorrigeerd ambtelijk inkomen is het ambtelijk inkomen, verhoogd met ambtelijke toelagen of toeslagen, die op grond van artikel 6, eerste lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekeringniet zijn uitgezonderd, verminderd met het werknemersdeel van de pensioenpremie en zo nodig verminderd tot het maximumbedrag, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering.
3. Bij de vaststelling van het individuele werkgeversrisicopercentage, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van werkgevers van overheidswerknemers als bedoeld in artikel 1, onderdeel 1, onder ten 2° van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen, wordt het premieplichtig loon voor wat betreft de jaren 1993 en 1994 bepaald aan de hand van de verhouding tussen de pensioengrondslag en het premieplichtig loon over 1995. Onder de pensioengrondslag, bedoeld in de eerste zin, wordt verstaan, de pensioengrondslag, bedoeld in artikel C1 van de Algemene Militaire Pensioenwet.
4. Voor de toepassing van het derde lid, wordt als premieplichtig loon in de jaren 1993 en 1994 aangemerkt, 110% van de pensioengrondslag in die jaren, zo nodig verminderd tot het maximumbedrag, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering.
5. Bij de vaststelling van het individuele werkgeversrisicopercentage, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van werkgevers van overheidswerknemers als bedoeld in artikel 1, onderdeel 1, onder ten 2° van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen, worden voor de jaren 1996 en 1997 de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, bepaald als 85% van de aan de beroepsmilitair toegekende pensioenen terzake van arbeidsongeschiktheid als bedoeld in artikel E6 van de Algemene militaire pensioenwet, met inachtneming van de eventuele verhoging en bijzondere verhoging op grond van artikel E7, E8 of E9 van laatstgenoemde wet.
2. Het in het eerste lid bedoelde gecorrigeerd ambtelijk inkomen is het ambtelijk inkomen, verhoogd met ambtelijke toelagen of toeslagen, die op grond van artikel 6, eerste lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekeringniet zijn uitgezonderd, verminderd met het werknemersdeel van de pensioenpremie en zo nodig verminderd tot het maximumbedrag, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering.
3. Bij de vaststelling van het individuele werkgeversrisicopercentage, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van werkgevers van overheidswerknemers als bedoeld in artikel 1, onderdeel 1, onder ten 2° van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen, wordt het premieplichtig loon voor wat betreft de jaren 1993 en 1994 bepaald aan de hand van de verhouding tussen de pensioengrondslag en het premieplichtig loon over 1995. Onder de pensioengrondslag, bedoeld in de eerste zin, wordt verstaan, de pensioengrondslag, bedoeld in artikel C1 van de Algemene Militaire Pensioenwet.
4. Voor de toepassing van het derde lid, wordt als premieplichtig loon in de jaren 1993 en 1994 aangemerkt, 110% van de pensioengrondslag in die jaren, zo nodig verminderd tot het maximumbedrag, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering.
5. Bij de vaststelling van het individuele werkgeversrisicopercentage, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van werkgevers van overheidswerknemers als bedoeld in artikel 1, onderdeel 1, onder ten 2° van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen, worden voor de jaren 1996 en 1997 de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, bepaald als 85% van de aan de beroepsmilitair toegekende pensioenen terzake van arbeidsongeschiktheid als bedoeld in artikel E6 van de Algemene militaire pensioenwet, met inachtneming van de eventuele verhoging en bijzondere verhoging op grond van artikel E7, E8 of E9 van laatstgenoemde wet.