BWBR0008830
Geldig vanaf 1997-07-16
Artikel 6.6
Investeringsregeling markt en concurrentiekracht
1. In afwijking van artikel 6.4, en met inachtneming van de artikelen 7 en 12 van verordening (EEG) nr. 2328/91, kan de minister per kalenderjaar of per aanvraagperiode bepalen dat de subsidie voor bepaalde categorieën investeringsprojecten 30 % bedraagt. De minister maakt dit besluit bekend in de Staatscourant.
2. Het subsidiepercentage, bedoeld in artikel 6.4, in voorkomend geval verhoogd ingevolge het eerste lid, wordt met vijf procentpunten verhoogd indien:
het landbouwbedrijf van de aanvrager geheel of gedeeltelijk is gelegen in een probleemgebied,
de aanvrager voor ten minste vier hectaren van de in het probleemgebied gelegen gronden van het landbouwbedrijf: een beheersovereenkomst heeft gesloten,
een pachtovereenkomst heeft gesloten met een particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisatie of
beschikt over een beheersplan als bedoeld in artikel 14 van de Natuurbeschermingswet, en
een beheersovereenkomst heeft gesloten,
een pachtovereenkomst heeft gesloten met een particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisatie of
beschikt over een beheersplan als bedoeld in artikel 14 van de Natuurbeschermingswet, en
de investeringen waarvoor de subsidie wordt aangevraagd betrekking hebben op de in het probleemgebied gelegen grond.
3. Het subsidiepercentage, bedoeld in artikel 6.4, in voorkomend geval verhoogd ingevolge het eerste lid, wordt met vijf procentpunten verhoogd indien de aanvrager:
op het tijdstip van het indienen van de aanvraag tot subsidieverlening jonger is dan 35 jaar,
zich minder dan vijf jaar voor het tijdstip van het indienen van de aanvraag tot subsidieverlening tot subsidieverlening heeft gevestigd op het landbouwbedrijf waarvoor de aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend en
niet eerder een landbouwbedrijf heeft geëxploiteerd.
4. Als vestiging als bedoeld in het derde lid, onderdeel b, wordt mede beschouwd een bedrijfsovername na ontbinding van een maatschap indien de aanvrager maat is geweest in de ontbonden maatschap en bij de ontbinding van de maatschap ten minste 50 % van de in de maatschap ingebrachte kapitaalgoederen in eigendom op de aanvrager is overgegaan.
5. In geval van een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 2.6, eerste of tweede lid, wordt de verhoging van de subsidie, bedoeld in het derde lid, verleend indien elke aan het samenwerkingsverband deelnemende natuurlijke persoon of elk bedrijfshoofd van de aan het samenwerkingsverband deelnemende rechtspersonen aan de in het derde lid, onderdeel a en c, gestelde voorwaarden voldoet en zij gezamenlijk voldoen aan de voorwaarde, genoemd in het derde lid, onderdeel b.
2. Het subsidiepercentage, bedoeld in artikel 6.4, in voorkomend geval verhoogd ingevolge het eerste lid, wordt met vijf procentpunten verhoogd indien:
het landbouwbedrijf van de aanvrager geheel of gedeeltelijk is gelegen in een probleemgebied,
de aanvrager voor ten minste vier hectaren van de in het probleemgebied gelegen gronden van het landbouwbedrijf: een beheersovereenkomst heeft gesloten,
een pachtovereenkomst heeft gesloten met een particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisatie of
beschikt over een beheersplan als bedoeld in artikel 14 van de Natuurbeschermingswet, en
een beheersovereenkomst heeft gesloten,
een pachtovereenkomst heeft gesloten met een particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisatie of
beschikt over een beheersplan als bedoeld in artikel 14 van de Natuurbeschermingswet, en
de investeringen waarvoor de subsidie wordt aangevraagd betrekking hebben op de in het probleemgebied gelegen grond.
3. Het subsidiepercentage, bedoeld in artikel 6.4, in voorkomend geval verhoogd ingevolge het eerste lid, wordt met vijf procentpunten verhoogd indien de aanvrager:
op het tijdstip van het indienen van de aanvraag tot subsidieverlening jonger is dan 35 jaar,
zich minder dan vijf jaar voor het tijdstip van het indienen van de aanvraag tot subsidieverlening tot subsidieverlening heeft gevestigd op het landbouwbedrijf waarvoor de aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend en
niet eerder een landbouwbedrijf heeft geëxploiteerd.
4. Als vestiging als bedoeld in het derde lid, onderdeel b, wordt mede beschouwd een bedrijfsovername na ontbinding van een maatschap indien de aanvrager maat is geweest in de ontbonden maatschap en bij de ontbinding van de maatschap ten minste 50 % van de in de maatschap ingebrachte kapitaalgoederen in eigendom op de aanvrager is overgegaan.
5. In geval van een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 2.6, eerste of tweede lid, wordt de verhoging van de subsidie, bedoeld in het derde lid, verleend indien elke aan het samenwerkingsverband deelnemende natuurlijke persoon of elk bedrijfshoofd van de aan het samenwerkingsverband deelnemende rechtspersonen aan de in het derde lid, onderdeel a en c, gestelde voorwaarden voldoet en zij gezamenlijk voldoen aan de voorwaarde, genoemd in het derde lid, onderdeel b.