BWBR0008830
Geldig vanaf 1997-07-16
Artikel 2.2
Investeringsregeling markt en concurrentiekracht
1. In afwijking van artikel 2.1wordt de subsidieverlening geweigerd voor een investeringsproject in:
de sector melkproductie indien het investeringsproject tot gevolg heeft dat: de ten aanzien van het bedrijf van de aanvrager toegewezen referentiehoeveelheid wordt overschreden en
het aantal melkkoeien stijgt tot meer dan 50 per volle arbeidskracht en tot meer dan 80 per bedrijf of, indien het bedrijf over meer dan 1,6 volle arbeidskrachten beschikt, het aantal melkkoeien meer dan 15% stijgt,
de ten aanzien van het bedrijf van de aanvrager toegewezen referentiehoeveelheid wordt overschreden en
het aantal melkkoeien stijgt tot meer dan 50 per volle arbeidskracht en tot meer dan 80 per bedrijf of, indien het bedrijf over meer dan 1,6 volle arbeidskrachten beschikt, het aantal melkkoeien meer dan 15% stijgt,
de varkenshouderij indien het investeringsproject tot gevolg heeft dat het aantal varkensplaatsen stijgt, waarbij een plaats voor een fokzeug overeenkomt met 6,5 plaatsen voor mestvarkens,
de rundvleessector indien: voorzover het investeringen als bedoeld in artikel 2.1, onderdelen a tot en met e betreft, na de uitvoering van het investeringsproject meer dan 2,0 of, indien het totale aantal grootvee-eenheden op het landbouwbedrijf niet groter is dan 15, meer dan 3,0 grootvee-eenheden aan vleesrunderen per hectare voederareaal aanwezig zijn, en
voorzover het investeringen als bedoeld in artikel 2.1, onderdelen f tot en met h betreft, het investeringsproject een vergroting van de productiecapaciteit, gerekend in grootvee-eenheden, van de productierichting rundvlees tot gevolg heeft,
voorzover het investeringen als bedoeld in artikel 2.1, onderdelen a tot en met e betreft, na de uitvoering van het investeringsproject meer dan 2,0 of, indien het totale aantal grootvee-eenheden op het landbouwbedrijf niet groter is dan 15, meer dan 3,0 grootvee-eenheden aan vleesrunderen per hectare voederareaal aanwezig zijn, en
voorzover het investeringen als bedoeld in artikel 2.1, onderdelen f tot en met h betreft, het investeringsproject een vergroting van de productiecapaciteit, gerekend in grootvee-eenheden, van de productierichting rundvlees tot gevolg heeft,
de sector pluimvee en eieren indien: het gaat om andere investeringen dan die ter bescherming en verbetering van het milieu, ter verbetering van de hygiëne in veehouderijen en ter verbetering van het welzijn van dieren en
voorzover het gaat om investeringen ter bescherming en verbetering van het milieu, ter verbetering van de hygiëne in veehouderijen en ter verbetering van het welzijn van dieren, deze investeringen een vergroting van de productiecapaciteit, uitgedrukt in Nederlandse grootte-eenheden zoals die gelden op het tijdstip van het indienen van de aanvraag tot subsidieverlening, van de productierichting pluimvee en eieren tot gevolg hebben.
het gaat om andere investeringen dan die ter bescherming en verbetering van het milieu, ter verbetering van de hygiëne in veehouderijen en ter verbetering van het welzijn van dieren en
voorzover het gaat om investeringen ter bescherming en verbetering van het milieu, ter verbetering van de hygiëne in veehouderijen en ter verbetering van het welzijn van dieren, deze investeringen een vergroting van de productiecapaciteit, uitgedrukt in Nederlandse grootte-eenheden zoals die gelden op het tijdstip van het indienen van de aanvraag tot subsidieverlening, van de productierichting pluimvee en eieren tot gevolg hebben.
2. Indien op het bedrijf van de aanvrager na afloop van het investeringsproject meer dan 40 varkenseenheden per ha cultuurgrond aanwezig zijn, wordt in afwijking van artikel 2.1de subsidieverlening geweigerd.
3. Subsidie voor investeringsprojecten als bedoeld in artikel 2.1, onderdelen f tot en met h, die wordt aangevraagd door een landbouwbedrijf waarvan het arbeidsinkomen per volle arbeidskracht op het tijdstip van het indienen van de aanvraag tot subsidieverlening 120% of meer bedraagt van het overeenkomstig artikel 6.5, tweede lid, vastgestelde referentie-inkomen, wordt slechts verleend indien deze investeringsprojecten niet leiden tot een verhoging van de productiecapaciteit.
de sector melkproductie indien het investeringsproject tot gevolg heeft dat: de ten aanzien van het bedrijf van de aanvrager toegewezen referentiehoeveelheid wordt overschreden en
het aantal melkkoeien stijgt tot meer dan 50 per volle arbeidskracht en tot meer dan 80 per bedrijf of, indien het bedrijf over meer dan 1,6 volle arbeidskrachten beschikt, het aantal melkkoeien meer dan 15% stijgt,
de ten aanzien van het bedrijf van de aanvrager toegewezen referentiehoeveelheid wordt overschreden en
het aantal melkkoeien stijgt tot meer dan 50 per volle arbeidskracht en tot meer dan 80 per bedrijf of, indien het bedrijf over meer dan 1,6 volle arbeidskrachten beschikt, het aantal melkkoeien meer dan 15% stijgt,
de varkenshouderij indien het investeringsproject tot gevolg heeft dat het aantal varkensplaatsen stijgt, waarbij een plaats voor een fokzeug overeenkomt met 6,5 plaatsen voor mestvarkens,
de rundvleessector indien: voorzover het investeringen als bedoeld in artikel 2.1, onderdelen a tot en met e betreft, na de uitvoering van het investeringsproject meer dan 2,0 of, indien het totale aantal grootvee-eenheden op het landbouwbedrijf niet groter is dan 15, meer dan 3,0 grootvee-eenheden aan vleesrunderen per hectare voederareaal aanwezig zijn, en
voorzover het investeringen als bedoeld in artikel 2.1, onderdelen f tot en met h betreft, het investeringsproject een vergroting van de productiecapaciteit, gerekend in grootvee-eenheden, van de productierichting rundvlees tot gevolg heeft,
voorzover het investeringen als bedoeld in artikel 2.1, onderdelen a tot en met e betreft, na de uitvoering van het investeringsproject meer dan 2,0 of, indien het totale aantal grootvee-eenheden op het landbouwbedrijf niet groter is dan 15, meer dan 3,0 grootvee-eenheden aan vleesrunderen per hectare voederareaal aanwezig zijn, en
voorzover het investeringen als bedoeld in artikel 2.1, onderdelen f tot en met h betreft, het investeringsproject een vergroting van de productiecapaciteit, gerekend in grootvee-eenheden, van de productierichting rundvlees tot gevolg heeft,
de sector pluimvee en eieren indien: het gaat om andere investeringen dan die ter bescherming en verbetering van het milieu, ter verbetering van de hygiëne in veehouderijen en ter verbetering van het welzijn van dieren en
voorzover het gaat om investeringen ter bescherming en verbetering van het milieu, ter verbetering van de hygiëne in veehouderijen en ter verbetering van het welzijn van dieren, deze investeringen een vergroting van de productiecapaciteit, uitgedrukt in Nederlandse grootte-eenheden zoals die gelden op het tijdstip van het indienen van de aanvraag tot subsidieverlening, van de productierichting pluimvee en eieren tot gevolg hebben.
het gaat om andere investeringen dan die ter bescherming en verbetering van het milieu, ter verbetering van de hygiëne in veehouderijen en ter verbetering van het welzijn van dieren en
voorzover het gaat om investeringen ter bescherming en verbetering van het milieu, ter verbetering van de hygiëne in veehouderijen en ter verbetering van het welzijn van dieren, deze investeringen een vergroting van de productiecapaciteit, uitgedrukt in Nederlandse grootte-eenheden zoals die gelden op het tijdstip van het indienen van de aanvraag tot subsidieverlening, van de productierichting pluimvee en eieren tot gevolg hebben.
2. Indien op het bedrijf van de aanvrager na afloop van het investeringsproject meer dan 40 varkenseenheden per ha cultuurgrond aanwezig zijn, wordt in afwijking van artikel 2.1de subsidieverlening geweigerd.
3. Subsidie voor investeringsprojecten als bedoeld in artikel 2.1, onderdelen f tot en met h, die wordt aangevraagd door een landbouwbedrijf waarvan het arbeidsinkomen per volle arbeidskracht op het tijdstip van het indienen van de aanvraag tot subsidieverlening 120% of meer bedraagt van het overeenkomstig artikel 6.5, tweede lid, vastgestelde referentie-inkomen, wordt slechts verleend indien deze investeringsprojecten niet leiden tot een verhoging van de productiecapaciteit.