BWBR0008830
Geldig vanaf 1997-07-16
Artikel 6.5
Investeringsregeling markt en concurrentiekracht
1. Indien een investeringsproject dat is gericht op de verwezenlijking van een of meer van de doelstellingen, genoemd in artikel 2.1, onderdelen a tot en met d, wordt verricht op een landbouwbedrijf waarvan het arbeidsinkomen per volle arbeidskracht op het tijdstip van het indienen van de aanvraag tot subsidieverlening 120 % of meer bedraagt van het overeenkomstig het tweede lid vastgestelde referentie-inkomen, bedraagt de subsidie in afwijking van artikel 6.4 15 % van de subsidiabele kosten.
2. De minister stelt de hoogte van het referentie-inkomen vast. Dit referentie-inkomen is niet hoger dan het gemiddelde brutoloon van de niet-agrarische werknemers. Hij geeft kennis van de vaststelling in de Staatscourant.
3. Het arbeidsinkomen, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend op basis van de boekhoudverslagen van de drie aan het tijdstip van de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening voorafgaande afgesloten boekjaren of, indien het boekhoudverslag van het laatste afgesloten boekjaar nog niet voorhanden is, op basis van de boekhoudverslagen van de drie daaraan voorafgaande afgesloten boekjaren.
4. Indien op het landbouwbedrijf waarvoor de aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend minder dan drie jaar voorafgaand aan het tijdstip van het indienen van de aanvraag tot subsidieverlening tot subsidieverlening landbouwactiviteiten zijn verricht, wordt in afwijking van het eerste lid, het arbeidsinkomen berekend op basis van de voorhanden zijnde gegevens. Indien er nog geen gegevens voorhanden zijn, wordt het arbeidsinkomen berekend op basis van de gegevens van het volledige kalenderjaar van de aanvraag tot subsidieverlening.
5. Bij de berekening van het arbeidsinkomen worden incidentele baten en lasten buiten beschouwing gelaten.
2. De minister stelt de hoogte van het referentie-inkomen vast. Dit referentie-inkomen is niet hoger dan het gemiddelde brutoloon van de niet-agrarische werknemers. Hij geeft kennis van de vaststelling in de Staatscourant.
3. Het arbeidsinkomen, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend op basis van de boekhoudverslagen van de drie aan het tijdstip van de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening voorafgaande afgesloten boekjaren of, indien het boekhoudverslag van het laatste afgesloten boekjaar nog niet voorhanden is, op basis van de boekhoudverslagen van de drie daaraan voorafgaande afgesloten boekjaren.
4. Indien op het landbouwbedrijf waarvoor de aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend minder dan drie jaar voorafgaand aan het tijdstip van het indienen van de aanvraag tot subsidieverlening tot subsidieverlening landbouwactiviteiten zijn verricht, wordt in afwijking van het eerste lid, het arbeidsinkomen berekend op basis van de voorhanden zijnde gegevens. Indien er nog geen gegevens voorhanden zijn, wordt het arbeidsinkomen berekend op basis van de gegevens van het volledige kalenderjaar van de aanvraag tot subsidieverlening.
5. Bij de berekening van het arbeidsinkomen worden incidentele baten en lasten buiten beschouwing gelaten.