BWBR0007982
Geldig vanaf 1996-09-01
Artikel 32
Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag
1. Bij het opsporen van een bij deze wet strafbaar gesteld feit hebben de opsporingsambtenaren toegang tot elke plaats, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is.
2. De ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, zijn bevoegd zich bij het betreden door andere personen te doen vergezellen.
2. De ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, zijn bevoegd zich bij het betreden door andere personen te doen vergezellen.