BWBR0007982
Geldig vanaf 1996-09-01
Artikel 30
Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag
1. Met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie wordt gestraft:
a. hij die in strijd handelt met een verbod als bedoeld in artikel 12;
b. hij die in strijd handelt met een beperking, bevel of verbod als bedoeld in de artikelen 8, eerste lid, en 9, eerste lid;
c. hij die in strijd handelt met een beperking of een verbod als bedoeld in artikel 17, eerste lid;
d. hij die in strijd handelt met een bepaling of een verbod als bedoeld in artikel 13;
e. hij die in strijd handelt met een bepaling of een verbod als bedoeld in het eerste lid van artikel 11, of een voorwaarde als bedoeld in het tweede lid van dat artikel, niet nakomt.
2. Met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie wordt gestraft hij die opzettelijk in strijd handelt met een bevel of verbod als bedoeld in artikel 9.
3. De feiten, in het eerste lid strafbaar gesteld, worden beschouwd als overtredingen, die in het tweede lid strafbaar gesteld, als misdrijven.
a. hij die in strijd handelt met een verbod als bedoeld in artikel 12;
b. hij die in strijd handelt met een beperking, bevel of verbod als bedoeld in de artikelen 8, eerste lid, en 9, eerste lid;
c. hij die in strijd handelt met een beperking of een verbod als bedoeld in artikel 17, eerste lid;
d. hij die in strijd handelt met een bepaling of een verbod als bedoeld in artikel 13;
e. hij die in strijd handelt met een bepaling of een verbod als bedoeld in het eerste lid van artikel 11, of een voorwaarde als bedoeld in het tweede lid van dat artikel, niet nakomt.
2. Met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie wordt gestraft hij die opzettelijk in strijd handelt met een bevel of verbod als bedoeld in artikel 9.
3. De feiten, in het eerste lid strafbaar gesteld, worden beschouwd als overtredingen, die in het tweede lid strafbaar gesteld, als misdrijven.