BWBR0007982
Geldig vanaf 1996-09-01
Artikel 15
Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag
1. Dit lid is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit lid in werking treden.
De burgemeester is bevoegd een ieder aan zijn kleding en degene die de openbare orde en veiligheid verstoort of ten aanzien van wie een gegrond vermoeden bestaat dat hij zich daaraan schuldig zal maken, ook aan zijn lichaam te onderzoeken.
2. Bij regeling van Onze Minister van Veiligheid en Justitie worden nadere regels gegeven met betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid.
3. Dit lid is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit lid in werking treden.
Indien een of meer van de artikelen 9 tot en met 53 van de Oorlogswet voor Nederlandin werking zijn gesteld, wordt van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geen gebruik gemaakt jegens militairen.
De burgemeester is bevoegd een ieder aan zijn kleding en degene die de openbare orde en veiligheid verstoort of ten aanzien van wie een gegrond vermoeden bestaat dat hij zich daaraan schuldig zal maken, ook aan zijn lichaam te onderzoeken.
2. Bij regeling van Onze Minister van Veiligheid en Justitie worden nadere regels gegeven met betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid.
3. Dit lid is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit lid in werking treden.
Indien een of meer van de artikelen 9 tot en met 53 van de Oorlogswet voor Nederlandin werking zijn gesteld, wordt van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geen gebruik gemaakt jegens militairen.