BWBR0007734
Geldig vanaf 1996-01-01
Artikel 3
Onderwijsregeling inburgering nieuwkomers 1996
1. De gemeente draagt er zorg voor dat de educatieve component voor de nieuwkomers van de gemeente beschikbaar is en draagt tevens zorg voor het totstandkomen van een onderwijsovereenkomst tussen de nieuwkomer en de instelling.
2. Op de onderwijsovereenkomst is artikel 8.1.3, van de wet van overeenkomstige toepassing. De onderwijsovereenkomst bevat voorts ten minste:
a. de datum waarop de nieuwkomer-deelnemer met het onderwijs aanvangt;
b. een verplichting tot het afleggen door de nieuwkomer-deelnemer en het afnemen door de instelling van een toets waaruit het door de nieuwkomer-deelnemer bereikte niveau en de mogelijkheden voor vervolgopleidingen kunnen worden afgeleid , waarbij het niveau van de nieuwkomer-deelnemer wordt getoetst in relatie tot het niveau van de opleiding Nederlands als tweede taal bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel c, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
c. de verplichting tot het verstrekken door de instelling van een document aan de nieuwkomer-deelnemer en de gemeente waaruit het in onderdeel b bedoelde niveau , de mogelijkheden voor vervolgopleidingen en het aantal lesuren dat de nieuwkomer-deelnemer heeft deelgenomen aan een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs of basiseducatie voorzover betrekking hebbend op Nederlands als tweede taal kunnen worden afgeleid;
d. de verplichting tot het volgen van het tussen gemeente en instelling overeengekomen onderwijs door de nieuwkomer-deelnemer gedurende een periode van ten minste 6 maanden binnen een termijn van 9 maanden nadat de onderwijsovereenkomst is gesloten, tenzij op een eerder tijdstip het examen met gunstig gevolg is afgelegd, of door de nieuwkomer-deelnemer ten minste 500 uren van een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs of basiseducatie voorzover betrekking hebbend op Nederlands als tweede taal zijn gevolgd.
2. Op de onderwijsovereenkomst is artikel 8.1.3, van de wet van overeenkomstige toepassing. De onderwijsovereenkomst bevat voorts ten minste:
a. de datum waarop de nieuwkomer-deelnemer met het onderwijs aanvangt;
b. een verplichting tot het afleggen door de nieuwkomer-deelnemer en het afnemen door de instelling van een toets waaruit het door de nieuwkomer-deelnemer bereikte niveau en de mogelijkheden voor vervolgopleidingen kunnen worden afgeleid , waarbij het niveau van de nieuwkomer-deelnemer wordt getoetst in relatie tot het niveau van de opleiding Nederlands als tweede taal bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel c, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
c. de verplichting tot het verstrekken door de instelling van een document aan de nieuwkomer-deelnemer en de gemeente waaruit het in onderdeel b bedoelde niveau , de mogelijkheden voor vervolgopleidingen en het aantal lesuren dat de nieuwkomer-deelnemer heeft deelgenomen aan een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs of basiseducatie voorzover betrekking hebbend op Nederlands als tweede taal kunnen worden afgeleid;
d. de verplichting tot het volgen van het tussen gemeente en instelling overeengekomen onderwijs door de nieuwkomer-deelnemer gedurende een periode van ten minste 6 maanden binnen een termijn van 9 maanden nadat de onderwijsovereenkomst is gesloten, tenzij op een eerder tijdstip het examen met gunstig gevolg is afgelegd, of door de nieuwkomer-deelnemer ten minste 500 uren van een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs of basiseducatie voorzover betrekking hebbend op Nederlands als tweede taal zijn gevolgd.