1. De minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen verstrekt in 1996 , onverminderd artikel 5, derde en vierde lid, aan de gemeenten die zijn vermeld op het in bijlage 1 bij deze regeling behorende overzicht, voor het aantal daarop vermelde nieuwkomers van de gemeente een uitkering.
2. De gemeente kan de uitkering voor het gehele jaar 1996, voor het gehele bedrag van de uitkering, en voorzover tevens voor het gehele bedrag van de uitkering op grond van de welzijnsregeling gezamenlijke besteding plaatsvindt, te zamen met een of meer andere gemeenten besteden.
3. In geval van samenwerking als bedoeld in het tweede lid, wijst de gemeente een gemeente of een publiekrechtelijke rechtspersoon aan die namens de gemeente de uitkering ontvangt, verantwoordt en met inachtneming van het bepaalde in deze regeling op de uitkering wordt afgerekend.
4. In geval van samenwerking als bedoeld in het tweede lid, ontvangt de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen uiterlijk op 1 februari 1996 een melding daarvan.
5. Slechts indien de melding uiterlijk op 1 februari wordt ontvangen, wordt de uitkering verstrekt aan de in de melding genoemde gemeente of de publiekrechtelijke rechtspersoon, en voor zover de uitkering reeds aan een of meer gemeenten is verstrekt, wordt deze van die gemeente of gemeenten teruggevorderd.
6. De melding bevat namens de betreffende gemeenten:
a. de namen van de gemeenten die samenwerken;
b. de naam van gemeente of de aanduiding van de publiekrechtelijke rechtspersoon, bedoeld in het derde lid;
c. de verklaring van burgemeester en wethouders van de gemeente houdende machtiging tot ontvangst verantwoording en afrekening van de uitkering.
7. Slechts een volledige melding wordt in behandeling genomen. In geval van een onvolledige melding wordt de gemeente binnen 3 weken na de melding door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, in de gelegenheid gesteld het verzuim binnen een door hem te bepalen termijn te herstellen.
8. Indien gemeenten de uitkering te zamen met een of meer andere gemeenten besteden, worden de informatie, bedoeld in artikel 10, en de rekening en verantwoording, bedoeld in artikel 5, namens die gemeenten gezamenlijk, ingediend.
9. De uitkering strekt onverminderd het in deze regeling bepaalde, tot vergoeding van de kosten van de educatieve component in 1996 van het in het overzicht vermelde aantal nieuwkomers van de gemeente, of van de in het tweede lid bedoelde gemeenten, en kan voor zover deze niet wordt besteed aan de educatieve component, worden besteed aan de welzijnscomponent.
10. De uitkering bedraagt f 6253,85 voor elke nieuwkomer. De hoogte van de uitkering wordt in 1996 aangepast aan de toepasselijke algemene salarismaatregelen en aan de premiemaatregelen in verband met werkloosheidsuitkeringen.
11. De uitkering wordt verstrekt onder voorbehoud van goedkeuring van de beschikbare middelen door de begrotingswetgever.
12. Op werkloosheidsuitkeringen of herplaatsingswachtgelden bij een instelling als gevolg van vermindering van de educatiemiddelen 1996 ten opzichte van de educatiemiddelen 1995, is de Regeling bijdrage gemeenten in kosten van werkloosheidsuitkeringen educatie 1996 van overeenkomstige toepassing.
13. Bij het verstrekken van de uitkering stelt de minister voor elke gemeente de hoogte van de gemeentelijke educatiemiddelen 1995 vast. Dit bedrag bestaat uit de middelen van het landelijk overzicht VE 1996-1999 verminderd met de inburgeringsmiddelen, en vermeerderd met een nader per gemeente vast te stellen bedrag dat is gebaseerd op een percentage van de inburgeringsgelden van het landelijk overzicht VE 1996-1999.