BWBR0007734
Geldig vanaf 1996-01-01
Artikel 5
Onderwijsregeling inburgering nieuwkomers 1996
1. Voor 1 november 1997 dient de gemeente bij de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen, een rekening en verantwoording in waaruit blijkt dat de uitkering rechtmatig is besteed.
2. De rekening en verantwoording over de periode van 1 januari 1996 tot en met 31 december 1996 vermeldt:
het aantal nieuwkomer-deelnemers van de gemeente waarmee vóór 1 juli 1996 een onderwijsovereenkomst is gesloten;
het aantal nieuwkomer-deelnemers van de gemeente waarmee op of na 1 juli 1996 een onderwijsovereenkomst is gesloten.
3. Indien het aantal nieuwkomer-deelnemers waarmee in de periode tot en met 30 juni 1996 een onderwijsovereenkomst is gesloten minder is dan het gegarandeerde aantal deelnemers voor de periode van 1 januari 1996 tot en met 30 juni 1996, en indien met alle daarvoor in aanmerking komende nieuwkomers van de gemeenten een onderwijsovereenkomst is gesloten of daartoe in redelijkheid alle pogingen zijn ondernomen, kan de rekening en verantwoording tot ten hoogste dat aantal tevens een aantal oudkomers waarmee in de periode tot en met 30 juni een onderwijsovereenkomst is gesloten, vermelden.
4. Indien de som van het aantal nieuwkomer-deelnemers bedoeld in het tweede lid onder a, het aantal nieuwkomer-deelnemers bedoeld in het tweede lid onder b, en het aantal oudkomers bedoeld in het derde lid, minder is dan het voor de desbetreffende gemeente opgenomen gegarandeerde aantal deelnemers voor de periode van 1 januari 1996 tot en met 31 december 1996, en indien met alle daarvoor in aanmerking komende nieuwkomers van de gemeente een onderwijsovereenkomst is gesloten of daartoe in redelijkheid alle pogingen zijn ondernomen, kan de rekening en verantwoording tot ten hoogste dat aantal tevens een aantal deelnemers waarvoor op of na 1 juli 1996 een overeenkomst is gesloten, vermelden.
5. Een gemeente die toepassing geeft aan het derde of vierde lid, voegt bij de rekening en verantwoording een document waaruit blijkt dat aan de voorwaarden van het derde of vierde lid is voldaan.
6. Indien het aantal nieuwkomer-deelnemers, oudkomers en deelnemers meer dan 25 bedraagt is de rekening en verantwoording voorzien van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een door de gemeente aangewezen accountant, bedoeld in artikel 393, eerste lid van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, waarbij ten behoeve van de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen is bedongen dat op diens verzoek inzicht wordt geboden in de gegevens die bij de controle op enigerlei wijze een rol spelen en in de controlerapporten van de accountant.
7. Ten behoeve van de verklaring van de accountant wordt door de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen een controleprotocol opgesteld.
2. De rekening en verantwoording over de periode van 1 januari 1996 tot en met 31 december 1996 vermeldt:
het aantal nieuwkomer-deelnemers van de gemeente waarmee vóór 1 juli 1996 een onderwijsovereenkomst is gesloten;
het aantal nieuwkomer-deelnemers van de gemeente waarmee op of na 1 juli 1996 een onderwijsovereenkomst is gesloten.
3. Indien het aantal nieuwkomer-deelnemers waarmee in de periode tot en met 30 juni 1996 een onderwijsovereenkomst is gesloten minder is dan het gegarandeerde aantal deelnemers voor de periode van 1 januari 1996 tot en met 30 juni 1996, en indien met alle daarvoor in aanmerking komende nieuwkomers van de gemeenten een onderwijsovereenkomst is gesloten of daartoe in redelijkheid alle pogingen zijn ondernomen, kan de rekening en verantwoording tot ten hoogste dat aantal tevens een aantal oudkomers waarmee in de periode tot en met 30 juni een onderwijsovereenkomst is gesloten, vermelden.
4. Indien de som van het aantal nieuwkomer-deelnemers bedoeld in het tweede lid onder a, het aantal nieuwkomer-deelnemers bedoeld in het tweede lid onder b, en het aantal oudkomers bedoeld in het derde lid, minder is dan het voor de desbetreffende gemeente opgenomen gegarandeerde aantal deelnemers voor de periode van 1 januari 1996 tot en met 31 december 1996, en indien met alle daarvoor in aanmerking komende nieuwkomers van de gemeente een onderwijsovereenkomst is gesloten of daartoe in redelijkheid alle pogingen zijn ondernomen, kan de rekening en verantwoording tot ten hoogste dat aantal tevens een aantal deelnemers waarvoor op of na 1 juli 1996 een overeenkomst is gesloten, vermelden.
5. Een gemeente die toepassing geeft aan het derde of vierde lid, voegt bij de rekening en verantwoording een document waaruit blijkt dat aan de voorwaarden van het derde of vierde lid is voldaan.
6. Indien het aantal nieuwkomer-deelnemers, oudkomers en deelnemers meer dan 25 bedraagt is de rekening en verantwoording voorzien van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een door de gemeente aangewezen accountant, bedoeld in artikel 393, eerste lid van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, waarbij ten behoeve van de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen is bedongen dat op diens verzoek inzicht wordt geboden in de gegevens die bij de controle op enigerlei wijze een rol spelen en in de controlerapporten van de accountant.
7. Ten behoeve van de verklaring van de accountant wordt door de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen een controleprotocol opgesteld.