BWBR0007083
Geldig vanaf 2014-04-01
Artikel 14
Besluit tenuitvoerlegging jeugdstrafrecht 1994
1. Uiterlijk drie maanden voordat de maatregel ingevolge artikel 77s, zesde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafrechtvoorwaardelijk eindigt, maakt de directeur van de inrichting binnen een maand te rekenen vanaf voornoemd tijdstip een schriftelijk met redenen omkleed, gedagtekend en ondertekend advies op en zendt dit aan Onze Minister. Het advies betreft:
a. de wenselijkheid van de verlenging van de maatregel;
b. de termijn, waarover naar zijn mening, de verlenging zich zou moeten uitstrekken.
2. Bij het advies wordt een afschrift van de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de jeugdige overgelegd.
3. Indien in het geval, bedoeld in het eerste lid, de jeugdige op grond van een scholings- en trainingsprogramma of een voorwaardelijke beëindiging als bedoeld in artikel 77s, zevende lid, van het Wetboek van Strafrecht, buiten de inrichting verblijft, voegt de directeur van de inrichting bij zijn advies tevens de beschouwingen van de jeugdreclassering dan wel de reclassering inzake de wenselijkheid van de verlenging van de maatregel.
4. Onze Minister zendt het advies met bijlagen aan het openbaar ministerie bij de rechtbank die in eerste aanleg heeft kennis genomen van het misdrijf terzake waarvan de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen is opgelegd.
a. de wenselijkheid van de verlenging van de maatregel;
b. de termijn, waarover naar zijn mening, de verlenging zich zou moeten uitstrekken.
2. Bij het advies wordt een afschrift van de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de jeugdige overgelegd.
3. Indien in het geval, bedoeld in het eerste lid, de jeugdige op grond van een scholings- en trainingsprogramma of een voorwaardelijke beëindiging als bedoeld in artikel 77s, zevende lid, van het Wetboek van Strafrecht, buiten de inrichting verblijft, voegt de directeur van de inrichting bij zijn advies tevens de beschouwingen van de jeugdreclassering dan wel de reclassering inzake de wenselijkheid van de verlenging van de maatregel.
4. Onze Minister zendt het advies met bijlagen aan het openbaar ministerie bij de rechtbank die in eerste aanleg heeft kennis genomen van het misdrijf terzake waarvan de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen is opgelegd.