BWBR0007083
Geldig vanaf 2014-04-01
Artikel 15
Besluit tenuitvoerlegging jeugdstrafrecht 1994
1. Het openbaar ministerie, bedoeld in artikel 14, vierde lid, doet Onze Minister zo spoedig mogelijk mededeling:
a. van zijn eventuele beslissing geen vordering tot verlenging van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen in te dienen;
b. indien zodanige vordering wel is ingediend van de beslissing van de rechtbank.
2. Indien de rechter de maatregel niet verlengt stelt het openbaar ministerie zo spoedig mogelijk de directeur van de inrichting van die beslissing in kennis.
3. Indien de beslissing tot niet verlenging van de maatregel ziet op een jeugdige ten aanzien van wie reeds een beslissing tot voorwaardelijke beëindiging van de maatregel was genomen, brengt het openbaar ministerie deze beslissing tevens ter kennis van de jeugdreclassering dan wel de reclassering.
a. van zijn eventuele beslissing geen vordering tot verlenging van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen in te dienen;
b. indien zodanige vordering wel is ingediend van de beslissing van de rechtbank.
2. Indien de rechter de maatregel niet verlengt stelt het openbaar ministerie zo spoedig mogelijk de directeur van de inrichting van die beslissing in kennis.
3. Indien de beslissing tot niet verlenging van de maatregel ziet op een jeugdige ten aanzien van wie reeds een beslissing tot voorwaardelijke beëindiging van de maatregel was genomen, brengt het openbaar ministerie deze beslissing tevens ter kennis van de jeugdreclassering dan wel de reclassering.