BWBR0007083
Geldig vanaf 2014-04-01
Artikel 5
Besluit tenuitvoerlegging jeugdstrafrecht 1994
1. De maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen kan te allen tijde door Onze Minister voorwaardelijk of onvoorwaardelijk worden beëindigd indien het doel van de maatregel bereikt is of beter op andere wijze kan worden bereikt.
2. De beschikking tot voorwaardelijke beëindiging wordt genomen op voorstel van de directeur van de inrichting.
3. De beschikking kan ook ambtshalve worden genomen, doch slechts nadat de directeur van de inrichting is gehoord.
4. De jeugdreclassering dan wel de reclassering, belast met de begeleiding en het toezicht, bedoeld in artikel 10, tweede lid, van het Reglement justitiële jeugdinrichtingen, kan aan Onze Minister een voorstel doen tot het voorwaardelijk beëindigen van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen. Dit voorstel wordt door tussenkomst van de directeur van de inrichting aan Onze Minister gedaan.
2. De beschikking tot voorwaardelijke beëindiging wordt genomen op voorstel van de directeur van de inrichting.
3. De beschikking kan ook ambtshalve worden genomen, doch slechts nadat de directeur van de inrichting is gehoord.
4. De jeugdreclassering dan wel de reclassering, belast met de begeleiding en het toezicht, bedoeld in artikel 10, tweede lid, van het Reglement justitiële jeugdinrichtingen, kan aan Onze Minister een voorstel doen tot het voorwaardelijk beëindigen van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen. Dit voorstel wordt door tussenkomst van de directeur van de inrichting aan Onze Minister gedaan.