Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-04-25
ECLI:NL:RBAMS:2025:3226
Strafrecht
Beschikking
1,124 tokens
Dictum
[veroordeelde] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2004,
verblijvende bij [verblijfplek] ,
[adres verblijfplek] .
die bij vonnis van deze rechtbank d.d. 22 juli 2021 werd veroordeeld tot de maatregel van
plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna ook: de PIJ-maatregel).
De PIJ-maatregel is laatstelijk bij beschikking van deze rechtbank d.d. 15 maart 2024 voor de tijd van twaalf maanden verlengd.
De inhoud van de vordering.
De vordering van de officier van justitie strekt tot het verlengen van de termijn van de PIJ-maatregel met vijf maanden.
De procesgang.
De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken in de zaak met bovenvermeld parketnummer, waaronder:
het op 27 december 2024 op grond van artikel 14 van het Besluit tenuitvoerlegging jeugdstrafrecht 1994 uitgebrachte advies, strekkende tot verlenging van de PIJ-maatregel met vijf maanden, alsmede de daarbij overgelegde aantekeningen;
het op 20 december 2024 uitgebrachte STP-plan.
De rechtbank heeft op 25 april 2025 de vordering in de raadkamer met gesloten deuren behandeld.
Verschenen en gehoord zijn:
mr. J.M. Pauwelussen, officier van justitie;
de veroordeelde [veroordeelde] , bijgestaan door zijn raadsman mr. W.K. Cheng;
mw. [naam 1] , werkzaam als gedragswetenschapper verbonden aan [JJI] ;
mw. [naam 2] werkzaam als reclasseringswerker;
mw. [naam 3] , werkzaam als reclasseringswerker.
De standpunten
Voor de standpunten wordt verwezen naar het proces-verbaal van de behandeling van de vordering in raadkamer.
Beoordeling
Gelet op voormeld advies, het verhandelde in raadkamer en artikel 6:6:31 van het Wetboek van Strafvordering, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen en een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van [veroordeelde] eisen dat de termijn van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen met vijf maanden wordt verlengd.
De rechtbank stelt vast dat het goed gaat met het scholings- en trainingsprogramma (STP) van [veroordeelde] . Hij woont zelfstandig bij [verblijfplek] in [plaats] en werkt als koerier bij [bedrijf] . [veroordeelde] heeft weinig sociale contacten en focust zich op zijn familie en het geloof. Op dit moment werkt hij aan het vinden van een vaste baan, onder meer om zijn schulden als gevolg van het indexdelict af te kunnen betalen. De rechtbank spreekt de hoop uit dat [veroordeelde] de laatste vakken van het vmbo-t afrondt zodat hij het diploma behaalt.
[veroordeelde] heeft ter zitting aangegeven zich te kunnen vinden in de gevorderde verlenging van vijf maanden om toe te kunnen werken naar de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel. Uit het verlengingsadvies komt naar voren dat [veroordeelde] een gestage positieve ontwikkeling doormaakt en dat er nog een matig recidiverisico bestaat. Om het STP zorgvuldig te kunnen doorlopen is een verlenging van vijf maanden op dit moment aangewezen. Het is de komende tijd van belang dat [veroordeelde] om leert gaan met het verkrijgen van meer vrijheid door met de autoriteiten samen te werken en open te zijn over de uitdagingen die de toename van meer vrijheid met zich zal brengen.
De maatregel zal behoudens verdere verlenging en eventuele tussentijdse
opschortingsperiodes, voorwaardelijk eindigen op 21 juli 2025 en onvoorwaardelijk
eindigen op 21 juli 2026.
De rechtbank beslist dienovereenkomstig.
Dictum
De rechtbank:
Wijst de vordering van de officier van justitie toe en verlengt de termijn van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen van [veroordeelde] voornoemd met vijf maanden.
Deze beschikking is gegeven door
mr. I.M. Nusselder voorzitter tevens kinderrechter,
mrs. M. van der Kaay en R.H. Mulderije, rechters,
in tegenwoordigheid van T. Bongenaar griffier
en uitgesproken tijdens de openbare raadkamer op 25 april 2025.