BWBR0007083
Geldig vanaf 2014-04-01
Artikel 9
Besluit tenuitvoerlegging jeugdstrafrecht 1994
1. Indien Onze Minister voorwaardelijk of onvoorwaardelijk de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen beëindigt, stelt hij zo spoedig mogelijk de directeur van de inrichting, de raad voor de kinderbescherming en het openbaar ministerie van die beslissing in kennis. Indien de beëindiging voorwaardelijk is verleend, deelt hij daarbij de voorwaarden mede.
2. Indien de beslissing strekt tot onvoorwaardelijke beëindiging van de maatregel ten aanzien van een jeugdige aan wie reeds voorwaardelijke beëindiging was verleend, brengt Onze Minister de beslissing tevens ter kennis van de betrokken stichting.
2. Indien de beslissing strekt tot onvoorwaardelijke beëindiging van de maatregel ten aanzien van een jeugdige aan wie reeds voorwaardelijke beëindiging was verleend, brengt Onze Minister de beslissing tevens ter kennis van de betrokken stichting.