BWBR0006733
Geldig vanaf 2000-01-01
Artikel 3
Besluit solvabiliteitsmarge verzekeringsbedrijf 1994
1. De solvabiliteitsmarge wordt met name gevormd door de volgende vermogensbestanddelen:
a. het gestorte aandelenkapitaal of waarborgkapitaal vermeerderd met de ledenrekeningen;
b. de helft van het obligo van het geplaatste kapitaal of van het in aandelen verdeeld waarborgkapitaal;
c. de reserves;
d. de onverdeelde winst dan wel het verlies;
e. de suppletiebijdragen die onderlinge waarborgmaatschappijen die het schadeverzekeringsbedrijf uitoefenen, uit hoofde van het boekjaar krachtens de statuten van hun leden kunnen eisen;
f. de meerwaarden in verband met de onderwaardering van activa dan wel op grond van winstverwachtingen van levensverzekeraars;
g. het cumulatief preferent aandelenkapitaal;
h. de achtergestelde leningen;
i. de effecten met onbepaalde looptijd en andere vermogensinstrumenten.
2. Ten aanzien van de vermogensbestanddelen, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende voorwaarden in acht genomen:
a. de ledenrekeningen hebben statutair een achtergesteld karakter; de statuten bepalen dat: - vanaf deze rekeningen alleen betalingen aan de leden plaatsvinden als daardoor de solvabiliteitsmarge niet daalt beneden het vereiste niveau, dan wel bij liquidatie van de verzekeraar als alle andere schulden zijn voldaan;
- elke betaling vanaf deze ledenrekeningen voor andere doeleinden dan voor de individuele opzegging van het lidmaatschap niet eerder plaatsvindt dan dertig dagen na melding ervan aan de Pensioen- & Verzekeringskamer: de Pensioen- & Verzekeringskamer kan tegen deze voorgenomen betaling bedenkingen naar voren brengen aan welke bedenkingen de verzekeraar dient tegemoet te komen;
- vanaf deze rekeningen alleen betalingen aan de leden plaatsvinden als daardoor de solvabiliteitsmarge niet daalt beneden het vereiste niveau, dan wel bij liquidatie van de verzekeraar als alle andere schulden zijn voldaan;
- elke betaling vanaf deze ledenrekeningen voor andere doeleinden dan voor de individuele opzegging van het lidmaatschap niet eerder plaatsvindt dan dertig dagen na melding ervan aan de Pensioen- & Verzekeringskamer: de Pensioen- & Verzekeringskamer kan tegen deze voorgenomen betaling bedenkingen naar voren brengen aan welke bedenkingen de verzekeraar dient tegemoet te komen;
b. wijzigingen van de statutaire bepalingen met betrekking tot de ledenrekeningen bedoeld in onderdeel a., moeten zijn toegestaan door de Pensioen- & Verzekeringskamer;
c. de helft van het obligo van het geplaatste kapitaal of van het in aandelen verdeeld waarborgkapitaal kan alleen na toestemming van de Pensioen- & Verzekeringskamer worden meegeteld tot een maximum van vijftig procent van het totaal van de aanwezige solvabiliteitsmarge of de vereiste solvabiliteitsmarge, naargelang welk bedrag het laagst is, indien van het geplaatste kapitaal minimaal vijfentwintig procent is gestort;
d. de suppletiebijdragen kunnen na toestemming van de Pensioen- & Verzekeringskamer worden meegeteld tot maximaal vijftig procent van het verschil tussen de maximumbijdragen en de werkelijk gevorderde bedragen en tot een maximum van vijftig procent van het totaal van de aanwezige solvabiliteitsmarge of de vereiste solvabiliteitsmarge, naargelang welk bedrag het laagst is; de Pensioen- & Verzekeringskamer stelt nadere regels betreffende de voorwaarden waaronder de suppletiebijdragen kunnen worden meegeteld;
e. de meerwaarden worden slechts meegeteld na toestemming van de Pensioen- & Verzekeringskamer, met dien verstande dat maximaal vijftig procent van de meerwaarden op grond van winstverwachtingen van levensverzekeraars kan worden meegeteld tot een maximum van vijfentwintig procent van het totaal van de aanwezige solvabiliteitsmarge of de vereiste solvabiliteitsmarge, naargelang welk bedrag het laagst is;
f. het cumulatief preferent aandelenkapitaal en de achtergestelde leningen kunnen worden meegeteld tot een maximum van vijftig procent van het totaal van de aanwezige solvabiliteitsmarge of de vereiste solvabiliteitsmarge, naargelang welk bedrag het laagst is, met dien verstande dat cumulatief preferent aandelenkapitaal en achtergestelde leningen met vaste looptijd kunnen worden meegeteld tot maximaal vijfentwintig procent van deze solvabiliteitsmarge, voorzover aan de volgende voorwaarden is voldaan: - vorderingen uit hoofde van achtergestelde leningen worden achtergesteld bij de vorderingen van alle andere crediteuren;
- van de achtergestelde leningen worden alleen de gestorte bedragen in aanmerking genomen;
- een achtergestelde lening met een vaste looptijd heeft een oorspronkelijke looptijd van ten minste vijf jaar; ten minste een jaar voor de contractuele vervaldag legt de verzekeraar een plan ter toestemming voor aan de Pensioen- & Verzekeringskamer waarin wordt uiteengezet op welke wijze de solvabiliteitsmarge zal worden gehandhaafd of op de vervaldag op het vereiste niveau zal worden gebracht;
- de achtergestelde lening zonder vaste looptijd kan slechts worden afgelost met een opzeggingstermijn van vijf jaar, tenzij de lening niet langer als bestanddeel van de solvabiliteitsmarge wordt aangemerkt of de Pensioen- & Verzekeringskamer de aflossing heeft toegestaan; het verzoek om die toestemming wordt ten minste zes maanden voor de beoogde aflossingsdatum bij de Pensioen- & Verzekeringskamer ingediend;
- de leningsovereenkomst bevat geen bepaling op grond waarvan de achtergestelde lening voor het einde van de looptijd, anders dan bij liquidatie van de onderneming, moet worden afgelost;
- wijzigingen in de leningsovereenkomst worden pas aangebracht na toestemming van de Pensioen- & Verzekeringskamer;
- vorderingen uit hoofde van achtergestelde leningen worden achtergesteld bij de vorderingen van alle andere crediteuren;
- van de achtergestelde leningen worden alleen de gestorte bedragen in aanmerking genomen;
- een achtergestelde lening met een vaste looptijd heeft een oorspronkelijke looptijd van ten minste vijf jaar; ten minste een jaar voor de contractuele vervaldag legt de verzekeraar een plan ter toestemming voor aan de Pensioen- & Verzekeringskamer waarin wordt uiteengezet op welke wijze de solvabiliteitsmarge zal worden gehandhaafd of op de vervaldag op het vereiste niveau zal worden gebracht;
- de achtergestelde lening zonder vaste looptijd kan slechts worden afgelost met een opzeggingstermijn van vijf jaar, tenzij de lening niet langer als bestanddeel van de solvabiliteitsmarge wordt aangemerkt of de Pensioen- & Verzekeringskamer de aflossing heeft toegestaan; het verzoek om die toestemming wordt ten minste zes maanden voor de beoogde aflossingsdatum bij de Pensioen- & Verzekeringskamer ingediend;
- de leningsovereenkomst bevat geen bepaling op grond waarvan de achtergestelde lening voor het einde van de looptijd, anders dan bij liquidatie van de onderneming, moet worden afgelost;
- wijzigingen in de leningsovereenkomst worden pas aangebracht na toestemming van de Pensioen- & Verzekeringskamer;
g. effecten met onbepaalde looptijd en andere vermogensinstrumenten worden voor het totaal van deze effecten en van de achtergestelde leningen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, meegeteld tot een maximum van vijftig procent van het totaal van de aanwezige solvabiliteitsmarge of de vereiste solvabiliteitsmarge, naargelang welk bedrag het laagst is, voorzover aan de volgende voorwaarden is voldaan: - de aflossing op deze effecten en andere vermogensinstrumenten vindt alleen plaats na toestemming van de Pensioen- & Verzekeringskamer;
- in de emissie-overeenkomst is vastgelegd dat de verzekeraar de rentebetaling kan uitstellen;
- de vorderingen op de verzekeraar uit hoofde van genoemde effecten zijn achtergesteld ten opzichte van overige vorderingen;
- in de emissie-overeenkomst is vastgelegd dat verliezen kunnen worden gecompenseerd met het bedrag van de lening en de nog te betalen rente;
- alleen de gestorte bedragen worden in aanmerking genomen.
- de aflossing op deze effecten en andere vermogensinstrumenten vindt alleen plaats na toestemming van de Pensioen- & Verzekeringskamer;
- in de emissie-overeenkomst is vastgelegd dat de verzekeraar de rentebetaling kan uitstellen;
- de vorderingen op de verzekeraar uit hoofde van genoemde effecten zijn achtergesteld ten opzichte van overige vorderingen;
- in de emissie-overeenkomst is vastgelegd dat verliezen kunnen worden gecompenseerd met het bedrag van de lening en de nog te betalen rente;
- alleen de gestorte bedragen worden in aanmerking genomen.
3. De solvabiliteitsmarge, bedoeld in het eerste lid, wordt voor schadeverzekeraars, die overeenkomstig artikel 3, derde lid, van het Besluit technische voorzieningen verzekeringsbedrijf 1994tot discontering van hun technische voorzieningen voor te betalen schaden overgaan om met de opbrengsten uit beleggingen rekening te houden, verminderd met het verschil tussen de niet-gedisconteerde technische voorzieningen en de gedisconteerde technische voorzieningen voor alle risico's die geen verband houden met de branches Ongevallen en Ziekte, met dien verstande dat geen correctie behoeft te worden toegepast voor discontering van in de technische voorziening opgenomen renten.
a. het gestorte aandelenkapitaal of waarborgkapitaal vermeerderd met de ledenrekeningen;
b. de helft van het obligo van het geplaatste kapitaal of van het in aandelen verdeeld waarborgkapitaal;
c. de reserves;
d. de onverdeelde winst dan wel het verlies;
e. de suppletiebijdragen die onderlinge waarborgmaatschappijen die het schadeverzekeringsbedrijf uitoefenen, uit hoofde van het boekjaar krachtens de statuten van hun leden kunnen eisen;
f. de meerwaarden in verband met de onderwaardering van activa dan wel op grond van winstverwachtingen van levensverzekeraars;
g. het cumulatief preferent aandelenkapitaal;
h. de achtergestelde leningen;
i. de effecten met onbepaalde looptijd en andere vermogensinstrumenten.
2. Ten aanzien van de vermogensbestanddelen, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende voorwaarden in acht genomen:
a. de ledenrekeningen hebben statutair een achtergesteld karakter; de statuten bepalen dat: - vanaf deze rekeningen alleen betalingen aan de leden plaatsvinden als daardoor de solvabiliteitsmarge niet daalt beneden het vereiste niveau, dan wel bij liquidatie van de verzekeraar als alle andere schulden zijn voldaan;
- elke betaling vanaf deze ledenrekeningen voor andere doeleinden dan voor de individuele opzegging van het lidmaatschap niet eerder plaatsvindt dan dertig dagen na melding ervan aan de Pensioen- & Verzekeringskamer: de Pensioen- & Verzekeringskamer kan tegen deze voorgenomen betaling bedenkingen naar voren brengen aan welke bedenkingen de verzekeraar dient tegemoet te komen;
- vanaf deze rekeningen alleen betalingen aan de leden plaatsvinden als daardoor de solvabiliteitsmarge niet daalt beneden het vereiste niveau, dan wel bij liquidatie van de verzekeraar als alle andere schulden zijn voldaan;
- elke betaling vanaf deze ledenrekeningen voor andere doeleinden dan voor de individuele opzegging van het lidmaatschap niet eerder plaatsvindt dan dertig dagen na melding ervan aan de Pensioen- & Verzekeringskamer: de Pensioen- & Verzekeringskamer kan tegen deze voorgenomen betaling bedenkingen naar voren brengen aan welke bedenkingen de verzekeraar dient tegemoet te komen;
b. wijzigingen van de statutaire bepalingen met betrekking tot de ledenrekeningen bedoeld in onderdeel a., moeten zijn toegestaan door de Pensioen- & Verzekeringskamer;
c. de helft van het obligo van het geplaatste kapitaal of van het in aandelen verdeeld waarborgkapitaal kan alleen na toestemming van de Pensioen- & Verzekeringskamer worden meegeteld tot een maximum van vijftig procent van het totaal van de aanwezige solvabiliteitsmarge of de vereiste solvabiliteitsmarge, naargelang welk bedrag het laagst is, indien van het geplaatste kapitaal minimaal vijfentwintig procent is gestort;
d. de suppletiebijdragen kunnen na toestemming van de Pensioen- & Verzekeringskamer worden meegeteld tot maximaal vijftig procent van het verschil tussen de maximumbijdragen en de werkelijk gevorderde bedragen en tot een maximum van vijftig procent van het totaal van de aanwezige solvabiliteitsmarge of de vereiste solvabiliteitsmarge, naargelang welk bedrag het laagst is; de Pensioen- & Verzekeringskamer stelt nadere regels betreffende de voorwaarden waaronder de suppletiebijdragen kunnen worden meegeteld;
e. de meerwaarden worden slechts meegeteld na toestemming van de Pensioen- & Verzekeringskamer, met dien verstande dat maximaal vijftig procent van de meerwaarden op grond van winstverwachtingen van levensverzekeraars kan worden meegeteld tot een maximum van vijfentwintig procent van het totaal van de aanwezige solvabiliteitsmarge of de vereiste solvabiliteitsmarge, naargelang welk bedrag het laagst is;
f. het cumulatief preferent aandelenkapitaal en de achtergestelde leningen kunnen worden meegeteld tot een maximum van vijftig procent van het totaal van de aanwezige solvabiliteitsmarge of de vereiste solvabiliteitsmarge, naargelang welk bedrag het laagst is, met dien verstande dat cumulatief preferent aandelenkapitaal en achtergestelde leningen met vaste looptijd kunnen worden meegeteld tot maximaal vijfentwintig procent van deze solvabiliteitsmarge, voorzover aan de volgende voorwaarden is voldaan: - vorderingen uit hoofde van achtergestelde leningen worden achtergesteld bij de vorderingen van alle andere crediteuren;
- van de achtergestelde leningen worden alleen de gestorte bedragen in aanmerking genomen;
- een achtergestelde lening met een vaste looptijd heeft een oorspronkelijke looptijd van ten minste vijf jaar; ten minste een jaar voor de contractuele vervaldag legt de verzekeraar een plan ter toestemming voor aan de Pensioen- & Verzekeringskamer waarin wordt uiteengezet op welke wijze de solvabiliteitsmarge zal worden gehandhaafd of op de vervaldag op het vereiste niveau zal worden gebracht;
- de achtergestelde lening zonder vaste looptijd kan slechts worden afgelost met een opzeggingstermijn van vijf jaar, tenzij de lening niet langer als bestanddeel van de solvabiliteitsmarge wordt aangemerkt of de Pensioen- & Verzekeringskamer de aflossing heeft toegestaan; het verzoek om die toestemming wordt ten minste zes maanden voor de beoogde aflossingsdatum bij de Pensioen- & Verzekeringskamer ingediend;
- de leningsovereenkomst bevat geen bepaling op grond waarvan de achtergestelde lening voor het einde van de looptijd, anders dan bij liquidatie van de onderneming, moet worden afgelost;
- wijzigingen in de leningsovereenkomst worden pas aangebracht na toestemming van de Pensioen- & Verzekeringskamer;
- vorderingen uit hoofde van achtergestelde leningen worden achtergesteld bij de vorderingen van alle andere crediteuren;
- van de achtergestelde leningen worden alleen de gestorte bedragen in aanmerking genomen;
- een achtergestelde lening met een vaste looptijd heeft een oorspronkelijke looptijd van ten minste vijf jaar; ten minste een jaar voor de contractuele vervaldag legt de verzekeraar een plan ter toestemming voor aan de Pensioen- & Verzekeringskamer waarin wordt uiteengezet op welke wijze de solvabiliteitsmarge zal worden gehandhaafd of op de vervaldag op het vereiste niveau zal worden gebracht;
- de achtergestelde lening zonder vaste looptijd kan slechts worden afgelost met een opzeggingstermijn van vijf jaar, tenzij de lening niet langer als bestanddeel van de solvabiliteitsmarge wordt aangemerkt of de Pensioen- & Verzekeringskamer de aflossing heeft toegestaan; het verzoek om die toestemming wordt ten minste zes maanden voor de beoogde aflossingsdatum bij de Pensioen- & Verzekeringskamer ingediend;
- de leningsovereenkomst bevat geen bepaling op grond waarvan de achtergestelde lening voor het einde van de looptijd, anders dan bij liquidatie van de onderneming, moet worden afgelost;
- wijzigingen in de leningsovereenkomst worden pas aangebracht na toestemming van de Pensioen- & Verzekeringskamer;
g. effecten met onbepaalde looptijd en andere vermogensinstrumenten worden voor het totaal van deze effecten en van de achtergestelde leningen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, meegeteld tot een maximum van vijftig procent van het totaal van de aanwezige solvabiliteitsmarge of de vereiste solvabiliteitsmarge, naargelang welk bedrag het laagst is, voorzover aan de volgende voorwaarden is voldaan: - de aflossing op deze effecten en andere vermogensinstrumenten vindt alleen plaats na toestemming van de Pensioen- & Verzekeringskamer;
- in de emissie-overeenkomst is vastgelegd dat de verzekeraar de rentebetaling kan uitstellen;
- de vorderingen op de verzekeraar uit hoofde van genoemde effecten zijn achtergesteld ten opzichte van overige vorderingen;
- in de emissie-overeenkomst is vastgelegd dat verliezen kunnen worden gecompenseerd met het bedrag van de lening en de nog te betalen rente;
- alleen de gestorte bedragen worden in aanmerking genomen.
- de aflossing op deze effecten en andere vermogensinstrumenten vindt alleen plaats na toestemming van de Pensioen- & Verzekeringskamer;
- in de emissie-overeenkomst is vastgelegd dat de verzekeraar de rentebetaling kan uitstellen;
- de vorderingen op de verzekeraar uit hoofde van genoemde effecten zijn achtergesteld ten opzichte van overige vorderingen;
- in de emissie-overeenkomst is vastgelegd dat verliezen kunnen worden gecompenseerd met het bedrag van de lening en de nog te betalen rente;
- alleen de gestorte bedragen worden in aanmerking genomen.
3. De solvabiliteitsmarge, bedoeld in het eerste lid, wordt voor schadeverzekeraars, die overeenkomstig artikel 3, derde lid, van het Besluit technische voorzieningen verzekeringsbedrijf 1994tot discontering van hun technische voorzieningen voor te betalen schaden overgaan om met de opbrengsten uit beleggingen rekening te houden, verminderd met het verschil tussen de niet-gedisconteerde technische voorzieningen en de gedisconteerde technische voorzieningen voor alle risico's die geen verband houden met de branches Ongevallen en Ziekte, met dien verstande dat geen correctie behoeft te worden toegepast voor discontering van in de technische voorziening opgenomen renten.