BWBR0006732
Geldig vanaf 2000-01-01
Artikel 3
Besluit technische voorzieningen verzekeringsbedrijf 1994
1. De voorziening voor te betalen schaden of voor te betalen uitkeringen, bedoeld in artikel 435, eerste lid, onderdeel c, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, omvat het bedrag van de te verwachten schaden, in aanmerking nemende:
a. de voor de balansdatum ontstane schaden of uitkeringen die zijn gemeld en nog niet zijn afgewikkeld en de schaden of uitkeringen die nog niet zijn gemeld;
b. de kosten verband houdende met de afwikkeling van schaden of uitkeringen;
c. de in verband met schaden of uitkeringen te verwachten baten uit subrogatie en de verkrijging van de eigendom van verzekerde zaken.
2. De voorziening voor te betalen schaden wordt voor elke schade afzonderlijk bepaald of volgens statistische methoden indien de aard van de overeenkomst dat toelaat en indien deze methoden naar verwachting dezelfde resultaten opleveren als de afzonderlijke berekeningen. In geval van periodiek te betalen schaden geschiedt de bepaling volgens erkende actuariële methoden.
3. Discontering van de voorziening voor te betalen schaden of voor te betalen uitkeringen, anders dan periodiek te betalen schaden, is slechts toegestaan indien
a. de afwikkeling van de schaden ten minste vier jaren na het tijdstip van het opmaken van de jaarrekening zal duren en deze afwikkeling geschiedt volgens een betrouwbaar schade-afwikkelingsschema, waarin mede rekening wordt gehouden met alle factoren die de kosten van afwikkeling van de schade verhogen; en
b. het rentepercentage dat voor de discontering wordt gebruikt niet hoger is dan het gemiddeld rendementspercentage van de voor deze technische voorziening aangehouden activa over de laatste vijf jaren voorafgaande aan het tijdstip van het opmaken van de jaarrekening en evenmin hoger is dan het rendementspercentage van deze activa over het boekjaar.
4. Met betrekking tot een overeenkomst van communautaire co-assurantie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel p, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, zijn de voorzieningen voor te betalen schaden of voor te betalen uitkeringen verhoudingsgewijs ten minste gelijk aan die welke de co-assuradeur die als eerste verzekeraar optreedt, aanhoudt volgens de regels of gebruiken die gelden in de lid-staat van waaruit de eerste verzekeraar zijn verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst van communautaire co-assurantie is aangegaan.
a. de voor de balansdatum ontstane schaden of uitkeringen die zijn gemeld en nog niet zijn afgewikkeld en de schaden of uitkeringen die nog niet zijn gemeld;
b. de kosten verband houdende met de afwikkeling van schaden of uitkeringen;
c. de in verband met schaden of uitkeringen te verwachten baten uit subrogatie en de verkrijging van de eigendom van verzekerde zaken.
2. De voorziening voor te betalen schaden wordt voor elke schade afzonderlijk bepaald of volgens statistische methoden indien de aard van de overeenkomst dat toelaat en indien deze methoden naar verwachting dezelfde resultaten opleveren als de afzonderlijke berekeningen. In geval van periodiek te betalen schaden geschiedt de bepaling volgens erkende actuariële methoden.
3. Discontering van de voorziening voor te betalen schaden of voor te betalen uitkeringen, anders dan periodiek te betalen schaden, is slechts toegestaan indien
a. de afwikkeling van de schaden ten minste vier jaren na het tijdstip van het opmaken van de jaarrekening zal duren en deze afwikkeling geschiedt volgens een betrouwbaar schade-afwikkelingsschema, waarin mede rekening wordt gehouden met alle factoren die de kosten van afwikkeling van de schade verhogen; en
b. het rentepercentage dat voor de discontering wordt gebruikt niet hoger is dan het gemiddeld rendementspercentage van de voor deze technische voorziening aangehouden activa over de laatste vijf jaren voorafgaande aan het tijdstip van het opmaken van de jaarrekening en evenmin hoger is dan het rendementspercentage van deze activa over het boekjaar.
4. Met betrekking tot een overeenkomst van communautaire co-assurantie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel p, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, zijn de voorzieningen voor te betalen schaden of voor te betalen uitkeringen verhoudingsgewijs ten minste gelijk aan die welke de co-assuradeur die als eerste verzekeraar optreedt, aanhoudt volgens de regels of gebruiken die gelden in de lid-staat van waaruit de eerste verzekeraar zijn verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst van communautaire co-assurantie is aangegaan.