BWBR0006733
Geldig vanaf 2000-01-01
Artikel 4
Besluit solvabiliteitsmarge verzekeringsbedrijf 1994
1. Het minimum bedrag van het garantiefonds, bedoeld in artikel 68, tweede lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, beloopt:
a. voor schadeverzekeraars € 2 miljoen, behoudens het gestelde in onderdeel b;
b. voor de branches Aansprakelijkheid motorrijtuigen, Aansprakelijkheid wegvervoer, Aansprakelijkheid luchtvaartuigen, Aansprakelijkheid zee- en binnenschepen, Algemene aansprakelijkheid en Krediet en Borgtocht € 3 miljoen.
2. Het minimum bedrag van het garantiefonds, bedoeld in artikel 68, tweede lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, beloopt voor levensverzekeraars € 3 miljoen.
3. De in het eerste lid, onderdelen a en b, en tweede lid genoemde bedragen, alsmede de bedragen genoemd in artikel 1, onderdelen a en b, worden jaarlijks automatisch aangepast aan de procentuele wijziging van het door Eurostat bekendgemaakte Europese indexcijfer van de consumptieprijzen, en afgerond op een veelvoud van € 100 000. Indien deze wijziging sinds de laatste aanpassing minder dan vijf procent bedraagt, blijft aanpassing achterwege.
4. Van de door de Europese Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie jaarlijks kennisgegeven aanpassing en de aangepaste bedragen doet de Pensioen- & Verzekeringskamer onverwijld mededeling in de Staatscourant. De aangepaste bedragen worden voor het eerst toegepast in het boekjaar dat begint op 1 januari van het volgende kalenderjaar of gedurende het volgende kalenderjaar.
a. voor schadeverzekeraars € 2 miljoen, behoudens het gestelde in onderdeel b;
b. voor de branches Aansprakelijkheid motorrijtuigen, Aansprakelijkheid wegvervoer, Aansprakelijkheid luchtvaartuigen, Aansprakelijkheid zee- en binnenschepen, Algemene aansprakelijkheid en Krediet en Borgtocht € 3 miljoen.
2. Het minimum bedrag van het garantiefonds, bedoeld in artikel 68, tweede lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, beloopt voor levensverzekeraars € 3 miljoen.
3. De in het eerste lid, onderdelen a en b, en tweede lid genoemde bedragen, alsmede de bedragen genoemd in artikel 1, onderdelen a en b, worden jaarlijks automatisch aangepast aan de procentuele wijziging van het door Eurostat bekendgemaakte Europese indexcijfer van de consumptieprijzen, en afgerond op een veelvoud van € 100 000. Indien deze wijziging sinds de laatste aanpassing minder dan vijf procent bedraagt, blijft aanpassing achterwege.
4. Van de door de Europese Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie jaarlijks kennisgegeven aanpassing en de aangepaste bedragen doet de Pensioen- & Verzekeringskamer onverwijld mededeling in de Staatscourant. De aangepaste bedragen worden voor het eerst toegepast in het boekjaar dat begint op 1 januari van het volgende kalenderjaar of gedurende het volgende kalenderjaar.