BWBR0006425
Geldig vanaf 1994-04-05
Artikel 24
Besluit locatiegebonden subsidies
1. Indien uit het tussenrapport, bedoeld in artikel 22, eerste lid, naar het oordeel van Onze Minister blijkt dat het aantal woningen, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, aanhef, of 6a, onderdeel b, aanhef, niet aan de woningvoorraad is toegevoegd, kan Onze Minister de uitbetaling van het budget opschorten.
2. De opschorting wordt opgeheven op het tijdstip waarop naar het oordeel van Onze Minister blijkt dat het budgethoudende bestuursorgaan alsnog aan het in het eerste lid bedoelde onderdeel van het betrokken contract voldoet. De door de opschorting niet uitbetaalde jaarbedragen worden terstond na de opheffing van de opschorting uitbetaald, of zo spoedig als daarvoor kasmiddelen beschikbaar zijn, doch uiterlijk zes maanden na die opheffing.
2. De opschorting wordt opgeheven op het tijdstip waarop naar het oordeel van Onze Minister blijkt dat het budgethoudende bestuursorgaan alsnog aan het in het eerste lid bedoelde onderdeel van het betrokken contract voldoet. De door de opschorting niet uitbetaalde jaarbedragen worden terstond na de opheffing van de opschorting uitbetaald, of zo spoedig als daarvoor kasmiddelen beschikbaar zijn, doch uiterlijk zes maanden na die opheffing.