BWBR0006425
Geldig vanaf 1994-04-05
Artikel 20
Besluit locatiegebonden subsidies
1. Onze Minister bevestigt binnen vier weken de ontvangst van het verslag, bedoeld in artikel 19, eerste volzin.
2. Indien het verslag niet tijdig of naar het oordeel van Onze Minister onvolledig is uitgebracht, geeft hij daarvan kennis aan het budgethoudende bestuursorgaan in de ontvangstbevestiging, bedoeld in het eerste lid.
3. Onze Minister stelt bij de in het tweede lid bedoelde kennisgeving een termijn van ten hoogste acht weken binnen welke het verslag alsnog moet worden uitgebracht of aangevuld.
4. Door een kennisgeving als bedoeld in het tweede lid wordt de uitbetaling van het budget opgeschort.
5. De opschorting wordt opgeheven op het tijdstip waarop naar het oordeel van Onze Minister blijkt dat het budgethoudende bestuursorgaan het verslag alsnog heeft uitgebracht of aangevuld. De door de opschorting niet uitbetaalde jaarbedragen worden terstond na de opheffing van de opschorting uitbetaald, of zo spoedig als daarvoor kasmiddelen beschikbaar zijn, doch uiterlijk zes maanden na die opheffing.
2. Indien het verslag niet tijdig of naar het oordeel van Onze Minister onvolledig is uitgebracht, geeft hij daarvan kennis aan het budgethoudende bestuursorgaan in de ontvangstbevestiging, bedoeld in het eerste lid.
3. Onze Minister stelt bij de in het tweede lid bedoelde kennisgeving een termijn van ten hoogste acht weken binnen welke het verslag alsnog moet worden uitgebracht of aangevuld.
4. Door een kennisgeving als bedoeld in het tweede lid wordt de uitbetaling van het budget opgeschort.
5. De opschorting wordt opgeheven op het tijdstip waarop naar het oordeel van Onze Minister blijkt dat het budgethoudende bestuursorgaan het verslag alsnog heeft uitgebracht of aangevuld. De door de opschorting niet uitbetaalde jaarbedragen worden terstond na de opheffing van de opschorting uitbetaald, of zo spoedig als daarvoor kasmiddelen beschikbaar zijn, doch uiterlijk zes maanden na die opheffing.