BWBR0006425
Geldig vanaf 1994-04-05
Artikel 18b
Besluit locatiegebonden subsidies
1. Bij het verstrekken van subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, gelden de verplichtingen dat:
a. die subsidie uitsluitend wordt ingezet ter bestrijding van de grondkosten bij de ontwikkeling van bouwlocaties;
b. ten hoogste 30 procent van het aantal woningen waarmee de woningvoorraad, conform het ontwikkelingscontract, wordt uitgebreid door het ontwikkelen van bouwlocaties buiten de bebouwde kom, behoort tot de woningen in de sociale-bouwsector, en
c. aan provinciale staten jaarlijks een verslag wordt uitgebracht over de voortgang van de ontwikkeling van de bouwlocaties waarvoor die subsidie wordt verstrekt.
2. Indien het aantal woningen in de marktsector waarmee de woningvoorraad wordt uitgebreid door het ontwikkelen van bouwlocaties binnen de bebouwde kom op grond van het ontwikkelingscontract, hoger is dan 50 procent van het totale aantal woningen waarmee de woningvoorraad op die wijze wordt uitgebreid, kan, in afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel b, het aandeel van de woningen in de sociale-bouwsector in het in genoemd onderdeel bedoelde aantal woningen dienovereenkomstig hoger zijn dan 30 procent.
3. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel b, en het tweede lid wordt de in die bepalingen bedoelde uitbreiding van de woningvoorraad op een gelijke wijze berekend als neergelegd in artikel 6, derde lid, onderdeel a, en wordt onder woningen in de sociale-bouwsector en woningen in de marktsector hetzelfde verstaan als hetgeen daaronder in artikel 6, derde lid, onderdelen b en c, wordt verstaan. Artikel 6, vierde lid, tweede volzin, is van overeenkomstige toepassing.
a. die subsidie uitsluitend wordt ingezet ter bestrijding van de grondkosten bij de ontwikkeling van bouwlocaties;
b. ten hoogste 30 procent van het aantal woningen waarmee de woningvoorraad, conform het ontwikkelingscontract, wordt uitgebreid door het ontwikkelen van bouwlocaties buiten de bebouwde kom, behoort tot de woningen in de sociale-bouwsector, en
c. aan provinciale staten jaarlijks een verslag wordt uitgebracht over de voortgang van de ontwikkeling van de bouwlocaties waarvoor die subsidie wordt verstrekt.
2. Indien het aantal woningen in de marktsector waarmee de woningvoorraad wordt uitgebreid door het ontwikkelen van bouwlocaties binnen de bebouwde kom op grond van het ontwikkelingscontract, hoger is dan 50 procent van het totale aantal woningen waarmee de woningvoorraad op die wijze wordt uitgebreid, kan, in afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel b, het aandeel van de woningen in de sociale-bouwsector in het in genoemd onderdeel bedoelde aantal woningen dienovereenkomstig hoger zijn dan 30 procent.
3. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel b, en het tweede lid wordt de in die bepalingen bedoelde uitbreiding van de woningvoorraad op een gelijke wijze berekend als neergelegd in artikel 6, derde lid, onderdeel a, en wordt onder woningen in de sociale-bouwsector en woningen in de marktsector hetzelfde verstaan als hetgeen daaronder in artikel 6, derde lid, onderdelen b en c, wordt verstaan. Artikel 6, vierde lid, tweede volzin, is van overeenkomstige toepassing.