BWBR0006425
Geldig vanaf 1994-04-05
Artikel 22
Besluit locatiegebonden subsidies
1. Het budgethoudende bestuursorgaan brengt binnen dertien weken na het verloop van het eerste van de drie tijdvakken, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, aanhef, of 6 a, onderdeel b, aanhef, op een formulier volgens het model in bijlage III A bij dit besluit, aan Onze Minister een tussenrapport uit over de voortgang van de ontwikkeling van de in het betrokken uitvoeringscontract genoemde bouwlocaties, respectievelijk van de bouwlocaties genoemd in dan wel ter uitvoering van het ontwikkelingscontract.
2. Van het tussenrapport maken deel uit:
a. een vergelijking tussen de rente, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel g, of 6a, onderdeel f, en de rente over het eerste van de drie tijdvakken, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, aanhef, respectievelijk 6a, onderdeel b, aanhef, voor welke laatstbedoelde rente wordt uit gegaan van de gemiddelde rente over de vijf kalenderjaren die direct voorafgaan aan het begin van het tweede van die drie tijdvakken, en
b. een uiteenzetting over het beleid dat door het budgethoudende bestuursorgaan is gevoerd ten aanzien van het tegengaan van misbruik en oneigenlijk gebruik van ingevolge dit besluit verstrekte subsidie.
3. Het tussenrapport gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid van dat rapport, omtrent de getrouwe naleving van de gestelde voorwaarden en omtrent de getrouwe naleving van het uitvoeringscontract of het ontwikkelingscontract, voor zover de inhoud daarvan uitvoering geeft aan de artikelen 5en 6, respectievelijk aan artikel 6a, welke verklaring wordt afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De verklaring wordt opgesteld met inachtneming van de bijlagen IV Aen IV B bij dit besluit.
4. De verklaring, bedoeld in het derde lid, gaat vergezeld van het rapport van bevindingen, bedoeld in punt 3 van het onderdeel, getiteld «Richtlijnen», van bijlage IV A bij dit besluit.
2. Van het tussenrapport maken deel uit:
a. een vergelijking tussen de rente, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel g, of 6a, onderdeel f, en de rente over het eerste van de drie tijdvakken, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, aanhef, respectievelijk 6a, onderdeel b, aanhef, voor welke laatstbedoelde rente wordt uit gegaan van de gemiddelde rente over de vijf kalenderjaren die direct voorafgaan aan het begin van het tweede van die drie tijdvakken, en
b. een uiteenzetting over het beleid dat door het budgethoudende bestuursorgaan is gevoerd ten aanzien van het tegengaan van misbruik en oneigenlijk gebruik van ingevolge dit besluit verstrekte subsidie.
3. Het tussenrapport gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid van dat rapport, omtrent de getrouwe naleving van de gestelde voorwaarden en omtrent de getrouwe naleving van het uitvoeringscontract of het ontwikkelingscontract, voor zover de inhoud daarvan uitvoering geeft aan de artikelen 5en 6, respectievelijk aan artikel 6a, welke verklaring wordt afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De verklaring wordt opgesteld met inachtneming van de bijlagen IV Aen IV B bij dit besluit.
4. De verklaring, bedoeld in het derde lid, gaat vergezeld van het rapport van bevindingen, bedoeld in punt 3 van het onderdeel, getiteld «Richtlijnen», van bijlage IV A bij dit besluit.