1. Voorts wordt ongeschikt voor menselijke en dierlijke consumptie verklaard:
a. delen van karkassen, slachtafvallen of ingewanden, die pathologische laesies van infectieuze of parasitaire oorsprong vertonen;
b. delen van karkassen in geval van plaatselijke gezwelvorming, met inbegrip van de bijbehorende lymfklieren;
c. organen en delen van karkassen in geval van gelokaliseerde abcessen;
d. het bloed van slachtdieren waarvan het vlees overeenkomstig de bovenstaande artikelen ongeschikt voor menselijke en dierlijke consumptie is verklaard;
e. hersenen, ruggemerg en wervelkolom van slachtdieren, die bij AM-keuring hersenverschijnselen vertoonden, ook indien bij de PM-keuring geen pathologische veranderingen zijn aangetoond;
f. levers en nieren van slachtdieren van meer dan twee jaar oud afkomstig uit gebieden waarin men bij de uitvoering van overeenkomstig artikel 4 van richtlijn 86/469/EEG goedgekeurde plannen, een algemene aanwezigheid van zware metalen in het milieu heeft kunnen constateren;
g. de lever en de nieren bij alle slachtdieren die, gezien het bepaalde in het Loodbesluit PVV (1989) overeenkomstig artikel 3, eerste lid, van de Verordening Schadelijke stoffen dieren (P.V.V.) 1990, zijn gemerkt;
h. gespecificeerd hoog-risico-materiaal als bedoeld in bijlage IX, hoofdstuk A, punt 1, onder a, onder i en ii, van verordening (EG) 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 mei 2001 houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën (PbEG L 147), ongeacht of de wervelkolom wordt verwijderd in een slachthuis dat is erkend op grond van artikel 9, dan wel artikel 10 van het Besluit productie en handel vers vlees, dan wel direct wordt verwijderd in een uitsnijderij die is erkend op grond van artikel 9, dan wel artikel 10b van het Besluit productie en handel vers vlees;
i. de T-bonesteak van uit Frankrijk afkomstige runderen ouder dan twaalf maanden;
j. vlees van runderen: 1º. ouder dan 30 maanden die op een normale wijze voor menselijke consumptie zijn geslacht,
2º. ouder dan 30 maanden die overeenkomstig bijlage I, hoofdstuk VI, punt 28, onder c), van Richtlijn 64/433/EEG in het kader van een dierziekte-uitroeiingscampagne zijn geslacht, maar geen klinische ziekteverschijnselen vertonen,
3°. ouder dan 24 maanden die overeenkomstig bijlage I, hoofdstuk VI, punt 28, onder c), van Richtlijn 64/433/EEG zijn geslacht, met uitzondering van dieren zonder klinische ziekteverschijnselen die in het kader van een dierziekte-uitroeiingscampagne zijn geslacht,
4º. ouder dan 24 maanden die overeenkomstig bijlage III, hoofdstuk A, onderdeel I, punt 2.1, eerste gedachtestreepje, van de in onderdeel h bedoelde verordening zijn geslacht, indien desbetreffende runderen niet zijn getest met één van de testen als bedoeld in bijlage X, hoofdstuk C, punt 4 van deze verordening, alsmede vlees van runderen die als gevolg van deze test als een niet negatief BSE-geval worden beschouwd.
1º. ouder dan 30 maanden die op een normale wijze voor menselijke consumptie zijn geslacht,
2º. ouder dan 30 maanden die overeenkomstig bijlage I, hoofdstuk VI, punt 28, onder c), van Richtlijn 64/433/EEG in het kader van een dierziekte-uitroeiingscampagne zijn geslacht, maar geen klinische ziekteverschijnselen vertonen,
3°. ouder dan 24 maanden die overeenkomstig bijlage I, hoofdstuk VI, punt 28, onder c), van Richtlijn 64/433/EEG zijn geslacht, met uitzondering van dieren zonder klinische ziekteverschijnselen die in het kader van een dierziekte-uitroeiingscampagne zijn geslacht,
4º. ouder dan 24 maanden die overeenkomstig bijlage III, hoofdstuk A, onderdeel I, punt 2.1, eerste gedachtestreepje, van de in onderdeel h bedoelde verordening zijn geslacht, indien desbetreffende runderen niet zijn getest met één van de testen als bedoeld in bijlage X, hoofdstuk C, punt 4 van deze verordening, alsmede vlees van runderen die als gevolg van deze test als een niet negatief BSE-geval worden beschouwd.
2. De in het eerste lid, onderdeel h, bedoelde wervelkolom, inclusief achterwortelganglia, met uitzondering van de staartwervels, dwarsuitsteeksels van de lenden- en borstwervels en de alae sacrales, behoeft niet te worden verwijderd indien het betreft vlees van vóór 31 maart 2001 geslachte runderen ouder dan 12 maanden.
3. Voorts wordt ongeschikt voor menselijke consumptie verklaard:
a. delen van karkassen, die ernstige serum- of bloed-infiltraties vertonen;
b. delen van karkassen, in gevallen van gelokaliseerde verontreinigingen, alsmede vlees van de weggesneden steekplaats;
c. het bloed van slachtdieren, waarvan het vlees overeenkomstig de bovenstaande artikelen met uitzondering van artikel 12 ongeschikt voor menselijke consumptie is verklaard, alsmede bloed dat verontreinigd is door de maaginhoud of door andere onreinheden.