BWBR0006407
Geldig vanaf 1994-01-16
Artikel 13
Keuringsregulatief 1994
Voorts wordt ongeschikt voor menselijke en dierlijke consumptie verklaard, vlees van slachtdieren:
1. a. Na bebroeding volgens de voorschriften van het Onderzoekingsregulatief 2002 op of in één van de voedingsbodems dan wel op of in beide de aanwezigheid wordt aangetoond van specifieke bacteriën: Salmonella, Pasteurella, Bacillus anthracis, Coryne-bacterium pyogenes, Listeria monocytogenes, Erysipelotrix rhusiopathiae, hemolytische streptococcen of hemolytische stafylococcen;
b. na bebroeding volgens de onder a bedoelde voorschriften op de tryptonsoya-runderbloedagarplaat 10 of meer kolonies worden geteld van andere dan de onder a genoemde bacteriën.
a. Na bebroeding volgens de voorschriften van het Onderzoekingsregulatief 2002 op of in één van de voedingsbodems dan wel op of in beide de aanwezigheid wordt aangetoond van specifieke bacteriën: Salmonella, Pasteurella, Bacillus anthracis, Coryne-bacterium pyogenes, Listeria monocytogenes, Erysipelotrix rhusiopathiae, hemolytische streptococcen of hemolytische stafylococcen;
b. na bebroeding volgens de onder a bedoelde voorschriften op de tryptonsoya-runderbloedagarplaat 10 of meer kolonies worden geteld van andere dan de onder a genoemde bacteriën.
2. a. indien het in artikel 3 van het Onderzoekingsregulatief 2002 bedoelde onderzoek op bacteriegroeiremmende stoffen positief is. Het onderzoek is positief indien in beide zones met een diameter van 20 mm of meer bacteriegroei volledig afwezig is;
b. indien bij het in artikel 2, eerste, tweede of derde lid van het Onderzoekingsregulatief 2002 bedoelde onderzoek volgens de criteria van artikel 6 van beschikking nr. 2002/657/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 12 augustus 2002 ter uitvoering van richtlijn nr. 96/23/EG van de Raad van de Europese Unie wat de prestaties van analysemethoden en de interpretatie van resultaten betreft (PbEG L 221) positief is;
a. indien het in artikel 3 van het Onderzoekingsregulatief 2002 bedoelde onderzoek op bacteriegroeiremmende stoffen positief is. Het onderzoek is positief indien in beide zones met een diameter van 20 mm of meer bacteriegroei volledig afwezig is;
b. indien bij het in artikel 2, eerste, tweede of derde lid van het Onderzoekingsregulatief 2002 bedoelde onderzoek volgens de criteria van artikel 6 van beschikking nr. 2002/657/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 12 augustus 2002 ter uitvoering van richtlijn nr. 96/23/EG van de Raad van de Europese Unie wat de prestaties van analysemethoden en de interpretatie van resultaten betreft (PbEG L 221) positief is;
3. dat residuen bevat van (dier)geneesmiddelen, van antibiotica, van bestrijdingsmiddelen of van andere stoffen die schadelijk zijn of er eventueel toe kunnen leiden dat de consumptie van vers vlees gevaarlijk of schadelijk is voor de gezondheid van de mens, in hoeveelheden die de door de communautaire regelgeving vastgestelde toleranties, overschrijden;
4. dat behandeld is met malsmakers (tenderizers);
5. dat behandeld is met ioniserende of ultraviolette stralen, onverminderd eventuele voorschriften inzake doorstraling;
6. indien gezamelijk radioactiviteit Caesium 134 en 137 van skeletspiervlees de waarde van 600 bequerel per kilogram overschrijdt.
1. a. Na bebroeding volgens de voorschriften van het Onderzoekingsregulatief 2002 op of in één van de voedingsbodems dan wel op of in beide de aanwezigheid wordt aangetoond van specifieke bacteriën: Salmonella, Pasteurella, Bacillus anthracis, Coryne-bacterium pyogenes, Listeria monocytogenes, Erysipelotrix rhusiopathiae, hemolytische streptococcen of hemolytische stafylococcen;
b. na bebroeding volgens de onder a bedoelde voorschriften op de tryptonsoya-runderbloedagarplaat 10 of meer kolonies worden geteld van andere dan de onder a genoemde bacteriën.
a. Na bebroeding volgens de voorschriften van het Onderzoekingsregulatief 2002 op of in één van de voedingsbodems dan wel op of in beide de aanwezigheid wordt aangetoond van specifieke bacteriën: Salmonella, Pasteurella, Bacillus anthracis, Coryne-bacterium pyogenes, Listeria monocytogenes, Erysipelotrix rhusiopathiae, hemolytische streptococcen of hemolytische stafylococcen;
b. na bebroeding volgens de onder a bedoelde voorschriften op de tryptonsoya-runderbloedagarplaat 10 of meer kolonies worden geteld van andere dan de onder a genoemde bacteriën.
2. a. indien het in artikel 3 van het Onderzoekingsregulatief 2002 bedoelde onderzoek op bacteriegroeiremmende stoffen positief is. Het onderzoek is positief indien in beide zones met een diameter van 20 mm of meer bacteriegroei volledig afwezig is;
b. indien bij het in artikel 2, eerste, tweede of derde lid van het Onderzoekingsregulatief 2002 bedoelde onderzoek volgens de criteria van artikel 6 van beschikking nr. 2002/657/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 12 augustus 2002 ter uitvoering van richtlijn nr. 96/23/EG van de Raad van de Europese Unie wat de prestaties van analysemethoden en de interpretatie van resultaten betreft (PbEG L 221) positief is;
a. indien het in artikel 3 van het Onderzoekingsregulatief 2002 bedoelde onderzoek op bacteriegroeiremmende stoffen positief is. Het onderzoek is positief indien in beide zones met een diameter van 20 mm of meer bacteriegroei volledig afwezig is;
b. indien bij het in artikel 2, eerste, tweede of derde lid van het Onderzoekingsregulatief 2002 bedoelde onderzoek volgens de criteria van artikel 6 van beschikking nr. 2002/657/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 12 augustus 2002 ter uitvoering van richtlijn nr. 96/23/EG van de Raad van de Europese Unie wat de prestaties van analysemethoden en de interpretatie van resultaten betreft (PbEG L 221) positief is;
3. dat residuen bevat van (dier)geneesmiddelen, van antibiotica, van bestrijdingsmiddelen of van andere stoffen die schadelijk zijn of er eventueel toe kunnen leiden dat de consumptie van vers vlees gevaarlijk of schadelijk is voor de gezondheid van de mens, in hoeveelheden die de door de communautaire regelgeving vastgestelde toleranties, overschrijden;
4. dat behandeld is met malsmakers (tenderizers);
5. dat behandeld is met ioniserende of ultraviolette stralen, onverminderd eventuele voorschriften inzake doorstraling;
6. indien gezamelijk radioactiviteit Caesium 134 en 137 van skeletspiervlees de waarde van 600 bequerel per kilogram overschrijdt.