BWBR0006338
Geldig vanaf 2006-06-30
Artikel 4.3
Bekostigingsbesluit WHW
1. Het prestatiegebonden deel, genoemd in artikel 4.1, onderdeel b, omvat ten hoogste 20% van de totale rijksbijdrage van de Open Universiteit per jaar en wordt gebaseerd op:
a. het door Onze minister voor het desbetreffende jaar in aanmerking genomen aantal bewijsstukken en getuigschriften, bedoeld in artikel 7.11, eerste lid, van de wet, waarbij Onze minister tevens bepaalt dat een bepaald percentage van die bewijsstukken en getuigschriften wordt ontvangen door ingeschrevenen bij de Open Universiteit, die niet in het bezit zijn van een getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een universiteit of hogeschool, en
b. de door Onze minister voor het desbetreffende jaar in aanmerking genomen activiteiten die de Open Universiteit verricht ten behoeve van de vernieuwing van het hoger onderwijs.
2. De activiteiten, bedoeld in het eerste lid onderdeel b, hebben in ieder geval betrekking op:
a. het bijdragen aan de kwaliteit van het onderwijs aan universiteiten en hogescholen,
b. het bijdragen aan de verbetering van de organisatie en de inrichting van de onderwijsprogramma’s van universiteiten en hogescholen, en
c. de verbetering van de kwaliteit van het onderwijs en de organisatie en inrichting van de onderwijsprogramma’s van de Open Universiteit.
3. De activiteiten, bedoeld in het tweede lid onderdeel a en b, worden verricht in samenwerkingsverbanden tussen de Open Universiteit en één of meer andere instellingen voor hoger onderwijs. De Open Universiteit besteedt jaarlijks ten minste € 6 806 700 aan de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.
a. het door Onze minister voor het desbetreffende jaar in aanmerking genomen aantal bewijsstukken en getuigschriften, bedoeld in artikel 7.11, eerste lid, van de wet, waarbij Onze minister tevens bepaalt dat een bepaald percentage van die bewijsstukken en getuigschriften wordt ontvangen door ingeschrevenen bij de Open Universiteit, die niet in het bezit zijn van een getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een universiteit of hogeschool, en
b. de door Onze minister voor het desbetreffende jaar in aanmerking genomen activiteiten die de Open Universiteit verricht ten behoeve van de vernieuwing van het hoger onderwijs.
2. De activiteiten, bedoeld in het eerste lid onderdeel b, hebben in ieder geval betrekking op:
a. het bijdragen aan de kwaliteit van het onderwijs aan universiteiten en hogescholen,
b. het bijdragen aan de verbetering van de organisatie en de inrichting van de onderwijsprogramma’s van universiteiten en hogescholen, en
c. de verbetering van de kwaliteit van het onderwijs en de organisatie en inrichting van de onderwijsprogramma’s van de Open Universiteit.
3. De activiteiten, bedoeld in het tweede lid onderdeel a en b, worden verricht in samenwerkingsverbanden tussen de Open Universiteit en één of meer andere instellingen voor hoger onderwijs. De Open Universiteit besteedt jaarlijks ten minste € 6 806 700 aan de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.