BWBR0006338
Geldig vanaf 2006-06-30
Artikel 2.2
Bekostigingsbesluit WHW
1. In dit hoofdstuk wordt onder eerstejaars verstaan degene die:
a. voor de eerste maal op 1 oktober als student is ingeschreven aan de universiteit in de periode, te rekenen vanaf het vijfde studiejaar voorafgaande aan die datum,
b. het collegegeld, bedoeld in de artikelen 7.43 en 7.44 van de wet, is verschuldigd en geen vrijstelling van het betalen van collegegeld op grond van artikel 7.48, vierde lid, van de wet heeft verkregen, en
c. niet reeds in het bezit is van een getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een bacheloropleiding in het hoger beroepsonderwijs of van een opleiding in het hoger beroepsonderwijs.
2. In dit hoofdstuk wordt onder eerstejaars tevens verstaan degene die:
a. in het bezit is van een getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een bacheloropleiding in het hoger beroepsonderwijs of van een opleiding in het hoger beroepsonderwijs, en
b. voor de eerste maal op 1 oktober als student is ingeschreven voor een masteropleiding of voor een ongedeelde opleiding aan de universiteit in de periode, te rekenen vanaf het vijfde studiejaar voorafgaande aan die datum, en
c. het collegegeld, bedoeld in de artikelen 7.43 en 7.44 van de wet, is verschuldigd en geen vrijstelling van het betalen van collegegeld op grond van artikel 7.48, vierde lid, van de wet heeft verkregen.
3. In dit hoofdstuk wordt onder getuigschrift verstaan:
a. een getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een bacheloropleiding,
b. een getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een masteropleiding,
c. een getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een ongedeelde opleiding, en
d. een getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd kandidaatsexamen van een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs, in welke opleiding blijkens de onderwijs- en examenregeling het instellingsbestuur op 31 december 2001 een kandidaatsfase en een kandidaatsexamen als bedoeld in artikel 7.8a van de wet, zoals dat artikel op 31 augustus 2002 luidde, had onderscheiden.
4. In dit hoofdstuk wordt onder ongedeelde opleiding verstaan een opleiding als bedoeld in artikel 18.15 van de wet.
a. voor de eerste maal op 1 oktober als student is ingeschreven aan de universiteit in de periode, te rekenen vanaf het vijfde studiejaar voorafgaande aan die datum,
b. het collegegeld, bedoeld in de artikelen 7.43 en 7.44 van de wet, is verschuldigd en geen vrijstelling van het betalen van collegegeld op grond van artikel 7.48, vierde lid, van de wet heeft verkregen, en
c. niet reeds in het bezit is van een getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een bacheloropleiding in het hoger beroepsonderwijs of van een opleiding in het hoger beroepsonderwijs.
2. In dit hoofdstuk wordt onder eerstejaars tevens verstaan degene die:
a. in het bezit is van een getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een bacheloropleiding in het hoger beroepsonderwijs of van een opleiding in het hoger beroepsonderwijs, en
b. voor de eerste maal op 1 oktober als student is ingeschreven voor een masteropleiding of voor een ongedeelde opleiding aan de universiteit in de periode, te rekenen vanaf het vijfde studiejaar voorafgaande aan die datum, en
c. het collegegeld, bedoeld in de artikelen 7.43 en 7.44 van de wet, is verschuldigd en geen vrijstelling van het betalen van collegegeld op grond van artikel 7.48, vierde lid, van de wet heeft verkregen.
3. In dit hoofdstuk wordt onder getuigschrift verstaan:
a. een getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een bacheloropleiding,
b. een getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een masteropleiding,
c. een getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een ongedeelde opleiding, en
d. een getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd kandidaatsexamen van een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs, in welke opleiding blijkens de onderwijs- en examenregeling het instellingsbestuur op 31 december 2001 een kandidaatsfase en een kandidaatsexamen als bedoeld in artikel 7.8a van de wet, zoals dat artikel op 31 augustus 2002 luidde, had onderscheiden.
4. In dit hoofdstuk wordt onder ongedeelde opleiding verstaan een opleiding als bedoeld in artikel 18.15 van de wet.