BWBR0006338
Geldig vanaf 2006-06-30
Artikel 2.23
Bekostigingsbesluit WHW
1. Het gedeelte 1988 tot en met 1992 van de component rente en afschrijvingen van een universiteit omvat de som van de vergoedingen die op grond van het tweede lid zijn berekend over het in bijlage 1bij dit besluit vermelde OCenW-deel van de investeringsbedragen voor de projecten van het desbetreffende academisch ziekenhuis. De projecten zijn ingedeeld in de categorieën bouw, startkosten, bouwrente, en kleine werken.
2. De vergoeding per categorie, bedoeld in het eerste lid, is samengesteld uit:
a. het jaarlijkse afschrijvingsbedrag, genoemd in bijlage 1, totdat het investeringsbedrag, genoemd in die bijlage, volledig is vergoed, en
b. de rente, bedoeld in het vierde lid, voor het desbetreffende jaar, over het verschil tussen het investeringsbedrag, genoemd in bijlage 1, en de gecumuleerde afschrijvingen.
3. Onder de gecumuleerde afschrijvingen, bedoeld in het tweede lid, met betrekking tot enig begrotingsjaar wordt verstaan het gecumuleerde afschrijvingsbedrag (stand 1996), genoemd in bijlage 1, vermeerderd met het product van het afschrijvingsbedrag, genoemd in die bijlage, en het aantal jaren dat sinds 1996 is verstreken.
4. De voor de onderscheiden academische ziekenhuizen in bijlage 1opgenomen rentepercentages gelden voor het tijdvak 1997 tot en met 2002. Vanaf het jaar 2003 wordt het rentepercentage telkens voor een tijdvak van 10 jaar bij ministeriële regeling vastgesteld.
2. De vergoeding per categorie, bedoeld in het eerste lid, is samengesteld uit:
a. het jaarlijkse afschrijvingsbedrag, genoemd in bijlage 1, totdat het investeringsbedrag, genoemd in die bijlage, volledig is vergoed, en
b. de rente, bedoeld in het vierde lid, voor het desbetreffende jaar, over het verschil tussen het investeringsbedrag, genoemd in bijlage 1, en de gecumuleerde afschrijvingen.
3. Onder de gecumuleerde afschrijvingen, bedoeld in het tweede lid, met betrekking tot enig begrotingsjaar wordt verstaan het gecumuleerde afschrijvingsbedrag (stand 1996), genoemd in bijlage 1, vermeerderd met het product van het afschrijvingsbedrag, genoemd in die bijlage, en het aantal jaren dat sinds 1996 is verstreken.
4. De voor de onderscheiden academische ziekenhuizen in bijlage 1opgenomen rentepercentages gelden voor het tijdvak 1997 tot en met 2002. Vanaf het jaar 2003 wordt het rentepercentage telkens voor een tijdvak van 10 jaar bij ministeriële regeling vastgesteld.