BWBR0006338
Geldig vanaf 2006-06-30
Artikel 3.13
Bekostigingsbesluit WHW
1. Ten behoeve van de verdeling van het landelijk beschikbaar huisvestingsdeel wordt de landelijke ruimtebehoefte vastgesteld. De landelijke ruimtebehoefte is het totaal van het aantal op grond van de artikelen 3.12, tweede lid, en 5.7berekende vierkante meters.
2. Het huisvestingsdeel per hogeschool wordt voorlopig vastgesteld door het landelijk beschikbare huisvestingsdeel te vermenigvuldigen met de ruimtebehoefte van de hogeschool en te delen door de landelijke ruimtebehoefte.
3. Indien het op grond van het tweede dan wel het vierde lid berekende huisvestingsdeel van een hogeschool lager of gelijk is aan de vergoedingen voor de uitgaven bedoeld in artikel 3.12, derde en vierde lid, wordt het huisvestingsdeel van deze hogeschool definitief vastgesteld ter hoogte van die vergoedingen. De huisvestingsdelen van deze hogescholen en de ruimtebehoefte worden in mindering gebracht op respectievelijk het landelijk huisvestingsdeel en de landelijke ruimtebehoefte.
4. Het huisvestingsdeel van de hogeschool, waarvan het huisvestingsdeel nog niet definitief is vastgesteld, wordt opnieuw voorlopig vastgesteld door het na toepassing van het derde lid nog landelijk beschikbare huisvestingsdeel te vermenigvuldigen met de ruimtebehoefte van de hogeschool en te delen door de na toepassing van het derde lid resterende landelijke ruimtebehoefte.
5. Het vierde lid wordt toegepast totdat het huisvestingsdeel minimaal het niveau bedraagt van de vergoedingen bedoeld in artikel 3.12, derde en vierde lid. De op dat moment berekende voorlopige huisvestingsdelen van alle resterende hogescholen worden definitief vastgesteld.
2. Het huisvestingsdeel per hogeschool wordt voorlopig vastgesteld door het landelijk beschikbare huisvestingsdeel te vermenigvuldigen met de ruimtebehoefte van de hogeschool en te delen door de landelijke ruimtebehoefte.
3. Indien het op grond van het tweede dan wel het vierde lid berekende huisvestingsdeel van een hogeschool lager of gelijk is aan de vergoedingen voor de uitgaven bedoeld in artikel 3.12, derde en vierde lid, wordt het huisvestingsdeel van deze hogeschool definitief vastgesteld ter hoogte van die vergoedingen. De huisvestingsdelen van deze hogescholen en de ruimtebehoefte worden in mindering gebracht op respectievelijk het landelijk huisvestingsdeel en de landelijke ruimtebehoefte.
4. Het huisvestingsdeel van de hogeschool, waarvan het huisvestingsdeel nog niet definitief is vastgesteld, wordt opnieuw voorlopig vastgesteld door het na toepassing van het derde lid nog landelijk beschikbare huisvestingsdeel te vermenigvuldigen met de ruimtebehoefte van de hogeschool en te delen door de na toepassing van het derde lid resterende landelijke ruimtebehoefte.
5. Het vierde lid wordt toegepast totdat het huisvestingsdeel minimaal het niveau bedraagt van de vergoedingen bedoeld in artikel 3.12, derde en vierde lid. De op dat moment berekende voorlopige huisvestingsdelen van alle resterende hogescholen worden definitief vastgesteld.