BWBR0006293
Geldig vanaf 2001-05-18
Artikel 7
Besluit produktie en handel vleesprodukten
1. Onze Minister kan inrichtingen die vleesprodukten vervaardigen, erkennen indien zij voldoen aan de bij of krachtens dit besluit vastgestelde eisen met betrekking tot de aard van de activiteiten die er worden uitgevoerd. Indien een uit hoofde van dit besluit te erkennen inrichting geïntegreerd is in een uit hoofde van de richtlijnen 64/433/EEG, 91/493/EEGof 91/495/EEGerkende inrichting, mogen de voor het personeel bestemde lokalen, apparatuur en installaties, alsmede alle lokalen waar geen gevaar bestaat voor besmetting van grondstoffen of produkten zonder onmiddellijke verpakking, voor deze inrichtingen gemeenschappelijk zijn.
2. Wanneer de hygiënische voorschriften niet worden nageleefd, dan wel een adequate keuring wordt belemmerd kan de bevoegde autoriteit ingrijpen in het gebruik van apparatuur of lokalen en alle nodige maatregelen treffen, zelfs het produktietempo verlagen of produktieproces tijdelijk stil leggen.
3. Wanneer de in het tweede lid bedoelde maatregelen of de in artikel 6, eerste lid, voorlaatste streepje, bedoelde maatregelen onvoldoende zijn gebleken om de situatie te verbeteren, schort Onze Minister de erkenning tijdelijk op, eventueel voor het in geding zijnde produktietype.
4. Wanneer de exploitant of de beheerder van de inrichting de geconstateerde gebreken niet binnen een door Onze Minister vastgestelde termijn herstelt, trekt Onze Minister de erkenning in.
2. Wanneer de hygiënische voorschriften niet worden nageleefd, dan wel een adequate keuring wordt belemmerd kan de bevoegde autoriteit ingrijpen in het gebruik van apparatuur of lokalen en alle nodige maatregelen treffen, zelfs het produktietempo verlagen of produktieproces tijdelijk stil leggen.
3. Wanneer de in het tweede lid bedoelde maatregelen of de in artikel 6, eerste lid, voorlaatste streepje, bedoelde maatregelen onvoldoende zijn gebleken om de situatie te verbeteren, schort Onze Minister de erkenning tijdelijk op, eventueel voor het in geding zijnde produktietype.
4. Wanneer de exploitant of de beheerder van de inrichting de geconstateerde gebreken niet binnen een door Onze Minister vastgestelde termijn herstelt, trekt Onze Minister de erkenning in.