Artikel 1
1. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur;
b. de wet: de Vleeskeuringswet;
c. bevoegde autoriteit: ambtenaar als bedoeld in artikel 31, eerste lid, van de wet;
d. de richtlijn: richtlijn nr. 77/99/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende de gezondheidsvoorschriften voor de produktie en het in handel brengen van vleesprodukten en bepaalde andere produkten van dierlijke oorsprong (PbEG L 26, 1977);
e. vleesprodukten: produkten vervaardigd van of met zodanig behandeld vlees dat, aan de hand van het snijvlak van de hartdoorsnijding, de verdwijning van de kenmerken van vers vlees kan worden geconstateerd. Als vleesprodukten worden evenwel niet beschouwd: 1e. vlees dat alleen een koudebehandeling heeft ondergaan;
2e. produkten die vallen onder richtlijn 94/65/EG;
1e. vlees dat alleen een koudebehandeling heeft ondergaan;
2e. produkten die vallen onder richtlijn 94/65/EG;
f. andere produkten van dierlijke oorsprong: 1e. vleesextract;
2e. gesmolten dierlijke vetten, dat wil zeggen voor menselijke consumptie bestemde vetten die afkomstig zijn van het smelten van vlees, met inbegrip van de beenderen;
3e. kanen, dat wil zeggen eiwithoudend residu van het smeltproces, na gedeeltelijke afscheiding van vet en water;
4e. vleesmeel, zwoerd in poeder, gezouten of gedroogd bloed, gezouten of gedroogd bloedplasma;
5e. gereinigde magen, blazen en darmen, gezouten of gedroogd en/of verhit;
1e. vleesextract;
2e. gesmolten dierlijke vetten, dat wil zeggen voor menselijke consumptie bestemde vetten die afkomstig zijn van het smelten van vlees, met inbegrip van de beenderen;
3e. kanen, dat wil zeggen eiwithoudend residu van het smeltproces, na gedeeltelijke afscheiding van vet en water;
4e. vleesmeel, zwoerd in poeder, gezouten of gedroogd bloed, gezouten of gedroogd bloedplasma;
5e. gereinigde magen, blazen en darmen, gezouten of gedroogd en/of verhit;
g. kant-en-klaargerechten op basis van vlees: vleesprodukten die overeenstemmen met gekookte of voorgekookte culinaire bereidingen, in onmiddellijke verpakking, en door koude geconserveerd;
h. vlees: alle voor menselijke consumptie geschikte delen van als landbouwhuisdier gehouden runderen (de soorten Bubalus bubalis en Bison bison daaronder begrepen), varkens, schapen, geiten en eenhoevigen en niet gedomesticeerde landzoogdieren, niet zijnde lagomorfen, die in gevangenschap zijn gekweekt, gehouden en geslacht alsmede vrij wild als bedoeld in artikel 1 van het Besluit produktie en handel vlees van vrij wild;
i. grondstoffen: produkten van dierlijke oorsprong die als ingrediënt worden gebruikt voor het verkrijgen van de onder e. en f. bedoelde produkten, of die worden gebruikt voor de bereiding van kant-en-klaargerechten;
j. behandeling: chemisch of fysisch procédé, zoals het verhitten, roken, zouten, marineren, doorzouten of drogen, om het vlees of de produkten van dierlijke oorsprong al dan niet samen met andere levensmiddelen, langer te kunnen conserveren, of een combinatie van deze verschillende procédés;
k. verhitten: gebruikmaking van droge of vochtige warmte;
l. zouten: gebruikmaking van zout;
m. doorzouten: het doen intrekken van zout in de massa van het produkt;
n. rijpen: behandeling van gezouten rauw vlees, toegepast onder klimatologische omstandigheden die tijdens een trage en geleidelijke vermindering van de vochtigheid de ontwikkeling van natuurlijke enzymatische of gistingsprocessen kunnen veroorzaken, met in de tijd wijzigingen die het produkt typische organoleptische kenmerken verlenen en de houdbaarheid en de hygiëne in een normale situatie bij kamertemperatuur garanderen;
o. drogen: natuurlijke of kunstmatige vermindering van de hoeveelheid water;
p. partij: hoeveelheid vleesprodukt waarvoor een zelfde begeleidend handelsdocument of keuringscertificaat geldt;
q. onmiddellijke verpakking: het beschermen van de onder e. en f. bedoelde produkten door middel van een eerste omhulsel of een eerste bergingsmiddel dat rechtstreeks in contact komt met het betrokken produkt, alsmede het eerste omhulsel of het eerste bergingsmiddel zelf;
r. eindverpakking: het plaatsen van een of meer van de onder e. en f. bedoelde produkten, die al dan niet van een onmiddellijke verpakking zijn voorzien, in een bergingsmiddel, alsmede het bergingsmiddel zelf;
s. hermetisch gesloten recipiënt: bergingsmiddel dat geen lucht doorlaat en bestemd is om de inhoud tijdens en na de hittebehandeling te beschermen tegen het binnendringen van micro-organismen;
t. inrichting: ieder bedrijf dat de onder e., f. en g. bedoelde produkten vervaardigt;
u. herverpakkingscentrum: een werkplaats of een opslagplaats waar produkten, bestemd om in de handel te worden gebracht, opnieuw worden bijeengebracht of worden voorzien van een nieuwe onmiddellijke verpakking;
v. in de handel brengen: het verkopen, te koop aanbieden of uitstallen met het oog op verkoop, het afleveren, het ten geschenke geven of op enige andere wijze afstaan, het tot vervoer of aflevering voorhanden hebben, het in voorraad hebben, het vervoeren of doen vervoeren, anders dan ter naleving van enig wettelijk voorschrift;
w. vlees van gekweekt grof wild: alle voor menselijke consumptie geschikte delen van niet-gedomesticeerde landzoogdieren, niet zijnde lagomorfen, als landbouwhuisdier gehouden runderen (de soorten Bubalus bubalis en Bison bison daaronder begrepen), varkens, schapen, geiten en eenhoevigen, die in gevangenschap zijn gekweekt, gehouden en geslacht;
x. richtlijn 91/495/EEG: de richtlijn nr. 91/495/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 november 1990 inzake gezondheidsvoorschriften en veterinairrechtelijke voorschriften voor de produktie en het in de handel brengen van konijnevlees en vlees van gekweekt wild (PbEG L 268);
ij. richtlijn 80/215/EEG: de richtlijn nr. 80/215/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 januari 1980 inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in vleesprodukten (PbEG L 47);
z. richtlijn 91/498/EEG: de richtlijn nr. 91/498/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 29 juli 1991 houdende vaststelling van de voorschriften voor het toestaan van tijdelijke en beperkte afwijkingen op de specifieke communautaire gezondheidsvoorschriften voor de produktie en het in de handel brengen van vers vlees (PbEG L 268);
aa. richtlijn 64/433/EEG: de richtlijn nr. 64/433/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende de produktie en het in de handel brengen van vers vlees (PbEG L 121);
bb. richtlijn 91/493/EEG: de richtlijn nr. 91/493/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 juli 1991 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften voor de produktie en het in de handel brengen van visserijprodukten (PbEG L 268);
cc. richtlijn 92/120/EEG: de richtlijn nr. 92/120/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 17 december 1992 houdende vaststelling van de voorschriften voor het toestaan van tijdelijke en beperkte afwijkingen op de specifieke communautaire gezondheidsvoorschriften voor de produktie en het in de handel brengen van bepaalde produkten van dierlijke oorsprong (PbEG L 62);
dd. richtlijn 94/65/EG: de richtlijn nr. 94/65/EG van de Raad van de Europese Unie van 14 december 1994 tot vaststelling van voorschriften voor de productie en het in de handel brengen van gehakt vlees en vleesbereidingen (PbEG L 368);
ee. richtlijn 80/778/EEG: de richtlijn nr. 80/778/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 juli 1980 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water (PbEG L 229);
ff. richtlijn 89/109/EEG: de richtlijn nr. 89/109/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lid-staten inzake materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in aanraking te komen (PbEG L 40);
gg. richtlijn 79/112/EEG: de richtlijn nr. 79/112/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 18 december 1978 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lid-staten inzake etikettering en presentatie van levensmiddelen bestemd voor de eindverbruiker alsmede inzake de daarvoor gemaakte reclame (PbEG L 33);
gh. beschikking 99/724/EG: beschikking nr. 1999/724/EG van Commissie van de Europese Gemeenschappen van 28 oktober 1999 tot wijziging van bijlage II bij Richtlijn 92/118/EEG van de Raad tot vaststelling van deveterinairrechtelijke en de gezondheidsvoorschriften voor het handelsverkeer en de invoer in de Gemeenschap van producten waarvoor ten aanzien van deze voorschriften geen specifieke communautaire regelgeving geldt als bedoeld in bijlage A, hoofdstuk I, van Richtlijn 89/662/EEG, en, wat ziekteverwekkers betreft, van Richtlijn 90/425/EEG (PbEG L 290);
gi. gelatine: voor menselijke consumptie bestemd natuurlijk, oplosbaar eiwit, gelerend of niet-gelerend, verkregen door gedeeltelijke hydrolyse van collageen uit beenderen, huiden, ligamenten en pezen van dieren.
2. Dit besluit is niet van toepassing op de bereiding en opslag van voor menselijke consumptie bestemde vleesprodukten alsmede van andere voor menselijke consumptie bestemde produkten van dierlijke oorsprong in detailhandelszaken of in lokalen die aan verkooppunten grenzen, waar de bereiding en de opslag uitsluitend met het oog op rechtstreekse verkoop aan de consument geschieden.
a. Onze Minister: Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur;
b. de wet: de Vleeskeuringswet;
c. bevoegde autoriteit: ambtenaar als bedoeld in artikel 31, eerste lid, van de wet;
d. de richtlijn: richtlijn nr. 77/99/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende de gezondheidsvoorschriften voor de produktie en het in handel brengen van vleesprodukten en bepaalde andere produkten van dierlijke oorsprong (PbEG L 26, 1977);
e. vleesprodukten: produkten vervaardigd van of met zodanig behandeld vlees dat, aan de hand van het snijvlak van de hartdoorsnijding, de verdwijning van de kenmerken van vers vlees kan worden geconstateerd. Als vleesprodukten worden evenwel niet beschouwd: 1e. vlees dat alleen een koudebehandeling heeft ondergaan;
2e. produkten die vallen onder richtlijn 94/65/EG;
1e. vlees dat alleen een koudebehandeling heeft ondergaan;
2e. produkten die vallen onder richtlijn 94/65/EG;
f. andere produkten van dierlijke oorsprong: 1e. vleesextract;
2e. gesmolten dierlijke vetten, dat wil zeggen voor menselijke consumptie bestemde vetten die afkomstig zijn van het smelten van vlees, met inbegrip van de beenderen;
3e. kanen, dat wil zeggen eiwithoudend residu van het smeltproces, na gedeeltelijke afscheiding van vet en water;
4e. vleesmeel, zwoerd in poeder, gezouten of gedroogd bloed, gezouten of gedroogd bloedplasma;
5e. gereinigde magen, blazen en darmen, gezouten of gedroogd en/of verhit;
1e. vleesextract;
2e. gesmolten dierlijke vetten, dat wil zeggen voor menselijke consumptie bestemde vetten die afkomstig zijn van het smelten van vlees, met inbegrip van de beenderen;
3e. kanen, dat wil zeggen eiwithoudend residu van het smeltproces, na gedeeltelijke afscheiding van vet en water;
4e. vleesmeel, zwoerd in poeder, gezouten of gedroogd bloed, gezouten of gedroogd bloedplasma;
5e. gereinigde magen, blazen en darmen, gezouten of gedroogd en/of verhit;
g. kant-en-klaargerechten op basis van vlees: vleesprodukten die overeenstemmen met gekookte of voorgekookte culinaire bereidingen, in onmiddellijke verpakking, en door koude geconserveerd;
h. vlees: alle voor menselijke consumptie geschikte delen van als landbouwhuisdier gehouden runderen (de soorten Bubalus bubalis en Bison bison daaronder begrepen), varkens, schapen, geiten en eenhoevigen en niet gedomesticeerde landzoogdieren, niet zijnde lagomorfen, die in gevangenschap zijn gekweekt, gehouden en geslacht alsmede vrij wild als bedoeld in artikel 1 van het Besluit produktie en handel vlees van vrij wild;
i. grondstoffen: produkten van dierlijke oorsprong die als ingrediënt worden gebruikt voor het verkrijgen van de onder e. en f. bedoelde produkten, of die worden gebruikt voor de bereiding van kant-en-klaargerechten;
j. behandeling: chemisch of fysisch procédé, zoals het verhitten, roken, zouten, marineren, doorzouten of drogen, om het vlees of de produkten van dierlijke oorsprong al dan niet samen met andere levensmiddelen, langer te kunnen conserveren, of een combinatie van deze verschillende procédés;
k. verhitten: gebruikmaking van droge of vochtige warmte;
l. zouten: gebruikmaking van zout;
m. doorzouten: het doen intrekken van zout in de massa van het produkt;
n. rijpen: behandeling van gezouten rauw vlees, toegepast onder klimatologische omstandigheden die tijdens een trage en geleidelijke vermindering van de vochtigheid de ontwikkeling van natuurlijke enzymatische of gistingsprocessen kunnen veroorzaken, met in de tijd wijzigingen die het produkt typische organoleptische kenmerken verlenen en de houdbaarheid en de hygiëne in een normale situatie bij kamertemperatuur garanderen;
o. drogen: natuurlijke of kunstmatige vermindering van de hoeveelheid water;
p. partij: hoeveelheid vleesprodukt waarvoor een zelfde begeleidend handelsdocument of keuringscertificaat geldt;
q. onmiddellijke verpakking: het beschermen van de onder e. en f. bedoelde produkten door middel van een eerste omhulsel of een eerste bergingsmiddel dat rechtstreeks in contact komt met het betrokken produkt, alsmede het eerste omhulsel of het eerste bergingsmiddel zelf;
r. eindverpakking: het plaatsen van een of meer van de onder e. en f. bedoelde produkten, die al dan niet van een onmiddellijke verpakking zijn voorzien, in een bergingsmiddel, alsmede het bergingsmiddel zelf;
s. hermetisch gesloten recipiënt: bergingsmiddel dat geen lucht doorlaat en bestemd is om de inhoud tijdens en na de hittebehandeling te beschermen tegen het binnendringen van micro-organismen;
t. inrichting: ieder bedrijf dat de onder e., f. en g. bedoelde produkten vervaardigt;
u. herverpakkingscentrum: een werkplaats of een opslagplaats waar produkten, bestemd om in de handel te worden gebracht, opnieuw worden bijeengebracht of worden voorzien van een nieuwe onmiddellijke verpakking;
v. in de handel brengen: het verkopen, te koop aanbieden of uitstallen met het oog op verkoop, het afleveren, het ten geschenke geven of op enige andere wijze afstaan, het tot vervoer of aflevering voorhanden hebben, het in voorraad hebben, het vervoeren of doen vervoeren, anders dan ter naleving van enig wettelijk voorschrift;
w. vlees van gekweekt grof wild: alle voor menselijke consumptie geschikte delen van niet-gedomesticeerde landzoogdieren, niet zijnde lagomorfen, als landbouwhuisdier gehouden runderen (de soorten Bubalus bubalis en Bison bison daaronder begrepen), varkens, schapen, geiten en eenhoevigen, die in gevangenschap zijn gekweekt, gehouden en geslacht;
x. richtlijn 91/495/EEG: de richtlijn nr. 91/495/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 november 1990 inzake gezondheidsvoorschriften en veterinairrechtelijke voorschriften voor de produktie en het in de handel brengen van konijnevlees en vlees van gekweekt wild (PbEG L 268);
ij. richtlijn 80/215/EEG: de richtlijn nr. 80/215/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 januari 1980 inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in vleesprodukten (PbEG L 47);
z. richtlijn 91/498/EEG: de richtlijn nr. 91/498/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 29 juli 1991 houdende vaststelling van de voorschriften voor het toestaan van tijdelijke en beperkte afwijkingen op de specifieke communautaire gezondheidsvoorschriften voor de produktie en het in de handel brengen van vers vlees (PbEG L 268);
aa. richtlijn 64/433/EEG: de richtlijn nr. 64/433/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende de produktie en het in de handel brengen van vers vlees (PbEG L 121);
bb. richtlijn 91/493/EEG: de richtlijn nr. 91/493/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 juli 1991 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften voor de produktie en het in de handel brengen van visserijprodukten (PbEG L 268);
cc. richtlijn 92/120/EEG: de richtlijn nr. 92/120/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 17 december 1992 houdende vaststelling van de voorschriften voor het toestaan van tijdelijke en beperkte afwijkingen op de specifieke communautaire gezondheidsvoorschriften voor de produktie en het in de handel brengen van bepaalde produkten van dierlijke oorsprong (PbEG L 62);
dd. richtlijn 94/65/EG: de richtlijn nr. 94/65/EG van de Raad van de Europese Unie van 14 december 1994 tot vaststelling van voorschriften voor de productie en het in de handel brengen van gehakt vlees en vleesbereidingen (PbEG L 368);
ee. richtlijn 80/778/EEG: de richtlijn nr. 80/778/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 juli 1980 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water (PbEG L 229);
ff. richtlijn 89/109/EEG: de richtlijn nr. 89/109/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lid-staten inzake materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in aanraking te komen (PbEG L 40);
gg. richtlijn 79/112/EEG: de richtlijn nr. 79/112/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 18 december 1978 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lid-staten inzake etikettering en presentatie van levensmiddelen bestemd voor de eindverbruiker alsmede inzake de daarvoor gemaakte reclame (PbEG L 33);
gh. beschikking 99/724/EG: beschikking nr. 1999/724/EG van Commissie van de Europese Gemeenschappen van 28 oktober 1999 tot wijziging van bijlage II bij Richtlijn 92/118/EEG van de Raad tot vaststelling van deveterinairrechtelijke en de gezondheidsvoorschriften voor het handelsverkeer en de invoer in de Gemeenschap van producten waarvoor ten aanzien van deze voorschriften geen specifieke communautaire regelgeving geldt als bedoeld in bijlage A, hoofdstuk I, van Richtlijn 89/662/EEG, en, wat ziekteverwekkers betreft, van Richtlijn 90/425/EEG (PbEG L 290);
gi. gelatine: voor menselijke consumptie bestemd natuurlijk, oplosbaar eiwit, gelerend of niet-gelerend, verkregen door gedeeltelijke hydrolyse van collageen uit beenderen, huiden, ligamenten en pezen van dieren.
2. Dit besluit is niet van toepassing op de bereiding en opslag van voor menselijke consumptie bestemde vleesprodukten alsmede van andere voor menselijke consumptie bestemde produkten van dierlijke oorsprong in detailhandelszaken of in lokalen die aan verkooppunten grenzen, waar de bereiding en de opslag uitsluitend met het oog op rechtstreekse verkoop aan de consument geschieden.