BWBR0006293
Geldig vanaf 2001-05-18
Artikel 2
Besluit produktie en handel vleesprodukten
1. Met betrekking tot de produktie en het in handel brengen van vleesprodukten wordt voldaan aan de eisen dat deze produkten:
A. bereid en opgeslagen zijn in een inrichting die is erkend en gecontroleerd: - overeenkomstig artikel 7 en die voldoet aan de eisen, gesteld bij of krachtens dit besluit, met name Bijlage A en Bijlage B, hoofdstukken I en II; of
- overeenkomstig artikel 8, eerste lid, indien de inrichting geen industriële produktiestructuur of -capaciteit heeft;
– of geregistreerd en gecontroleerd zijn overeenkomstig artikel 8, tweede lid;
- overeenkomstig artikel 7 en die voldoet aan de eisen, gesteld bij of krachtens dit besluit, met name Bijlage A en Bijlage B, hoofdstukken I en II; of
- overeenkomstig artikel 8, eerste lid, indien de inrichting geen industriële produktiestructuur of -capaciteit heeft;
– of geregistreerd en gecontroleerd zijn overeenkomstig artikel 8, tweede lid;
B. bereid zijn van vlees als omschreven in artikel 1, onder h., met dien verstande dat 1e. overeenkomstig artikel 17, tweede alinea, van richtlijn nr. 91/495/EEG ingevoerd vlees van gekweekt grof wild slechts mag worden gebruikt indien: - de van dit vlees verkregen produkten voldoen aan de eisen van dit besluit,
- deze produkten niet worden voorzien van het keurmerk, bedoeld in bijlage B, hoofdstuk VI,
- de van dit vlees verkregen produkten voldoen aan de eisen van dit besluit,
- deze produkten niet worden voorzien van het keurmerk, bedoeld in bijlage B, hoofdstuk VI,
2e. geen gebruik wordt gemaakt van vlees dat met inachtneming van de eisen van de artikelen 5 en 6 van richtlijn nr. 64/433/EEG voor de consumptie ongeschikt is verklaard, en van: a. de organen van het genitaal apparaat van vrouwelijke of mannelijke dieren, met uitzondering van de testikels,
b. de organen van het urinair apparaat, met uitzondering van de nieren en de blaas,
c. kraakbeen van het strottehoofd, de luchtpijp en de extralobulaire bronchiën,
d. ogen en oogleden,
e. de externe gehoorgang,
f. hoornachtig weefsel,
a. de organen van het genitaal apparaat van vrouwelijke of mannelijke dieren, met uitzondering van de testikels,
b. de organen van het urinair apparaat, met uitzondering van de nieren en de blaas,
c. kraakbeen van het strottehoofd, de luchtpijp en de extralobulaire bronchiën,
d. ogen en oogleden,
e. de externe gehoorgang,
f. hoornachtig weefsel,
1e. overeenkomstig artikel 17, tweede alinea, van richtlijn nr. 91/495/EEG ingevoerd vlees van gekweekt grof wild slechts mag worden gebruikt indien: - de van dit vlees verkregen produkten voldoen aan de eisen van dit besluit,
- deze produkten niet worden voorzien van het keurmerk, bedoeld in bijlage B, hoofdstuk VI,
- de van dit vlees verkregen produkten voldoen aan de eisen van dit besluit,
- deze produkten niet worden voorzien van het keurmerk, bedoeld in bijlage B, hoofdstuk VI,
2e. geen gebruik wordt gemaakt van vlees dat met inachtneming van de eisen van de artikelen 5 en 6 van richtlijn nr. 64/433/EEG voor de consumptie ongeschikt is verklaard, en van: a. de organen van het genitaal apparaat van vrouwelijke of mannelijke dieren, met uitzondering van de testikels,
b. de organen van het urinair apparaat, met uitzondering van de nieren en de blaas,
c. kraakbeen van het strottehoofd, de luchtpijp en de extralobulaire bronchiën,
d. ogen en oogleden,
e. de externe gehoorgang,
f. hoornachtig weefsel,
a. de organen van het genitaal apparaat van vrouwelijke of mannelijke dieren, met uitzondering van de testikels,
b. de organen van het urinair apparaat, met uitzondering van de nieren en de blaas,
c. kraakbeen van het strottehoofd, de luchtpijp en de extralobulaire bronchiën,
d. ogen en oogleden,
e. de externe gehoorgang,
f. hoornachtig weefsel,
C. bereid zijn met inachtneming van de eisen van bijlage B, hoofdstuk III, en wat gepasteuriseerde produkten in hermetisch gesloten recipiënten of kant-en-klaar gerechten betreft, voldoen aan de betreffende eisen van bijlage B, hoofdstuk VIII, of hoofdstuk IX;
D. onderworpen zijn aan de zelf uitgevoerde controle, bedoeld in artikel 6, en aan een controle van de bevoegde autoriteit overeenkomstig bijlage B, hoofdstuk IV;
E. voldoen aan de eisen van artikel 6, tweede lid;
F. wanneer zij van een onmiddellijke verpakking, een eindverpakking of een etiket zijn voorzien, verpakt of geëtiketteerd zijn overeenkomstig bijlage B, hoofdstuk V, en wel ter plaatse of in speciaal daartoe door Onze Minister erkende herverpakkingscentra.
G. onverminderd de in richtlijn nr. 80/215/EEG vastgestelde eisen inzake het aanbrengen van het merk, onder verantwoordelijkheid van de exploitant of de beheerder van de inrichting, worden gemerkt door middel van: - een nationaal keurmerk wanneer de gebruikte grondstof met dat merk in de handel is gebracht; het model van het keurmerk wordt door Onze Minister vastgesteld;
- een door Onze Minister vast te stellen merk, indien het gebruikte vlees en de daarmee vervaardigde vleesprodukten uitsluitend bestemd mogen worden voor de lokale handel;
- een keurmerk als bedoeld in bijlage B, hoofdstuk VI, in de andere gevallen. Deze merken worden gedrukt op het etiket dan wel worden aangebracht op het produkt of de onmiddellijke verpakking, met dien verstande dat voor het drukken of herdrukken van etiketten of merken toestemming van de bevoegde autoriteit is vereist;
- een nationaal keurmerk wanneer de gebruikte grondstof met dat merk in de handel is gebracht; het model van het keurmerk wordt door Onze Minister vastgesteld;
- een door Onze Minister vast te stellen merk, indien het gebruikte vlees en de daarmee vervaardigde vleesprodukten uitsluitend bestemd mogen worden voor de lokale handel;
- een keurmerk als bedoeld in bijlage B, hoofdstuk VI, in de andere gevallen.
H. gehanteerd, opgeslagen en vervoerd zijn overeenkomstig bijlage B, hoofdstuk VII; indien zij in een niet bij de inrichting behorend koel- of vrieshuis zijn opgeslagen, moet dit koel- of vrieshuis overeenkomstig artikel 9 van het Besluit produktie en handel vers vlees erkend en gecontroleerd zijn;
I. gedurende het vervoer vergezeld gaan van een begeleidend handelsdocument, waarvan de vorm en inhoud door Onze Minister, in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, zal worden vastgesteld. Deze verplichting geldt niet voor vleesprodukten in hermetisch gesloten recipiënten die de in Bijlage B, hoofdstuk VIII, punt B, eerste streepje, bedoelde behandeling hebben ondergaan, indien het keurmerk onuitwisbaar op de recipiënt is aangebracht, overeenkomstig de door Onze Minister vast te stellen voorschriften.
2. Vleesprodukten mogen niet onderworpen zijn geweest aan ioniserende straling, onverminderd de wettelijke voorschriften inzake ionisatie voor medische doeleinden.
3. Voor de toepassing van dit artikel wordt een ter uitvoering van de artikelen 8 onderscheidenlijk 11 van de richtlijn door een andere lid-staat van de Europese Gemeenschappen en de Europese Ruimte erkende inrichting gelijkgesteld met een inrichting, overeenkomstig de artikelen 7onderscheidenlijk 9van dit besluit.
A. bereid en opgeslagen zijn in een inrichting die is erkend en gecontroleerd: - overeenkomstig artikel 7 en die voldoet aan de eisen, gesteld bij of krachtens dit besluit, met name Bijlage A en Bijlage B, hoofdstukken I en II; of
- overeenkomstig artikel 8, eerste lid, indien de inrichting geen industriële produktiestructuur of -capaciteit heeft;
– of geregistreerd en gecontroleerd zijn overeenkomstig artikel 8, tweede lid;
- overeenkomstig artikel 7 en die voldoet aan de eisen, gesteld bij of krachtens dit besluit, met name Bijlage A en Bijlage B, hoofdstukken I en II; of
- overeenkomstig artikel 8, eerste lid, indien de inrichting geen industriële produktiestructuur of -capaciteit heeft;
– of geregistreerd en gecontroleerd zijn overeenkomstig artikel 8, tweede lid;
B. bereid zijn van vlees als omschreven in artikel 1, onder h., met dien verstande dat 1e. overeenkomstig artikel 17, tweede alinea, van richtlijn nr. 91/495/EEG ingevoerd vlees van gekweekt grof wild slechts mag worden gebruikt indien: - de van dit vlees verkregen produkten voldoen aan de eisen van dit besluit,
- deze produkten niet worden voorzien van het keurmerk, bedoeld in bijlage B, hoofdstuk VI,
- de van dit vlees verkregen produkten voldoen aan de eisen van dit besluit,
- deze produkten niet worden voorzien van het keurmerk, bedoeld in bijlage B, hoofdstuk VI,
2e. geen gebruik wordt gemaakt van vlees dat met inachtneming van de eisen van de artikelen 5 en 6 van richtlijn nr. 64/433/EEG voor de consumptie ongeschikt is verklaard, en van: a. de organen van het genitaal apparaat van vrouwelijke of mannelijke dieren, met uitzondering van de testikels,
b. de organen van het urinair apparaat, met uitzondering van de nieren en de blaas,
c. kraakbeen van het strottehoofd, de luchtpijp en de extralobulaire bronchiën,
d. ogen en oogleden,
e. de externe gehoorgang,
f. hoornachtig weefsel,
a. de organen van het genitaal apparaat van vrouwelijke of mannelijke dieren, met uitzondering van de testikels,
b. de organen van het urinair apparaat, met uitzondering van de nieren en de blaas,
c. kraakbeen van het strottehoofd, de luchtpijp en de extralobulaire bronchiën,
d. ogen en oogleden,
e. de externe gehoorgang,
f. hoornachtig weefsel,
1e. overeenkomstig artikel 17, tweede alinea, van richtlijn nr. 91/495/EEG ingevoerd vlees van gekweekt grof wild slechts mag worden gebruikt indien: - de van dit vlees verkregen produkten voldoen aan de eisen van dit besluit,
- deze produkten niet worden voorzien van het keurmerk, bedoeld in bijlage B, hoofdstuk VI,
- de van dit vlees verkregen produkten voldoen aan de eisen van dit besluit,
- deze produkten niet worden voorzien van het keurmerk, bedoeld in bijlage B, hoofdstuk VI,
2e. geen gebruik wordt gemaakt van vlees dat met inachtneming van de eisen van de artikelen 5 en 6 van richtlijn nr. 64/433/EEG voor de consumptie ongeschikt is verklaard, en van: a. de organen van het genitaal apparaat van vrouwelijke of mannelijke dieren, met uitzondering van de testikels,
b. de organen van het urinair apparaat, met uitzondering van de nieren en de blaas,
c. kraakbeen van het strottehoofd, de luchtpijp en de extralobulaire bronchiën,
d. ogen en oogleden,
e. de externe gehoorgang,
f. hoornachtig weefsel,
a. de organen van het genitaal apparaat van vrouwelijke of mannelijke dieren, met uitzondering van de testikels,
b. de organen van het urinair apparaat, met uitzondering van de nieren en de blaas,
c. kraakbeen van het strottehoofd, de luchtpijp en de extralobulaire bronchiën,
d. ogen en oogleden,
e. de externe gehoorgang,
f. hoornachtig weefsel,
C. bereid zijn met inachtneming van de eisen van bijlage B, hoofdstuk III, en wat gepasteuriseerde produkten in hermetisch gesloten recipiënten of kant-en-klaar gerechten betreft, voldoen aan de betreffende eisen van bijlage B, hoofdstuk VIII, of hoofdstuk IX;
D. onderworpen zijn aan de zelf uitgevoerde controle, bedoeld in artikel 6, en aan een controle van de bevoegde autoriteit overeenkomstig bijlage B, hoofdstuk IV;
E. voldoen aan de eisen van artikel 6, tweede lid;
F. wanneer zij van een onmiddellijke verpakking, een eindverpakking of een etiket zijn voorzien, verpakt of geëtiketteerd zijn overeenkomstig bijlage B, hoofdstuk V, en wel ter plaatse of in speciaal daartoe door Onze Minister erkende herverpakkingscentra.
G. onverminderd de in richtlijn nr. 80/215/EEG vastgestelde eisen inzake het aanbrengen van het merk, onder verantwoordelijkheid van de exploitant of de beheerder van de inrichting, worden gemerkt door middel van: - een nationaal keurmerk wanneer de gebruikte grondstof met dat merk in de handel is gebracht; het model van het keurmerk wordt door Onze Minister vastgesteld;
- een door Onze Minister vast te stellen merk, indien het gebruikte vlees en de daarmee vervaardigde vleesprodukten uitsluitend bestemd mogen worden voor de lokale handel;
- een keurmerk als bedoeld in bijlage B, hoofdstuk VI, in de andere gevallen. Deze merken worden gedrukt op het etiket dan wel worden aangebracht op het produkt of de onmiddellijke verpakking, met dien verstande dat voor het drukken of herdrukken van etiketten of merken toestemming van de bevoegde autoriteit is vereist;
- een nationaal keurmerk wanneer de gebruikte grondstof met dat merk in de handel is gebracht; het model van het keurmerk wordt door Onze Minister vastgesteld;
- een door Onze Minister vast te stellen merk, indien het gebruikte vlees en de daarmee vervaardigde vleesprodukten uitsluitend bestemd mogen worden voor de lokale handel;
- een keurmerk als bedoeld in bijlage B, hoofdstuk VI, in de andere gevallen.
H. gehanteerd, opgeslagen en vervoerd zijn overeenkomstig bijlage B, hoofdstuk VII; indien zij in een niet bij de inrichting behorend koel- of vrieshuis zijn opgeslagen, moet dit koel- of vrieshuis overeenkomstig artikel 9 van het Besluit produktie en handel vers vlees erkend en gecontroleerd zijn;
I. gedurende het vervoer vergezeld gaan van een begeleidend handelsdocument, waarvan de vorm en inhoud door Onze Minister, in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, zal worden vastgesteld. Deze verplichting geldt niet voor vleesprodukten in hermetisch gesloten recipiënten die de in Bijlage B, hoofdstuk VIII, punt B, eerste streepje, bedoelde behandeling hebben ondergaan, indien het keurmerk onuitwisbaar op de recipiënt is aangebracht, overeenkomstig de door Onze Minister vast te stellen voorschriften.
2. Vleesprodukten mogen niet onderworpen zijn geweest aan ioniserende straling, onverminderd de wettelijke voorschriften inzake ionisatie voor medische doeleinden.
3. Voor de toepassing van dit artikel wordt een ter uitvoering van de artikelen 8 onderscheidenlijk 11 van de richtlijn door een andere lid-staat van de Europese Gemeenschappen en de Europese Ruimte erkende inrichting gelijkgesteld met een inrichting, overeenkomstig de artikelen 7onderscheidenlijk 9van dit besluit.