BWBR0005834
Geldig vanaf 2005-05-26
Artikel 56
Regeling aquicultuur
1. Van het verbod, bedoeld in artikel 55, wordt vrijstelling verleend mits de aquicultuurdieren geen dieren zijn als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van richtlijn 90/425/EEGen mits het geen vervoer met bestemming Finland betreft van vissen die zijn bestemd voor de teelt of het weer uitzetten.
2. Ten aanzien van de aquicultuurdieren dient voorts te zijn voldaan aan het bepaalde in de artikelen 2, eerste lid, 3en 4en, indien de aquicultuurdieren zijn bestemd voor Zweden, in afwachting van de met betrekking tot IPN, BKD, furunculose, ERM-Yersiniose gestelde algemene of beperkte aanvullende garanties, bedoeld in artikel 12, tweede lid, van richtlijn 91/67/EEG, en de met betrekking tot voorjaarsviremie bij karpers gestelde algemene of beperkte aanvullende garanties, bedoeld in artikel 13, tweede lid, van richtlijn 91/67/EEG, aan de voorschriften die Zweden stelt met betrekking tot IPN, BKD, furunculose, ERM-Yersiniose, en bij karpers de voorjaarsviremie en, voor zover zij bestemd zijn voor een bedrijf, gelegen in een erkend gebied of voor een erkend bedrijf, dient de partij vergezeld te gaan van de documenten bedoeld in de artikelen 13, 14, 17of 18.
3. De partij levende gekweekte vis dient in de situatie, bedoeld in artikel 1 van beschikking 99/567/EG, tevens vergezeld te gaan van een uit één enkel blad bestaand origineel document dat is opgesteld overeenkomstig het model van bijlage I bij beschikking 99/567/EG.
4. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid met betrekking tot artikel 3, tweede lid, van richtlijn 90/425/EEGis het toegestaan een partij levende gekweekte vis uit te voeren indien de genoemde partij in de situatie, bedoeld in artikel 2 van beschikking 99/567/EG, vergezeld gaat van een uit één enkel blad bestaand origineel document dat is opgesteld overeenkomstig het model van bijlage II bij beschikking 99/567/EG.
2. Ten aanzien van de aquicultuurdieren dient voorts te zijn voldaan aan het bepaalde in de artikelen 2, eerste lid, 3en 4en, indien de aquicultuurdieren zijn bestemd voor Zweden, in afwachting van de met betrekking tot IPN, BKD, furunculose, ERM-Yersiniose gestelde algemene of beperkte aanvullende garanties, bedoeld in artikel 12, tweede lid, van richtlijn 91/67/EEG, en de met betrekking tot voorjaarsviremie bij karpers gestelde algemene of beperkte aanvullende garanties, bedoeld in artikel 13, tweede lid, van richtlijn 91/67/EEG, aan de voorschriften die Zweden stelt met betrekking tot IPN, BKD, furunculose, ERM-Yersiniose, en bij karpers de voorjaarsviremie en, voor zover zij bestemd zijn voor een bedrijf, gelegen in een erkend gebied of voor een erkend bedrijf, dient de partij vergezeld te gaan van de documenten bedoeld in de artikelen 13, 14, 17of 18.
3. De partij levende gekweekte vis dient in de situatie, bedoeld in artikel 1 van beschikking 99/567/EG, tevens vergezeld te gaan van een uit één enkel blad bestaand origineel document dat is opgesteld overeenkomstig het model van bijlage I bij beschikking 99/567/EG.
4. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid met betrekking tot artikel 3, tweede lid, van richtlijn 90/425/EEGis het toegestaan een partij levende gekweekte vis uit te voeren indien de genoemde partij in de situatie, bedoeld in artikel 2 van beschikking 99/567/EG, vergezeld gaat van een uit één enkel blad bestaand origineel document dat is opgesteld overeenkomstig het model van bijlage II bij beschikking 99/567/EG.