BWBR0005834
Geldig vanaf 2005-05-26
Artikel 46
Regeling aquicultuur
1. Elke partij aquicultuurproducten moet het Nederlands grondgebied worden binnengebracht via een erkende inspectiepost.
2. De melding van de aanvoer van een partij aquicultuurproducten vind plaats aan de VWA overeenkomstig artikel 2 van verordening 136/2004/EG, met dien verstande dat de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 2, vierde lid, van die verordening, de minister is.
3. Indien de partij voor Nederland dan wel voor een lidstaat is bestemd, dient bij de aankomst op de erkende inspectiepost aan de op de inspectiepost aanwezige ambtenaar, te worden overgelegd, een document als bedoeld in artikel 21 van richtlijn 91/67/EEG:
dat in overeenstemming met de regelgeving van de Europese Gemeenschappen is afgegeven;
waaruit blijkt dat is voldaan aan nadere voorwaarden, die bij de regelgeving van de Europese Gemeenschappen zijn gesteld aan de invoer van aquicultuurproducten vanuit het betrokken derde land of deel van dat derde land;
waarvan de geldigheidsduur niet is verstreken, en, waaruit blijkt dat, indien de partij bestemd is voor Finland of Zweden, tenminste voldaan is aan de voorschriften die gelden met betrekking tot de invoer in Finland of Zweden van aquicultuurproducten uit lidstaten.
4. Indien de partij bestemd is voor een derde land, dient bij de aankomst op de erkende inspectiepost aan de op de inspectiepost aanwezige ambtenaar, een bij de partij behorend document te worden overgelegd, dat is opgesteld in de Nederlandse, Duitse, Franse of Engelse taal, waaruit tenminste de oorsprong van de partij, de verdere bestemming hiervan, alsmede, indien opslag in een van de in artikel 12 van richtlijn 97/78/EGbedoelde opslagruimte in Nederland dan wel een lidstaat is voorzien, het feit dat voldaan is aan de op grond van deze regeling met betrekking tot de invoer in Nederland dan wel de doorvoer naar een lidstaat gestelde veterinairrechtelijke voorschriften.
5. De partij producten wordt door de belanghebbende bij de lading bij aankomst op de erkende inspectiepost ter onderzoek aangeboden aan de ambtenaar.
6. De in het derde en vierde lid bedoeld documenten zijn originelen waarvan de geldigheidsduur niet is verstreken. Zij zijn, voorzover van toepassing, in overeenstemming met de regelgeving van de Europese Gemeenschap opgesteld en afgegeven, volledig ingevuld, gedagtekend en ondertekend.
7. Op de in het eerste lid bedoelde partij producten zijn de artikelen 3.2.2.4, tweede lid, en 3.2.2.5 tot en met 3.2.4.4 van de Regeling veterinairrechtelijke voorschriften handel dierlijke productenvan overeenkomstige toepassing. Deze partij gaat vergezeld van een Gemeenschappelijk veterinair document van binnenkomst als bedoeld in verordening 136/2004/EG. Opslag in een vrije zone, een vrij entrepot of een douane-entrepot is slechts toegestaan voor zover elders geen opslag heeft plaatsgevonden.
8. Voor de toepassing van de in het zevende lid bedoelde artikelen wordt voor ‘keuringsdierenarts’ gelezen: ambtenaar.
9. Een partij aquicultuurproducten afkomstig uit Nieuw-Zeeland mag in afwijking van het derde lid vergezeld gaan van een op de partij betrekking hebbend gezondheidscertificaat dat ingevolge de regelgeving van de Europese Gemeenschap ter uitvoering van de Overeenkomst van 17 december 1996 tussen de Europese Gemeenschap en Nieuw-Zeeland inzake sanitaire maatregelen voor de handel in levende dieren en dierlijke producten (PbEG 1997, L 57) is vastgesteld, indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden:
a. de desbetreffende aquicultuurproducten zijn ingevolge de vorenbedoelde overeenkomst in elk geval op het gebied van de diergezondheid als gelijkwaardig erkend;
b. de partij producten voldoet aan de ingevolge vorenbedoelde regelgeving gestelde bijkomende voorwaarden.
2. De melding van de aanvoer van een partij aquicultuurproducten vind plaats aan de VWA overeenkomstig artikel 2 van verordening 136/2004/EG, met dien verstande dat de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 2, vierde lid, van die verordening, de minister is.
3. Indien de partij voor Nederland dan wel voor een lidstaat is bestemd, dient bij de aankomst op de erkende inspectiepost aan de op de inspectiepost aanwezige ambtenaar, te worden overgelegd, een document als bedoeld in artikel 21 van richtlijn 91/67/EEG:
dat in overeenstemming met de regelgeving van de Europese Gemeenschappen is afgegeven;
waaruit blijkt dat is voldaan aan nadere voorwaarden, die bij de regelgeving van de Europese Gemeenschappen zijn gesteld aan de invoer van aquicultuurproducten vanuit het betrokken derde land of deel van dat derde land;
waarvan de geldigheidsduur niet is verstreken, en, waaruit blijkt dat, indien de partij bestemd is voor Finland of Zweden, tenminste voldaan is aan de voorschriften die gelden met betrekking tot de invoer in Finland of Zweden van aquicultuurproducten uit lidstaten.
4. Indien de partij bestemd is voor een derde land, dient bij de aankomst op de erkende inspectiepost aan de op de inspectiepost aanwezige ambtenaar, een bij de partij behorend document te worden overgelegd, dat is opgesteld in de Nederlandse, Duitse, Franse of Engelse taal, waaruit tenminste de oorsprong van de partij, de verdere bestemming hiervan, alsmede, indien opslag in een van de in artikel 12 van richtlijn 97/78/EGbedoelde opslagruimte in Nederland dan wel een lidstaat is voorzien, het feit dat voldaan is aan de op grond van deze regeling met betrekking tot de invoer in Nederland dan wel de doorvoer naar een lidstaat gestelde veterinairrechtelijke voorschriften.
5. De partij producten wordt door de belanghebbende bij de lading bij aankomst op de erkende inspectiepost ter onderzoek aangeboden aan de ambtenaar.
6. De in het derde en vierde lid bedoeld documenten zijn originelen waarvan de geldigheidsduur niet is verstreken. Zij zijn, voorzover van toepassing, in overeenstemming met de regelgeving van de Europese Gemeenschap opgesteld en afgegeven, volledig ingevuld, gedagtekend en ondertekend.
7. Op de in het eerste lid bedoelde partij producten zijn de artikelen 3.2.2.4, tweede lid, en 3.2.2.5 tot en met 3.2.4.4 van de Regeling veterinairrechtelijke voorschriften handel dierlijke productenvan overeenkomstige toepassing. Deze partij gaat vergezeld van een Gemeenschappelijk veterinair document van binnenkomst als bedoeld in verordening 136/2004/EG. Opslag in een vrije zone, een vrij entrepot of een douane-entrepot is slechts toegestaan voor zover elders geen opslag heeft plaatsgevonden.
8. Voor de toepassing van de in het zevende lid bedoelde artikelen wordt voor ‘keuringsdierenarts’ gelezen: ambtenaar.
9. Een partij aquicultuurproducten afkomstig uit Nieuw-Zeeland mag in afwijking van het derde lid vergezeld gaan van een op de partij betrekking hebbend gezondheidscertificaat dat ingevolge de regelgeving van de Europese Gemeenschap ter uitvoering van de Overeenkomst van 17 december 1996 tussen de Europese Gemeenschap en Nieuw-Zeeland inzake sanitaire maatregelen voor de handel in levende dieren en dierlijke producten (PbEG 1997, L 57) is vastgesteld, indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden:
a. de desbetreffende aquicultuurproducten zijn ingevolge de vorenbedoelde overeenkomst in elk geval op het gebied van de diergezondheid als gelijkwaardig erkend;
b. de partij producten voldoet aan de ingevolge vorenbedoelde regelgeving gestelde bijkomende voorwaarden.