BWBR0005834
Geldig vanaf 2005-05-26
Artikel 23
Regeling aquicultuur
1. De aquicultuurdieren mogen niet afkomstig zijn van een plaats als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel e, van richtlijn 90/425/EEG, tenzij toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 10, eerste lid, onderdeel c, van richtlijn 93/53/EEG.
2. Ten aanzien van de aquicultuurdieren dient voldaan te zijn aan het bepaalde in de artikelen 2, eerste lid, 3en 4en, indien de aquicultuurdieren zijn bestemd voor Zweden, in afwachting van de met betrekking tot IPN, BKD, furunculose en ERM-Yersiniose gestelde algemene of beperkte aanvullende garanties, bedoeld in artikel 12, tweede lid, van richtlijn 91/67/EEG, en de met betrekking tot voorjaarsviremie bij karpers gestelde algemene of beperkte aanvullende garanties, bedoeld in artikel 13, tweede lid, van richtlijn 91/67/EEG, aan de voorschriften die Zweden stelt met betrekking tot IPN, BKD, furunculose, ERM-Yersiniose, en bij karpers de voorjaarsviremie.
3. De partij aquicultuurdieren dient in het kader van de invoer, tot en met de ontvangst door de ontvanger, genoemd in de hierna bedoelde documenten, en in het kader van de doorvoer, tijdens het vervoer over Nederlands grondgebied, voor zover de partij is verzonden uit een derde land en via het grondgebied van een Lid-Staat in het kader van de in- of doorvoer op Nederlands grondgebied wordt gebracht, vergezeld te gaan van het Gemeenschappelijke veterinaire document van binnenkomst, bedoeld in verordening 282/2004/EG, alsmede het document, onderscheidenlijk de documenten, bedoeld in artikel 7, eerste lid, eerste gedachtestreepje, van richtlijn 91/496/EEGzijn voorgeschreven, dan wel, voor zover de partij verzonden is uit een Lid-Staat en bestemd is voor een bedrijf gelegen in een erkend gebied of voor een erkend bedrijf, van de vervoersdocumenten bedoeld in de artikelen 13, 14, 17of 18.
4. De in het derde bedoelde documenten zijn volledig ingevuld, gedagtekend en ondertekend en voldoen, in voorkomend geval, aan artikel 28, onderdelen d en e. Voorts is de geldigheidsduur ervan niet verstreken en zijn zij in overeenstemming met de regelgeving van de Europese Gemeenschappen afgegeven.
5. De vanuit een Lid-Staat verzonden partij levende gekweekte vis dient in de situatie, bedoeld in artikel 1van beschikking 99/567/EG, in het kader van de invoer, tot en met de ontvangst door de geadresseerde, genoemd in het hierna bedoelde document, en in het kader van de doorvoer, tijdens het vervoer over Nederlands grondgebied, vergezeld te gaan van een uit één enkel blad bestaand origineel document dat is opgesteld overeenkomstig het model van bijlage 1 bij beschikking 99/567/EG.
6. De vanuit een Lid-Staat verzonden partij levende gekweekte vis dient in de situatie, bedoeld in artikel 2van beschikking 99/567/EG, in het kader van de invoer, tot en met de ontvangst door de geadresseerde, genoemd in het hierna bedoelde document, en in het kader van de doorvoer, tijdens het vervoer over Nederlands grondgebied, vergezeld te gaan van een uit één enkel blad bestaand origineel document dat is opgesteld overeenkomstig het model van bijlage II bij beschikking 99/567/EG.
2. Ten aanzien van de aquicultuurdieren dient voldaan te zijn aan het bepaalde in de artikelen 2, eerste lid, 3en 4en, indien de aquicultuurdieren zijn bestemd voor Zweden, in afwachting van de met betrekking tot IPN, BKD, furunculose en ERM-Yersiniose gestelde algemene of beperkte aanvullende garanties, bedoeld in artikel 12, tweede lid, van richtlijn 91/67/EEG, en de met betrekking tot voorjaarsviremie bij karpers gestelde algemene of beperkte aanvullende garanties, bedoeld in artikel 13, tweede lid, van richtlijn 91/67/EEG, aan de voorschriften die Zweden stelt met betrekking tot IPN, BKD, furunculose, ERM-Yersiniose, en bij karpers de voorjaarsviremie.
3. De partij aquicultuurdieren dient in het kader van de invoer, tot en met de ontvangst door de ontvanger, genoemd in de hierna bedoelde documenten, en in het kader van de doorvoer, tijdens het vervoer over Nederlands grondgebied, voor zover de partij is verzonden uit een derde land en via het grondgebied van een Lid-Staat in het kader van de in- of doorvoer op Nederlands grondgebied wordt gebracht, vergezeld te gaan van het Gemeenschappelijke veterinaire document van binnenkomst, bedoeld in verordening 282/2004/EG, alsmede het document, onderscheidenlijk de documenten, bedoeld in artikel 7, eerste lid, eerste gedachtestreepje, van richtlijn 91/496/EEGzijn voorgeschreven, dan wel, voor zover de partij verzonden is uit een Lid-Staat en bestemd is voor een bedrijf gelegen in een erkend gebied of voor een erkend bedrijf, van de vervoersdocumenten bedoeld in de artikelen 13, 14, 17of 18.
4. De in het derde bedoelde documenten zijn volledig ingevuld, gedagtekend en ondertekend en voldoen, in voorkomend geval, aan artikel 28, onderdelen d en e. Voorts is de geldigheidsduur ervan niet verstreken en zijn zij in overeenstemming met de regelgeving van de Europese Gemeenschappen afgegeven.
5. De vanuit een Lid-Staat verzonden partij levende gekweekte vis dient in de situatie, bedoeld in artikel 1van beschikking 99/567/EG, in het kader van de invoer, tot en met de ontvangst door de geadresseerde, genoemd in het hierna bedoelde document, en in het kader van de doorvoer, tijdens het vervoer over Nederlands grondgebied, vergezeld te gaan van een uit één enkel blad bestaand origineel document dat is opgesteld overeenkomstig het model van bijlage 1 bij beschikking 99/567/EG.
6. De vanuit een Lid-Staat verzonden partij levende gekweekte vis dient in de situatie, bedoeld in artikel 2van beschikking 99/567/EG, in het kader van de invoer, tot en met de ontvangst door de geadresseerde, genoemd in het hierna bedoelde document, en in het kader van de doorvoer, tijdens het vervoer over Nederlands grondgebied, vergezeld te gaan van een uit één enkel blad bestaand origineel document dat is opgesteld overeenkomstig het model van bijlage II bij beschikking 99/567/EG.