BWBR0005834
Geldig vanaf 2005-05-26
Artikel 44
Regeling aquicultuur
1. Indien bij de controle, bedoeld in artikel 42, vijfde lid, jo. 24, tweede lid, of bij de controle tijdens het vervoer van een partij aquicultuurproducten in het kader van de invoer of de doorvoer van deze partij wordt vermoed of geconstateerd dat er verwekkers van ziekten, zoönosen of andere aandoeningen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van richtlijn 89/662/EEG, aanwezig zijn of de aquicultuurproducten afkomstig zijn uit een met een epidemische dierziekte besmet gebied, kan de minister, indien hij vermoedt dat er verwekkers van ziekten, zoönosen of andere aandoeningen aanwezig zijn, gelasten dat de partij in tijdelijke afzondering wordt geplaatst, dan wel worden de maatregelen bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, eerste alinea, van die richtlijn, uitgevoerd, al naar gelang de minister daaromtrent heeft besloten.
2. Indien bij een controle als bedoeld in het eerste lid, of bij een controle tijdens het vervoer van een partij aquicultuurproducten in het kader van de invoer of de doorvoer van deze partij wordt vermoed of geconstateerd dat niet wordt voldaan aan de voorschriften van de onderhavige regeling dan wel aan de van toepassing zijnde communautaire voorschriften, kan de minister, indien hij vermoedt dat niet is voldaan aan vorenbedoelde voorschriften, gelasten dat de aquicultuurdieren in tijdelijke afzondering worden geplaatst, dan wel wordt één van de maatregelen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van richtlijn 90/425/EEGuitgevoerd, waartoe de minister overeenkomstig de keuze van de afzender of diens gemachtigde heeft besloten.
3. Een besluit als bedoeld in het eerste en tweede lid, laat onverlet het recht van de afzender van de aquicultuurproducten om, overeenkomstig het bepaalde in artikel 8, tweede lid, vierde alinea, van richtlijn 89/662/EEG, binnen een maand na de kennisgeving bedoeld in het vierde lid, het advies van een veterinaire deskundige in te winnen, met dien verstande evenwel, dat de minister te allen tijde kan beslissen om de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onmiddellijk uit te voeren indien zulks noodzakelijk is om redenen van gezondheidsbescherming.
4. Het bepaalde in artikel 29, derde en vijfde lid, is op besluiten in het eerste en tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
2. Indien bij een controle als bedoeld in het eerste lid, of bij een controle tijdens het vervoer van een partij aquicultuurproducten in het kader van de invoer of de doorvoer van deze partij wordt vermoed of geconstateerd dat niet wordt voldaan aan de voorschriften van de onderhavige regeling dan wel aan de van toepassing zijnde communautaire voorschriften, kan de minister, indien hij vermoedt dat niet is voldaan aan vorenbedoelde voorschriften, gelasten dat de aquicultuurdieren in tijdelijke afzondering worden geplaatst, dan wel wordt één van de maatregelen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van richtlijn 90/425/EEGuitgevoerd, waartoe de minister overeenkomstig de keuze van de afzender of diens gemachtigde heeft besloten.
3. Een besluit als bedoeld in het eerste en tweede lid, laat onverlet het recht van de afzender van de aquicultuurproducten om, overeenkomstig het bepaalde in artikel 8, tweede lid, vierde alinea, van richtlijn 89/662/EEG, binnen een maand na de kennisgeving bedoeld in het vierde lid, het advies van een veterinaire deskundige in te winnen, met dien verstande evenwel, dat de minister te allen tijde kan beslissen om de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onmiddellijk uit te voeren indien zulks noodzakelijk is om redenen van gezondheidsbescherming.
4. Het bepaalde in artikel 29, derde en vijfde lid, is op besluiten in het eerste en tweede lid, van overeenkomstige toepassing.