BWBR0005834
Geldig vanaf 2005-05-26
Artikel 28
Regeling aquicultuur
Indien de aquicultuurdieren zijn verzonden vanuit een Lid-Staat en bestemd zijn voor een derde land:
a. blijft het vervoer van de betreffende partij, indien zij onder douanetoezicht is geplaatst, onder dat toezicht tot de plaats waar het Nederlands grondgebied wordt verlaten;
b. gaat de betreffende partij, indien het punt van uitgang is gelegen in een erkend gebied of indien de ontvanger een erkend bedrijf is, vergezeld van de onderscheiden vervoersdocumenten, bedoeld in de artikelen 13, 14, 17 of 18;
c. wordt de betreffende partij, indien de doorvoer vanuit Nederland rechtstreeks naar het derde land van bestemming plaatsvindt, doorgevoerd via het punt van uitgang dat op de in onderdeel b bedoelde documenten is vermeld;
d. geldt ter zake van de in onderdeel b bedoelde documenten tevens dat: zij in ten minste één van de talen van de Lid-Staat van oorsprong zijn gesteld en in de Nederlandse taal of, indien de partij bestemd is om te worden doorgevoerd via een andere Lid-Staat, tevens in één van de talen van de Lid-Staat waar zich het punt van uitgang bevindt;
daarop het punt van uitgang als plaats van bestemming is vermeld;
daarop als ontvanger is vermeld, met naam en adres, de handelaar, bedoeld in onderdeel e, dan wel, ingeval de partij bestemd is om te worden doorgevoerd via een andere Lid-Staat, de ontvanger bij het punt van uitgang, bedoeld in artikel 4, tweede gedachtenstreepje, van beschikking 93/444/EEG;
zij in ten minste één van de talen van de Lid-Staat van oorsprong zijn gesteld en in de Nederlandse taal of, indien de partij bestemd is om te worden doorgevoerd via een andere Lid-Staat, tevens in één van de talen van de Lid-Staat waar zich het punt van uitgang bevindt;
daarop het punt van uitgang als plaats van bestemming is vermeld;
daarop als ontvanger is vermeld, met naam en adres, de handelaar, bedoeld in onderdeel e, dan wel, ingeval de partij bestemd is om te worden doorgevoerd via een andere Lid-Staat, de ontvanger bij het punt van uitgang, bedoeld in artikel 4, tweede gedachtenstreepje, van beschikking 93/444/EEG;
e. gaat de partij bovendien vergezeld van veterinaire documenten of certificaten die aan de veterinaire voorschriften van het derde land van bestemming voldoen, tenzij op de documenten, bedoeld in onderdeel b, de vermelding ‘Dieren of produkten voor uitvoer naar (naam van het derde land)’ voorkomt, waarbij de naam van het derde land van bestemming als het gedeelte tussen haakjes is opgenomen;
f. zijn de artikelen 26 en 63 van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de handelaar die in Nederland bij het punt van uitgang bij de doorvoer van de partij betrokken is, en
g. vindt het vervoer van de partij, indien deze niet aan de voorschriften van richtlijn 91/67/EEG voldoet, slechts plaats indien de minister daartoe vooraf toestemming heeft verleend.
a. blijft het vervoer van de betreffende partij, indien zij onder douanetoezicht is geplaatst, onder dat toezicht tot de plaats waar het Nederlands grondgebied wordt verlaten;
b. gaat de betreffende partij, indien het punt van uitgang is gelegen in een erkend gebied of indien de ontvanger een erkend bedrijf is, vergezeld van de onderscheiden vervoersdocumenten, bedoeld in de artikelen 13, 14, 17 of 18;
c. wordt de betreffende partij, indien de doorvoer vanuit Nederland rechtstreeks naar het derde land van bestemming plaatsvindt, doorgevoerd via het punt van uitgang dat op de in onderdeel b bedoelde documenten is vermeld;
d. geldt ter zake van de in onderdeel b bedoelde documenten tevens dat: zij in ten minste één van de talen van de Lid-Staat van oorsprong zijn gesteld en in de Nederlandse taal of, indien de partij bestemd is om te worden doorgevoerd via een andere Lid-Staat, tevens in één van de talen van de Lid-Staat waar zich het punt van uitgang bevindt;
daarop het punt van uitgang als plaats van bestemming is vermeld;
daarop als ontvanger is vermeld, met naam en adres, de handelaar, bedoeld in onderdeel e, dan wel, ingeval de partij bestemd is om te worden doorgevoerd via een andere Lid-Staat, de ontvanger bij het punt van uitgang, bedoeld in artikel 4, tweede gedachtenstreepje, van beschikking 93/444/EEG;
zij in ten minste één van de talen van de Lid-Staat van oorsprong zijn gesteld en in de Nederlandse taal of, indien de partij bestemd is om te worden doorgevoerd via een andere Lid-Staat, tevens in één van de talen van de Lid-Staat waar zich het punt van uitgang bevindt;
daarop het punt van uitgang als plaats van bestemming is vermeld;
daarop als ontvanger is vermeld, met naam en adres, de handelaar, bedoeld in onderdeel e, dan wel, ingeval de partij bestemd is om te worden doorgevoerd via een andere Lid-Staat, de ontvanger bij het punt van uitgang, bedoeld in artikel 4, tweede gedachtenstreepje, van beschikking 93/444/EEG;
e. gaat de partij bovendien vergezeld van veterinaire documenten of certificaten die aan de veterinaire voorschriften van het derde land van bestemming voldoen, tenzij op de documenten, bedoeld in onderdeel b, de vermelding ‘Dieren of produkten voor uitvoer naar (naam van het derde land)’ voorkomt, waarbij de naam van het derde land van bestemming als het gedeelte tussen haakjes is opgenomen;
f. zijn de artikelen 26 en 63 van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de handelaar die in Nederland bij het punt van uitgang bij de doorvoer van de partij betrokken is, en
g. vindt het vervoer van de partij, indien deze niet aan de voorschriften van richtlijn 91/67/EEG voldoet, slechts plaats indien de minister daartoe vooraf toestemming heeft verleend.