BWBR0005700
Geldig vanaf 1992-12-31
Artikel 69
Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen
1. Met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de derde categorie wordt gestraft hij, die opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid berooft of beroofd houdt door deze persoon, zonder dat gebleken is van de nodige bereidheid daartoe, in een psychiatrisch ziekenhuis of ziekenhuis, niet zijnde een psychiatrisch ziekenhuis, te doen opnemen, op te nemen of diens verblijf aldaar te doen voortduren, terwijl hij weet dat de daarvoor benodigde bescheiden, als bedoeld in de artikelen 53en 54, niet zijn overgelegd of aanwezig zijn.
2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt als opzettelijk iemand wederrechtelijk van zijn vrijheid beroven, aangemerkt het in een zwakzinnigeninrichting of verpleeginrichting doen opnemen of opnemen, hoewel de betrokkene blijk heeft gegeven van verzet daartegen, terwijl de in het eerste lid bedoelde bescheiden niet zijn overgelegd of aanwezig zijn.
3. Met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de derde categorie wordt gestraft hij, die opzettelijk in strijd met het bepaalde bij of krachtens de artikelen 34n, tweede lid, 38, vijfde lid,38b, 38c, 38d, eerste lid, of 39, eerste en tweede lid, middelen of maatregelen toepast met betrekking tot een patiënt op wie hoofdstuk IIdan wel artikel 60toepassing heeft gevonden, of die op grond van een uitspraak van de strafrechter als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/37" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 37, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht</a>in een psychiatrisch ziekenhuis verblijft.
4. De in dit artikel strafbaar gestelde feiten zijn misdrijven.
2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt als opzettelijk iemand wederrechtelijk van zijn vrijheid beroven, aangemerkt het in een zwakzinnigeninrichting of verpleeginrichting doen opnemen of opnemen, hoewel de betrokkene blijk heeft gegeven van verzet daartegen, terwijl de in het eerste lid bedoelde bescheiden niet zijn overgelegd of aanwezig zijn.
3. Met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de derde categorie wordt gestraft hij, die opzettelijk in strijd met het bepaalde bij of krachtens de artikelen 34n, tweede lid, 38, vijfde lid,38b, 38c, 38d, eerste lid, of 39, eerste en tweede lid, middelen of maatregelen toepast met betrekking tot een patiënt op wie hoofdstuk IIdan wel artikel 60toepassing heeft gevonden, of die op grond van een uitspraak van de strafrechter als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/37" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 37, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht</a>in een psychiatrisch ziekenhuis verblijft.
4. De in dit artikel strafbaar gestelde feiten zijn misdrijven.