BWBR0005700
Geldig vanaf 1992-12-31
Artikel 12
Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen
1. Na ontvangst van de in artikel 11bedoelde mededeling geeft de griffier van het verlenen van de voorlopige machtiging - onder vermelding van het psychiatrisch ziekenhuis waarin de betrokkene ingevolge de machtiging verblijft - kennis aan:
a. de in artikel 8, vierde lid, onder b tot en met g bedoelde personen of instelling, de inspecteur en de huisarts van de betrokkene;
b. de officier van justitie in wiens ambtsgebied het psychiatrisch ziekenhuis gelegen is.
2. De griffier stelt desgevraagd andere personen en instellingen die door de rechter zijn gehoord, met uitzondering van de persoon, bedoeld in artikel 8, vierde lid, onder a, in kennis van het verlenen van de voorlopige machtiging onder vermelding van de naam en het adres van het psychiatrisch ziekenhuis waarin de betrokkene is opgenomen.
a. de in artikel 8, vierde lid, onder b tot en met g bedoelde personen of instelling, de inspecteur en de huisarts van de betrokkene;
b. de officier van justitie in wiens ambtsgebied het psychiatrisch ziekenhuis gelegen is.
2. De griffier stelt desgevraagd andere personen en instellingen die door de rechter zijn gehoord, met uitzondering van de persoon, bedoeld in artikel 8, vierde lid, onder a, in kennis van het verlenen van de voorlopige machtiging onder vermelding van de naam en het adres van het psychiatrisch ziekenhuis waarin de betrokkene is opgenomen.