BWBR0005700
Geldig vanaf 1992-12-31
Artikel 15
Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen
1. De rechter kan op verzoek van de officier van justitie met betrekking tot een persoon die ingevolge een voorlopige machtiging in een psychiatrisch ziekenhuis verblijft, een machtiging tot voortgezet verblijf verlenen.
2. Een machtiging tot voortgezet verblijf kan slechts worden verleend indien naar het oordeel van de rechter:
a. de stoornis van de geestvermogens van de betrokkene ook na verloop van de geldigheidsduur van de lopende machtiging aanwezig zal zijn en deze stoornis betrokkene ook dan gevaar zal doen veroorzaken, en
b. het gevaar niet door tussenkomst van personen of instellingen buiten het ziekenhuis kan worden afgewend.
3. Met betrekking tot de voortzetting van het verblijf van de betrokkene in het psychiatrisch ziekenhuis na verloop van de geldigheidsduur van de lopende machtiging zijn artikel 2, derde en vierde lid, en artikel 4van overeenkomstige toepassing.
4. Indien een machtiging tot voortgezet verblijf betrekking heeft op een minderjarige die onder toezicht is gesteld, geldt die machtiging als machtiging als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002656/artikel/265b" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 265b van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek</a>.
2. Een machtiging tot voortgezet verblijf kan slechts worden verleend indien naar het oordeel van de rechter:
a. de stoornis van de geestvermogens van de betrokkene ook na verloop van de geldigheidsduur van de lopende machtiging aanwezig zal zijn en deze stoornis betrokkene ook dan gevaar zal doen veroorzaken, en
b. het gevaar niet door tussenkomst van personen of instellingen buiten het ziekenhuis kan worden afgewend.
3. Met betrekking tot de voortzetting van het verblijf van de betrokkene in het psychiatrisch ziekenhuis na verloop van de geldigheidsduur van de lopende machtiging zijn artikel 2, derde en vierde lid, en artikel 4van overeenkomstige toepassing.
4. Indien een machtiging tot voortgezet verblijf betrekking heeft op een minderjarige die onder toezicht is gesteld, geldt die machtiging als machtiging als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002656/artikel/265b" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 265b van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek</a>.