BWBR0005700
Geldig vanaf 1992-12-31
Artikel 51a
Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen
1. Bij de eerste opname in een psychiatrisch ziekenhuis, bij de tenuitvoerlegging van een bevel als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0017212/artikel/2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2, eerste lid, aanhef, van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden</a>en voor zover dit anderszins noodzakelijk is voor de vaststelling van de identiteit, wordt de identiteit vastgesteld van een persoon die krachtens een beslissing op grond van het <a href="/wet/BWBR0001903" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wetboek van Strafvordering</a>, het <a href="/wet/BWBR0001854" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wetboek van Strafrecht</a>, de <a href="/wet/BWBR0009709" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Penitentiaire beginselenwet</a>, de <a href="/wet/BWBR0008765" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden</a>of de <a href="/wet/BWBR0011756" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen</a>in een psychiatrisch ziekenhuis is geplaatst.
2. Het vaststellen van de identiteit van de persoon, bedoeld in het eerste lid, omvat bij de eerste opname in het psychiatrisch ziekenhuis het vragen naar zijn naam, voornamen, geboorteplaats en geboortedatum, het adres waarop hij in de basisregistratie personen is ingeschreven en het adres van zijn feitelijke verblijfplaats buiten het psychiatrisch ziekenhuis. In de gevallen waarin van betrokkene vingerafdrukken zijn genomen en verwerkt overeenkomstig het <a href="/wet/BWBR0001903" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wetboek van Strafvordering</a>of de <a href="/wet/BWBR0011823" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Vreemdelingenwet 2000</a>, omvat het vaststellen van zijn identiteit tevens het nemen van zijn vingerafdrukken en het vergelijken van die vingerafdrukken met de van hem verwerkte vingerafdrukken. In de andere gevallen omvat het vaststellen van zijn identiteit een onderzoek van het identiteitsbewijs, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0006297/artikel/1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht</a>. <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/29a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 29a, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering</a>is van overeenkomstige toepassing.
3. Bij de tenuitvoerlegging van een bevel als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0017212/artikel/2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2, eerste lid, aanhef, van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden</a>worden van de persoon, bedoeld in het eerste lid, een of meer vingerafdrukken overeenkomstig het <a href="/wet/BWBR0001903" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wetboek van Strafvordering</a>genomen en verwerkt en is het tweede lid, tweede en derde volzin, van overeenkomstige toepassing. In een ander geval waarin het noodzakelijk is de identiteit van de persoon, bedoeld in het eerste lid, vast te stellen, is het tweede lid, tweede en derde volzin, van overeenkomstige toepassing,
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor het verwerken van de persoonsgegevens, bedoeld in het tweede en derde lid.
2. Het vaststellen van de identiteit van de persoon, bedoeld in het eerste lid, omvat bij de eerste opname in het psychiatrisch ziekenhuis het vragen naar zijn naam, voornamen, geboorteplaats en geboortedatum, het adres waarop hij in de basisregistratie personen is ingeschreven en het adres van zijn feitelijke verblijfplaats buiten het psychiatrisch ziekenhuis. In de gevallen waarin van betrokkene vingerafdrukken zijn genomen en verwerkt overeenkomstig het <a href="/wet/BWBR0001903" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wetboek van Strafvordering</a>of de <a href="/wet/BWBR0011823" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Vreemdelingenwet 2000</a>, omvat het vaststellen van zijn identiteit tevens het nemen van zijn vingerafdrukken en het vergelijken van die vingerafdrukken met de van hem verwerkte vingerafdrukken. In de andere gevallen omvat het vaststellen van zijn identiteit een onderzoek van het identiteitsbewijs, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0006297/artikel/1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht</a>. <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/29a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 29a, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering</a>is van overeenkomstige toepassing.
3. Bij de tenuitvoerlegging van een bevel als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0017212/artikel/2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2, eerste lid, aanhef, van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden</a>worden van de persoon, bedoeld in het eerste lid, een of meer vingerafdrukken overeenkomstig het <a href="/wet/BWBR0001903" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wetboek van Strafvordering</a>genomen en verwerkt en is het tweede lid, tweede en derde volzin, van overeenkomstige toepassing. In een ander geval waarin het noodzakelijk is de identiteit van de persoon, bedoeld in het eerste lid, vast te stellen, is het tweede lid, tweede en derde volzin, van overeenkomstige toepassing,
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor het verwerken van de persoonsgegevens, bedoeld in het tweede en derde lid.