BWBR0005682
Geldig vanaf 2019-02-01
Artikel 7.20
Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
1. Degene die op grond van artikel 7.19agerechtigd is een graad in het wetenschappelijk onderwijs in de eigen naamsvermelding tot uitdrukking te brengen, is tevens gerechtigd tot het voeren van:
a. de titel ingenieur, afgekort tot ir., indien het een masteropleiding in het wetenschappelijk onderwijs betreft op het gebied van de landbouw en natuurlijke omgeving of op het gebied van de techniek,
b. de titel meester, afgekort tot mr., indien het een masteropleiding in het wetenschappelijk onderwijs betreft op het gebied van het recht, of
c. de titel doctorandus, afgekort tot drs., indien het een masteropleiding in het wetenschappelijk onderwijs betreft waarop de onderdelen a en b niet van toepassing zijn.
2. Degene die op grond van artikel 7.19agerechtigd is een graad in het hoger beroepsonderwijs in de eigen naamsvermelding tot uitdrukking te brengen, is tevens gerechtigd tot het voeren van:
a. de titel ingenieur, afgekort tot ing., indien het een bacheloropleiding in het hoger beroepsonderwijs betreft op het gebied van de landbouw en natuurlijke omgeving of op het gebied van de techniek, of
b. de titel baccalaureus, afgekort tot bc., indien het een bacheloropleiding in het hoger beroepsonderwijs betreft waarop onderdeel a niet van toepassing is.
3. De in het eerste en tweede lid genoemde titels worden afgekort voor de naam geplaatst.
4. Het eerste lid is niet van toepassing op masteropleidingen, bedoeld in artikel 7.3b.
5. De betrokkene maakt een keuze uit het tot uitdrukking brengen in de eigen naamsvermelding van een graad als bedoeld in artikel 7.10aen het voeren van een titel als bedoeld in dit artikel.
a. de titel ingenieur, afgekort tot ir., indien het een masteropleiding in het wetenschappelijk onderwijs betreft op het gebied van de landbouw en natuurlijke omgeving of op het gebied van de techniek,
b. de titel meester, afgekort tot mr., indien het een masteropleiding in het wetenschappelijk onderwijs betreft op het gebied van het recht, of
c. de titel doctorandus, afgekort tot drs., indien het een masteropleiding in het wetenschappelijk onderwijs betreft waarop de onderdelen a en b niet van toepassing zijn.
2. Degene die op grond van artikel 7.19agerechtigd is een graad in het hoger beroepsonderwijs in de eigen naamsvermelding tot uitdrukking te brengen, is tevens gerechtigd tot het voeren van:
a. de titel ingenieur, afgekort tot ing., indien het een bacheloropleiding in het hoger beroepsonderwijs betreft op het gebied van de landbouw en natuurlijke omgeving of op het gebied van de techniek, of
b. de titel baccalaureus, afgekort tot bc., indien het een bacheloropleiding in het hoger beroepsonderwijs betreft waarop onderdeel a niet van toepassing is.
3. De in het eerste en tweede lid genoemde titels worden afgekort voor de naam geplaatst.
4. Het eerste lid is niet van toepassing op masteropleidingen, bedoeld in artikel 7.3b.
5. De betrokkene maakt een keuze uit het tot uitdrukking brengen in de eigen naamsvermelding van een graad als bedoeld in artikel 7.10aen het voeren van een titel als bedoeld in dit artikel.